PER SPOOR

Normaal ben ik niet zo van de planning. Althans niet dat ik mij bewust ben. Ik doe over het algemeen maar wat en het komt altijd goed. Maar als het er echt op aan komt -zoals nu- wil ik alle onzekerheden uitschakelen en me zo goed mogelijk kunnen voorbereiden. Het is tenslotte mijn eerste. En hoewel ik er binnen de grenzen van het mogelijke alles aan gedaan heb om me goed voor te bereiden begint, nu de grote dag nadert, de spanning toe te nemen. Om mijzelf, maar ook om iedereen die zo lief was om een bijdrage aan de Nierstichting te doen (sponsoren kan nog steeds) niet teleur te stellen, wil ik zo ontspannen en uitgerust mogelijk aan de start verschijnen. Ik heb het uiteraard over dé marathon.

Ontspannen en uitgerust. Dat betekent alle onzekerheden en risico’s zoveel mogelijk uitsluiten en waar dat niet kan, ze beheersen. Eén van de grootste onzekerheden is wat mij betreft ‘de reis er naartoe’. Koste wat het kost wil ik een debacle zoals bij de halve van Amsterdam vorig jaar, voorkomen. Al leverde dat achteraf natuurlijk wel een leuke blog op. Maar dit even terzijde. En laat hem nu net bij die reis momenteel de grootste onzekerheid zitten. En ik heb er geen invloed op.

Wat is het geval: De NS, nota bene ‘Supporter van Bewegen’ zoals op hun homepage vermeld staat. De NS, die een speciaal ‘NN Marathon Rotterdam’-kaartje aanbiedt. Die NS dus. Die heeft verzonnen om in de nacht en ochtend voorafgaand aan de Marathon van Rotterdam werkzaamheden uit te voeren. Hoe verzin je het. Voor de duidelijkheid: het gaat om het traject Amsterdam-Leiden-Den Haag-Rotterdam. Niet bepaald een boemellijntje. Ik vermoed zomaar dat ik niet de enige ben die op zondagochtend 12 april via deze route naar Rotterdam reist. ReisadviesMijn start is om 10.00 uur. Dat betekent rond 9.30 uur richting startvak. Ik moet ook nog van het station naar de start lopen, mijn startbewijs halen (ook daar zal ik niet de enige zijn), omkleden, tas afgeven, etc. Al terugrekenend moet je toch een beetje op tijd op Rotterdam Centraal zijn.

De eerste trein die weer normaal rijdt (lees zonder gedoe met bussen) is die van 7:43 uur uit Nieuw-Vennep. Reistijd 55 minuten. Dan ben ik om 8:38 uur op Rotterdam Centraal. Een te groot risico vind ik. Er hoeft maar iets mis te gaan… Bovendien geeft NS, ondanks het feit dat deze trein weer volgens de normale dienstregeling rijdt, een waarschuwing wegens werkzaamheden. Gaan ze er nu al vanuit dat de werkzaamheden uitlopen? Die kans is niet ondenkbaar weet ik uit ervaring. En dan moet ik alsnog een stuk met de bus, ben ik langer onderweg en heb ik minder tijd om me rustig voor te bereiden. Geen optie.

Eerder met de trein dus. Dan kom ik uit op 6:43 uur. Vreemd trouwens. Ik woon middenin de Randstad en een vroegere trein is een uur eerder? Maar goed, dan ben ik dus om 8:08 uur in Rotterdam. Reistijd 1 uur en 25 minuten, inclusief een sightseeing per bus door ontwakend Den Haag, u gratis aangeboden door NS. Ik verwacht er op zijn minst een kopje koffie bij. Dan ben ik dus om 8:08 uur op Rotterdam Centraal. Is op zich prima, maar wat als het tegenzit? Wat als er niet genoeg bussen zijn om al die marathonlopers en hun supporters te vervoeren? Weet NS wel dat er een marathon is? Ja, die afdeling van dat speciale ‘NN Marathon Rotterdam’-kaartje weet dat in ieder geval wel. Maar weet de afdeling ‘Vervangend busvervoer vanwege werkzaamheden’ het ook? Ik hoop het. Maar zeker weten doe je het niet. Is NS qua vervangende bussen voorbereid op de aantallen verwachte lopers en enthousiaste toeschouwers? Nu weet ik ook wel dat het grootste deel van de toeschouwers uit Rotjeknor komt, maar mijn ervaring met de Damloop en de Marathon van Amsterdam is dat het in de trein naar zo’n evenement best druk kan zijn.

Dilemma dus. Ik wil niet te laat komen. En zeker niet anderhalf uur gestrest onderweg zijn. Maar 2 uur en 30 minuten voor de start de voordeur achter mij dichttrekken om een afstand te overbruggen van hemelsbreed 40 kilometer moet toch voldoende zijn? Ik kan nóg een trein eerder nemen. Maar als alles dan onverhoopt wél goed gaat, sta ik om 7:43 op Rotterdam Centraal. Is ook wel weer een beetje vroeg. Maar dan kan ik wel nog even een bakkie doen bij Bert en Verena, die vlakbij de start in een hotel zitten. Zij wel.

De ene zondag is de andere niet

Nog een kleine twee weken en dan is het zover. Dé Marathon van Rotterdam. Mijn Marathon. Mijn eerste. Al vanaf december volg ik een schema dat mij uiteindelijk in staat moet stellen om de 42 kilometer en 195 meter te overbruggen. Ik heb het beginnersschema van Runnersworld gebruikt. Dat schema schrijft vier keer per week lopen en één keer crosstrainig voor. Ik houd het op drie keer per week lopen en één keer High Intensity Training. Vier keer per week lopen zit er gewoon niet in. Desondanks maak ik weken van 30 tot 50 kilometer. Is dat voldoende? Ik denk het wel, maar we zullen het zien.

De lange duurlopen loop ik in het weekend, doorgaans op de zondag. Vorige week zondag had ik mijn langste duurloop: 32 kilometer. Best wel een end. Omdat ik in een straal van enkele kilometers rond mijn huis na drie jaar lopen iedere stoeptegel wel ken, besloot ik om de auto te pakken en naar het Haarlemmermeerse bos te rijden, om van daaruit te starten voor de 32. Als je dan tóch zo’n eind moet sjouwen, dan maar liever zoveel mogelijk over onbekend terrein. Dan valt er nog eens wat nieuws te ontdekken. Het was een heerlijke dag; lekker temperatuurtje, zonnetje erbij en nagenoeg geen wind. Het plan was om langs de Polderbaan te lopen en dan bij het Kleinpolderplein linksaf naar Haarlem, een stuk door de binnenstad en via Heemstede en Cruquius weer terug. Eenmaal lopend bedacht ik mij dat, met 32 kilometer voor de boeg, Amsterdam ook binnen handbereik moest liggen. Een blik op de ANWB- fietsborden leerde mij dat dit inderdaad het geval was en terplekke besloot ik rechtsaf te gaan richting Amsterdam. Voor ik het wist was ik de Ringvaart gepasseerd en stond ik in Osdorp. Voor de grap maakt ik een selfie voor Tram 1 die ik op Facebook postte. “Ben je helemaal naar Amsterdam gelopen?”, reageerde mijn vrouw. Tja, je moet toch ergens heen. En ik vind Osdorp een leuke wijk met verrassende architectuur, zoals het dierenasiel van Arons en Gelauff architecten en iets verderop het WoonZorgComplex met de hangende woningen van MVRDV. Ook het nog iets verderop gelegen project ‘Meer en Oever’ met de bijzondere Schutterstoren (DKV Architecten) is zeer de moeite waard. En zo was ik al genietend al snel bij de Sloterplas aangeland. De bidon was inmiddels leeg en de blaas vol, dus maar even een pitstop gemaakt bij de Mac op het Osdorpplein en daar meteen een smoothie gekocht. Van 100% puur fruit! Althans, dat staat erop. Toch blij dat ik onder het mom “Je weet het maar nooit met zo’n lange duurloop!” € 10 in mijn kontzak had gestopt (tip).

Samenvatting langste duurloop. Zondag 22 maart 2015.

Na nog wat omzwervingen door Osdorp-De Aker uiteindelijk via Lijnden en de Polderbaan weer terug naar de auto. De laatste kilometers waren pittig. De al vaak gehoorde kreet “De marathon begint bij 30 kilometer”, spookte door mijn hoofd. Maar al met al toch een fijn loopje. Die laatste 10 kilometer moeten 12 april dan maar op karakter. En als het even kan onder dezelfde fijne weersomstandigheden.

Hoe anders was dat dit weekend! Op het schema stond voor het één na laatste weekend vóór de grote dag een wedstrijd op het programma van ‘slechts’ 10 kilometer. Op internet had ik gezien dat een paar dorpen verderop zondag een hardloopevenement was met o.a. ook een 10 kilometer. Perfect voor mij dus. Zondagochtend was het echter niet bepaald fraai weer. En we hadden zaterdagmiddag ook al de hele middag in de regen en kou gestaan vanwege een paardrij-evenement van dochterlief, dus ik had er niet echt zin in. Ik besloot om niet te gaan en later op de dag mijn eigen wedstrijd te lopen. Dat wil zeggen: vanuit de voordeur een 10 kilometerrondje rond de Toolenburgerplas en weer terug. En dan zo snel mogelijk. En ondertussen maar hopen dat het toch nog even een uurtje droog zou worden. Ik ging eerst wat klusjes in huis doen, maar het weer werd er niet bepaald beter op. Het begon steeds harder te regenen en te waaien. Maar wat moet, dat moet. Dus om half vier (na de nodige moed te hebben verzameld) toch maar naar buiten. De regen kwam met bakken naar beneden en ook de wind liet zich niet onbetuigd. De eerste anderhalve kilometer gingen nog best aardig. In de luwte van de huizen viel het met de wind nog wel mee. Maar daarna kwam het stuk naar Hoofddorp dwars door de weilanden. Ik beleefde nog even een gelukzalig moment vanwege het feit dat ik de wind in de rug had en (voor mijn doen) duizelingwekkende snelheden van rond de 16 kilometer per uur haalde. Maar dat gevoel verdween al snel toen ik mij realiseerde dat ik, met volle tegenwind, via dezelfde weg ook weer terug moest. Hoe pittig het zou worden merkte ik al snel. Daar waar het fietspad bovenop een viaduct een 90 graden bocht maakt, kreeg ik van links de volle laag regen, hagel en wind. “Dat wordt een pittige terugtocht”, bedacht ik mij. En dat werd het. De schuimkoppen stonden op de golven van de anders zo vrolijke Toolenburgerplas. En nadat ik de wind in korte tijd achtereenvolgens van links, van voren en van rechts had, was ik in ‘no time’ helemaal doorweekt (tot dan toe was vooral mijn achterkant nat). En toen moest het lange rechte stuk pal tegen de wind in terug naar huis nog komen. De snelheid zakte daar naar 7 kilometer per uur en ik had het gevoel dat ik soms bijna stil stond.

Zonder ook maar één droge draad aan het lijf en soppend in mijn schoenen was ik na ruim een uur weer thuis. Toch nog een soort van wedstrijd gelopen. Maar dan tegen de elementen. Een half uur later was het droog…

Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’

“Jij zou toch nog gaan lopen?”, vroeg mijn vrouw mij zondagochtend. “Ik weet het niet”, zei ik in alle eerlijkheid. De afgelopen dagen ging ik hoestend en rochelend als een oude roker door het leven. Ik heb een flinke kou te pakken, inclusief lamlendig gevoel, een hoofd vol met watten, hoofdpijn en slecht slapen. Al vanaf vrijdag twijfel ik of ik in het weekend wel een lange duurloop moet gaan doen. Ik heb nog even bedenktijd, want we gaan eerst naar Jumping Amsterdam om daar te gaan kijken naar Jeroen Dubbeldam die met Zenith waanzinnige sprongen maakt en om het voltigeren te zien. Dochter en vriendinnetje genieten met volle teugen. En wij ook.

Weer thuis gaat het nog steeds niet echt lekker. Na een stevige lunch en wat rommelen in huis, is het op een gegeven moment nu-of-vandaag-in-ieder-geval-niet-meer. Er schijnt een heerlijk februarizonnetje,  maar dat zal niet lang meer duren; het wordt al laat. Dus wintershirt en handschoenen aan, Buff om mijn hals en gaan. Met een “Ik ga in ieder geval een klein rondje en als het langer wordt laat ik het weten”, ga ik op pad.

Ik besluit om mijn vertrouwde 10 kilometer rondje richting recreatiegebied Toolenburgerplas te lopen in de wetenschap dat zich daar na ongeveer 5 kilometer toiletten en water bevinden en -voor als het écht niet meer gaat- een snelle busverbinding die mij binnen 2 minuten weer terugbrengt naar mijn dorp. Het blijkt niet nodig. Het gaat onverwacht lekker en ik stuur mijn vrouw een bericht dat het wat later wordt. Ik besluit naar recreatiegebied Boseilanden te lopen. Als ik via die route terug naar huis loop, kom ik op 13 à 14 kilometer. Dat lijkt me gegeven de omstandigheden mooi genoeg.

Eenmaal in de Boseilanden ben ik niet meer te stoppen. Ik kom in een flow. “What the heck! We knopen er nog een lusje aan vast.” Het vervelende snotterige, verdoofde gevoel lijkt te zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik voel me beter dan ik mij de laatste dagen heb gevoeld en besluit -bijna weer thuis- alsnog een aanval te doen op de 20 kilometer, met nóg een extra lusje door het dorp. Na 19,1 kilometer ben ik weer thuis. Als het niet inmiddels donker was geworden en mijn vrouw mij niet naar huis had gemaand omdat het eten op tafel stond, had ik de 20 vol gemaakt. Ik voel me herboren. Het kan raar lopen.

Epiloog: Maandagochtend. Het is droog als ik de deur uit ga naar mijn werk. Een paraplu neem ik niet mee. Er ligt er nog één op mijn werk en anders zit ik vanmiddag met twee paraplu’s én mijn werktas én mijn sporttas in de bus. Foute keuze. Als ik twee minuten van huis ben komt de regen en natte sneeuw met bakken naar beneden. De koude wind, die natuurlijk recht van voren komt, maakt het helemaal af. Als ik 10 minuten later in de bus zit ben ik zeiknat, doet mijn voorhoofd pijn van de koude wind en hoop ik dat er nog een pakje zakdoeken in mijn tas zit. Bij de lunchtraining stort ik halverwege helemaal in. Mijn tong hangt op mijn schoenen. De trainer kan een grijns niet onderdrukken als ik hem vertel over de afgelopen vier dagen en mijn euforische loopje van gisteren in het bijzonder. “Ga jij maar een rondje rustig uitlopen”, raadt hij mij aan. “Lijkt me een goed plan”, zeg ik. En ik vertrek op een sukkeldrafje voor een rondje hertenkamp. Gevalletje overmoed. Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’. Weer wat geleerd.

Loop jij eigenlijk nog?

Mijn eerste blog in 2015. Het is alweer veel te lang geleden dat ik iets schreef. Zo lang geleden dat meerdere mensen zich afvroegen af ik eigenlijk nog wel eens liep. Gelukkig wel, maar de inspiratie om te bloggen was er even niet; althans ik had voor mijn gevoel weinig spannends te melden (maar oordeel zelf). En ‘druk’ met andere dingen. Gelukkig wel veel lopen; de Rotterdam Marathon komt snel dichterbij. Een blik op de site leert mij dat ik een dikke 71 dagen verwijderd ben van de Coolsingel. Da’s best al wel snel. Gelukkig gaat het lopen voorspoedig en tot nu toe houd ik mij keurig aan het schema. Waar komt die discipline toch vandaag? Hardlopen heeft mij veel gebracht; maar daarover later nog wel eens meer.

Polderbaan
Polderbaan

Afgelopen weekend stonden er 19 kilometers op het programma. Die 19 kilometer heb ik overigens onlangs ook al eens gelopen. Drie weken geleden op die winderige zondag toen er eigenlijk 16 kilometer op de planning stond. Omdat een rondje om het huis op den duur ook gaat vervelen had ik de auto gepakt en was ik naar het Haarlemmermeerse Bos gereden. Althans zo noemen ze dat hier. Een bos. Voor mij als Noorderling en gewend aan de eeuwenoude Drentse bossen is het niet meer dan een recreatieplas met wat bomen er omheen, maar ik weet ook wel dat je in deze relatief jonge (163 jaar) Haarlemmermeerse polder bij het woord ‘bos’ niet al te hoge verwachtingen moet hebben. Het is er overigens heerlijk lopen, wandelen, fietsen, skaten, paardrijden en vertoeven, in dat bos. Op die winderige zondag dus, besloot ik vanuit het bos richting Polderbaan te lopen. Eenmaal daar aangekomen leek een rondje Polderbaan een goed idee. Vanaf de kop van de Polderbaan langs de baan in de richting van het Kleinpolderplein, aan het andere eind van de baan om de kop heen richting Lijnden en van daar langs de Hoofdvaart weer terug naar Hoofddorp. Dat bleken uiteindelijk 19,4 kilometers te zijn, waarbij ik nog bijna de Hoofdvaart ingeblazen werd vanwege de harde zijwind. Tijdens deze ronde kruis je tweemaal de A5, eenmaal de taxibaan naar de Polderbaan én de aan-/uitvliegroutes van de Polder- en de Zwanenburgbaan. Helaas geen vliegbewegingen aan deze kant van Schiphol vanwege de wind. Ik vind het wel wat hebben, een vliegtuig dat rakelings over je hoofd scheert tijdens je trainingsrondje. Maar helaas. It was just me and the wind. En mijn nieuwe schoenen. Voor een prikkie in de aanbieding. Lekker gelopen, maar de laatste kilometers tegen de wind in waren zwaar.

Vondelparkloop 2015
Vondelparkloop 2015

En dan was er twee weken geleden de Vondelparkloop 2015. Na mijn debuut vorig jaar besloot ik dat deze loop net als de Damloop en de halve van Amsterdam een vast onderdeel zouden worden van mijn hardloopagenda. Dit jaar extra leuk doordat vrienden Bert en Verena ook van de partij waren. Het weer was wel minder mooi dan vorig jaar. Ik liep mijn hele 10 kilometer in de regen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ik was blij dat ik Bert’s handschoenen kon lenen, want het was al met al best fris. Na 10 kilometer stond er zowaar een bescheiden nieuw pr achter mijn naam: 53:26. Als ik mij tijdens de decembermaand niet zo tegoed had gedaan aan allerlei lekkernijen had ik een snellere tijd neer kunnen zetten. Over discipline gesproken.

En afgelopen weekend dus weer een ‘gewoon’ rondje. Er stond 19 kilometer op de planning. Omdat ik het rondje twee weken daarvoor ook al liep en dus wist dat een rondje Polderbaan ruim 19 kilometer was, besloot ik het nog maar eens te doen. Maar nu tegen de klok in. Deze keer was de baan wel in gebruik, dus viel er het nodige te zien. Na 19,2 kilometer (kleine aanpassing in de route) was ik weer terug. Ondanks de afwezigheid van de wind viel het mij zwaarder dan twee weken geleden. Geen idee hoe dat kwam; iedere loper heeft zo zijn goede en minder goede dagen denk ik. En maandag meteen de looptraining er achteraan. En dinsdagavond High Intensity Training en we zijn weer lekker bezig.

Voor dit weekend staat er 20 kilometer op de planning. Het wordt een graad of vijf, dus dat moet te doen zijn. Nog 71 dagen. Geen update missen? Like Rudi on the Run op Facebook of volg me op Twitter en Instagram.

Ik gaat me de pleuris lopen

Tot vorige week was 12 april 2015 een gewone dag. Net zo gewoon als laten we zeggen 10 maart of 25 juni. Niks bijzonders. Niks aan de hand. Tot vorige week dus. Die gedenkwaardige vrijdagmiddag dat ik op de ‘bevestigen’-knop drukte en mijn inschrijving voor de Marathon van Rotterdam 2015 een feit was.

Wat vooraf ging. Een tijdje geleden las ik op de Facebook pagina van Runner’s World over de mogelijkheid om je in te schrijven voor het Dreamteam 2015. Onder leiding van Rob Veer himself toewerken naar de Marathon van Rotterdam 2015. Dat wilde ik ook wel! Aangemeld dus. Op 13 november zouden de gelukkigen bekend gemaakt worden. Helaas bleek ik niet één van de vier mazzelaars. Jammer, jammer, jammer. Dan maar geen Marathon van Rotterdam. Dacht ik. Want die marathon bleef in mijn hoofd zitten; het marathonvirus had kennelijk toegeslagen en de marathon zat onder mijn huid. Natuurlijk had ik in het kader van de voorpret de website van de marathon al wel een beetje verkend en gezien dat het Early Birdtarief op 14 november afliep. Dus ja, na wat vijven en zessen en overleg met mijn lief zat er, voor ik het wist, een ‘Hiermee-bevestigen-wij-jouw-inschrijving-voor-de-Marathon-Rotterdam’-mailtje in mijn mailbox en ga ik dus op mijn 45e voor het eerst van mijn leven een marathon lopen. Wie had dat een paar jaar geleden, toen ik al moe was na 1 minuut hardlopen, durven denken. Ikzelf in ieder geval niet.

En sindsdien zit mijn hoofd vol met vragen. Waar ben ik aan begonnen? Hoeveel weken heb ik nog? Tweeënveertigkilometerenhonderdvijfennegentigmeter is best ver. Wat is een goed schema om me voor te bereiden? Wat als dat pijntje dat ik sinds een week onder mijn voet heb, het begin van een vervelende blessure blijkt te zijn? Een marathon begin april betekent veel trainen in de winter. Was dat nou wel zo slim? Vragen, vragen, vragen.

Maar ondertussen heb ik er wel enorm veel zin in! Maandag start op mijn werk toevallig (nou ja, toeval bestaat niet, zegt mijn vrouw altijd) een loopclinic voor gevorderden. En ik ben tegen die tijd ‘al drie jaar een hardloper’, met drie Damlopen en drie halve marathons op zijn naam. Weliswaar geen tijden waar je stijl van achterover slaat en zéker niet altijd even succesvol, maar toch. Uitlopen van een marathon zou na drie jaar hardlopen moeten lukken. En het web staat vol schema’s. Daar moet vast wel iets tussen zitten. En anders heb ik nog een plank vol boeken en Runner’s World nummers en -specials met de nodige tips en trucks. En ik heb nog een kleine vijf maanden. En goede vriend Bert blijkt zich ook ingeschreven te hebben. Weliswaar is hij een veel sneller en ervarener loper dan ik, maar het is leuk om hem in ieder geval voor de start en na de finish even te zien.

De print van het parcours hangt inmiddels aan de muur. Voor mijn 8-jarige dochter ben ik nu al een held dat ik het überhaupt probeer. Nog 140 dagen te gaan. Lee Towers here I come! Countdown starts…NOW!

De 25 van Amsterdam

Zondagochtend 19 oktober. Vandaag is het zover. Voor de derde keer loop ik de halve marathon van Amsterdam. En ik heb er zin in! Ik rommel wat in de woonkamer en wacht tot de live uitzending van de wedstrijd op AT5 begint; ondertussen stop ik de laatste spullen in mijn tas. Ik besluit om mijn oude schoenen aan te doen en mijn nieuwe in de tas te stoppen. Na aankomst in Amsterdam kan ik dan mijn schoenen verwisselen en een paar droge sokken aantrekken. Zo sta ik lekker fris aan de start. Omdat ik een busabonnement heb en omdat ik toch pas om 13:44 uur start, heb ik besloten met de bus te gaan. Met stip één van de domste beslissingen van 2014, zou later blijken…

Ik plan het zo dat ik na aankomst nog ruim een uur heb tot het startschot klinkt. Tijd genoeg om mij om te kleden, nog even wat te eten en te drinken, etc. De busrit verloopt voorspoedig. Wel heeft de chauffeur op Schiphol even overleg over de te volgen route. “Zeker een nieuwe chauffeur”, denk ik nog. Op de ring A10 gaat het mis. De bus gaat een totaal andere kant op dan volgens de dienstregeling zou moeten. “Er geldt vanaf 6.00 uur al een omleiding vanwege de marathon”, zegt de buschauffeur. Hoe ironisch. Dus daar ging dat overleg over. “U kunt het beste op het Leidseplein uitstappen.” Er volgt een onnavolgbare route dwars door Amsterdam. Ondertussen verzin ik plan B. Ik besluit inderdaad op het Leidseplein uit te stappen, met de tram naar de Lelylaan te gaan en van daar met de metro naar de Amstelveenseweg. Dat lijkt mij de route met de meeste kans om nog tijdig bij de start te komen.

Ondertussen is de bus gestrand in de drukte. Om 13:00 uur besluit de buschauffeur ons midden op de kruising van de Overtoom en de Stadhouderskade vrij te laten. De halte is eigenlijk op het Leidseplein, maar om de één of andere reden kan hij daar niet heen. Als ik buiten sta zie ik waarom. Overal staan hekken op de weg. En niet alleen vanwege de marathon, maar ook vanwege een vrachtwagen die de bovenleiding van de tram kapot heeft getrokken. Het tramverkeer aan deze kant van de stad ligt voorlopig volledig plat. Daar gaat plan B. De moed zakt me in de (hardloop)schoenen. De halve van Amsterdam, waar ik zo naartoe heb geleefd, lijkt verder weg dan ooit. Hier sta ik dan. Nog 44 minuten tot de start. Wat nu? Even heb ik de neiging om op de eerstvolgende bus naar huis te springen. Maar dan zie ik in de verte een lang lint marathonlopers het Vondelpark in lopen en weet ik dat nú opgeven geen optie is. Over op plan C.

De enige mogelijkheid om nog enigszins op tijd bij het Olympisch Stadion te komen is ….. lopen. Google Maps vertelt mij dat het 3,3 kilometer lopen is naar het stadion. Tel daarbij dat de kledinginname nog een stukje voorbij het stadion is en dat ik daarna nog weer terug moet lopen naar de start op de Stadionweg en ik weet dat ik, met 44 minuten op de klok, een kleine 4 kilometer lopen voor de boeg heb. Dat wordt een hele uitdaging. Half snelwandelend half joggend loop ik het Vondelpark in. Ik ben jaloers op de lopers die daar ‘lekker’ met hun wedstrijd bezig zijn. Ik hoop dat ik de start ook ga halen, maar van een ontspannen start is op deze manier al lang geen sprake meer. Even nog vat ik het plan op om via het Museumkwartier binnendoor te steken, maar dit stuk van Amsterdam is mij te onbekend. Het risico dat ik hopeloos verdwaal en daarmee mijn kans verspeel om nog op tijd aan de start te verschijnen, is te groot. Ik besluit het park weer in te lopen en het parcours te volgen. Al lopend werk ik de smoothie naar binnen die ik de vorige avond heb gemaakt. Ik passeer terrasjes waarop lopers met medaille ontspannen genieten van een drankje. Ikzelf ben alles behalve ontspannen. De tijd tikt door. Met nog 9 minuten te gaan passeer ik de ingang van het stadion op weg naar de kledinginname. Ik heb hoge nood maar dat stel ik uit tot de terugweg. Midden op straat trek ik mijn joggingbroek en jas uit. Ik heb geen tijd meer om mijn schoenen te verwisselen. Er zit niets anders op; dan maar op mijn oude schoenen. Ik gris nog snel een energybar en een gelletje uit mijn tas en ga er vandoor. Nu wordt de nood te hoog en ik moet een sanitaire stop maken. Daarna loop ik snel richting start. In de verte zie ik ‘mijn’ startvak richting start lopen. Als ik een sprintje trek kan ik nog aansluiten. Ik doe het niet. Ik besluit mijzelf een paar minuten te gunnen om even op adem te komen en sluit aan bij het laatste startvak. Het zweet staat op mijn rug.

Ik doe een paar ademhalingsoefeningen in een poging enigszins tot rust te komen. Het helpt een beetje. Even later zet de massa zet zich in beweging. Ook wij mogen nu richting start. Na 100 meter krijg ik opnieuw aandrang. Het zal de stress zijn, in combinatie met de kop thee, de bak yoghurt en het glas water die ik voor vertrek nog naar binnen heb gewerkt. En de halve liter smoothie van zojuist natuurlijk. Ik glip door een opening in het hek. Als ik terugkom zie ik dat ik me bij de laatste 100 starters bevind. Dat ritueel herhaalt zich een paar meter voor de start nogmaals, waardoor ik mij nu écht in de achterhoede bevind. Hetgeen nog eens wordt bevestigd door de speaker: “Dames en heren, een extra applausje voor de aller-,aller- allerlaatste lopers!” Niet echt een lekkere plek. Met zo’n 44.000 lopers voor mij en zo’n 25 achter mij, is voor mij dan toch nog de halve van Amsterdam begonnen.

Ik druk mijn horloge in en heel groot komt in beeld hoe laat het is. Normaliter staat op die plek mijn actuele snelheid. Meteen weet ik hoe dat komt. Ik heb zaterdagavond mijn horloge nog even gesynchroniseerd en meteen een software-update meegepakt. Mijn settings zijn daardoor gewijzigd. Gelukkig zie ik nog wel hoe lang ik onderweg ben en welke afstand ik heb afgelegd, dus met een beetje rekenwerk kan ik mijn gemiddelde snelheid berekenen. Achteraf had ik simpelweg door het menu kunnen scrollen om de instellingen te wijzigen, maar dat kwam op dat moment even niet in mij op.

Al gauw kom ik in een lekkere cadans, maar ik voel dat het niet erg hard gaat. Dat is niet persé een nadeel; versnellen kan altijd nog. Ondanks de drukte en het soms smalle parcours weet ik aardig wat lopers in te halen. Als ik na een paar kilometer de Joan Muyskenweg op draai, zie ik op de Utrechtsebrug boven mij de sliert lopers die achter mij loopt. Ik constateer dat ik er al enkele honderden heb ingehaald. Goed voor het zelfvertrouwen.

Niet lang daarna kondigt zich de eerste drinkpost aan. Uit ervaring weet ik dat je beter even door kunt lopen naar het eind, omdat het daar minder druk is. En ik wil nu geen halt houden en mijn ritme verstoren. Het is inderdaad erg druk. Mensen staan met een bekertje in hun hand als ware het een staande receptie. Ik loop bijna een vrouw ondersteboven die onverwacht stil staat en een 90 graden draai maakt. Ook aan het eind is het echter te druk. Ik weet al lopend geen bekertje te scoren. Helaas pindakaas.

Bij de volgende drinkpost besluit ik de tijd te nemen om rustig een bekertje leeg te drinken. Ik ben toch al gestopt voor een sanitaire stop. De tijd die ik verlies betaalt zich hoop ik wel weer terug. De daarop volgende kilometers verlopen zonder bijzonderheden. Al verbaas ik mij wel een aantal keren over het feit dat vermoeide lopers gezellig al wandelend en keuvelend helemaal links blijven lopen; ook daar waar het parcours slechts enkele meters breed is. Mede daardoor worden lopers die wél door willen blijven lopen soms gedwongen in te houden.

Als ik de Mauritskade opdraai is voor mij de laatste fase aangebroken. “Zou Sanne er ook staan?”, bedenk ik mij opeens. Sanne (waarvan ik toen nog niet wist dat ze Sanne heette), bezorgde mij vorig jaar net op het juiste moment een extra ‘boost’ met haar heldenbord. Zo’n aanmoediging is ook nu meer dan welkom, want ik zit er behoorlijk doorheen. Al weet ik op dat moment niet wat mijn actuele snelheid is; ik voel op mijn klompen aan dat die dramatisch terugloopt. Helemaal als ik na de onderdoorgang Wibautstraat weer omhoog moet. De helling is steil en daarna volgt nog een stuk vals plat totdat je over de Amstel bent. Ik heb het idee dat ik bijna stil sta en moet de neiging om te gaan wandelen onderdrukken. Ik ben verre van ontspannen, ik ben moe, ik heb het warm en ik merk nu pas écht dat ik op mijn oude schoenen loop. De demping is er niet meer. Elke stap die ik zet, dreunt voor mijn gevoel door in mijn hele lichaam en specifiek in mijn nek (een overblijfsel van een pretparkbezoek eerder die week). Ik bedenk me opeens dat ik nog een gelletje bij me heb. Die is echter na 1,5 uur in de achterzak van mijn short zo’n 40 graden warm en bovendien mierzoet.

Als ik boven ben herpak ik mijzelf en probeer ik weer wat tempo te maken. En dan ontwaar ik in de verte de rode haardos en het inmiddels wereldberoemde heldenbord van Sanne. Dat had ik echt even nodig. Ik wil roepen hoe tof ik het vind dat ze er weer staat, maar het enige dat ik op dat moment uit kan brengen is: “Sanne! Sanne!” We high-fiven en ze roept me nog een “Go, Go Rudi!” na en dan is onze kortstondige ontmoeting alweer voorbij. Ik heb het inmiddels goed gemaakt via Twitter. Leuk om je nu eens live te ontmoeten Sanne! Het voelt toch een beetje alsof je een BN-er spot.

Tot aan het Vondelpark kan ik weer even vooruit en dan begint voor mij de eind’sprint’. Met nog een paar kilometer te gaan neem ik de scherpe bocht het park in en denk ik even terug aan hoe ik hier pakweg 2,5 uur geleden ook al liep. Voor de derde keer sinds de start begint het zachtjes te regenen. Het deert me niet. Een gezin moedigt me aan en roept mijn naam en ik zie een loper op de grond zitten met een paar EHBO-ers. Voor de rest gaat het Vondelpark aan me voorbij. Voor ik het mij realiseer loop ik op de Amstelveenseweg. Even later hoor ik een loper tegen zijn loopmaatje zeggen: “Come on Helen! One kilometre! Easy!“. Knap staaltje van Omdenken. Ik moedig Helen, die er duidelijk helemaal doorheen zit, ook nog even aan en dat geeft mij ook weer een boost.

Even later loop ik het Olympisch Stadion binnen. Het tartan voelt als een kussen onder mijn schoenen. Ik passeer de finish en krijg vrijwel meteen een bericht van mijn lief die mij via de marathon-app heeft gevolgd: “Yeahhh 2 uur en 9 minuten! Goed gedaan!” Even maakt een lichte teleurstelling zich van mij meester. Twee uur negen. Dat is niet wat ik had gehoopt toen ik vanochtend opstond. Maar al gauw maakt die gedachte plaats voor een andere. Namelijk dat het -gegeven de omstandigheden- al een wonder is dat ik überhaupt gestart ben. Dat ik eigenlijk 25 kilometer heb gelopen in plaats van 21. En dat dat ondanks alles tóch nog een kleine 4 minuten sneller is gegaan dan vorig jaar en dus een bescheiden nieuw PR.

Buiten het stadion kom ik nog een trainer van Phanos tegen die mij en mijn collega’s kortgeleden nog klaarstoomde voor de Damloop. “Hoe ging het?”, vraagt hij. Ik zeg dat het goed was.

Ik haal mijn tas op en loop de Sporthallen Zuid binnen om mij rustig om te kunnen kleden. Als ik op de grond wil gaan zitten om mijn veters los te maken, merk ik pas hoe stijf ik ben. Het lukt me met moeite te gaan zitten. Zo heb ik mij niet meer gevoeld sinds ik 2,5 jaar geleden iets te fanatiek met hardlopen begon. Het maakt maar weer eens duidelijk hoe spanningen en stress in je hoofd doorwerken op je lichamelijke gesteldheid.

Een mooie trofee van mijn dochter.
Een mooie trofee van mijn dochter.

Niet veel later ben ik weer thuis. Mijn dochter verrast mij met een prachtige zelfgemaakte trofee. En mijn vrouw heeft lekkere verse Portugese groentesoep en broodjes Bifana klaar staan. En na een warme douche krijg ik nog een heerlijke energetische massage van haar. Ik ben een rijk man.

3-in-1-blog

Inmiddels ruim een week na mijn laatste blog is er alweer zoveel gebeurd en zo weinig tijd om het allemaal op te schrijven. De Dam tot Damloop, een eerste poging tot mountainbiken en last but not least een Workshop Voeding. Ik loop dus drie blogs achter. Dat ga ik niet meer inhalen. Daarom dit alles-in-één-samenvattend-verzamel-inhaalblog.

First things first: De Damloop. De gedroomde ‘1:30 min’ werd het niet. Maar dat wist ik van tevoren eigenlijk al wel. Het werd 1:33:02. Ook een prima tijd. Ik heb weer genoten van iedere meter en vrouw en dochter waren weer trots. Wat wil een man nog meer! En volgend jaar weer een kans. De ambities voor de halve van Amsterdam zijn ook bijgesteld. Genieten wordt het nieuwe motto. Dan komt de rest vanzelf. En als het even kan niet langzamer dan vorig jaar (let op het subtiele woordgebruik ‘niet langzamer dan’ i.p.v. ‘sneller dan’). En misschien laat ik mijn horloge ook wel thuis. Of sla ik nu door?

Mooi knutselwerk van dochterlief
Mooi knutselwerk van dochterlief

Genoeg over de Damloop. Afgelopen dinsdag hadden we op het werk onze Concerndag. Concernmiddag eigenlijk, want er moet natuurlijk wel gewerkt worden. Bij de vooraankondiging had ik al gezien dat er o.a. mountainbiken (mbt-en) op het programma stond. Omdat ik al een tijdje overweeg om een mtb aan te schaffen, was dit de uitgelezen kans om het eens te proberen. Ik heb ooit een mtb gehad, maar verder dan ritjes naar de trein en naar school ben ik nooit gekomen. Ik moet erbij zeggen dat dat wel zo’n 25 jaar geleden is. Toen was mtb-en ook nog niet zo’n ding. En zo stond ik dinsdag om 13.00 uur klaar voor de workshop. In mijn hardloopkleren. Oude hardloopschoenen aan, helm op en gaan! We zaten in Recreatiegebied Spaarnwoude en dat blijkt een geweldig mtb terrein te zijn; het heeft een aantal heuvels en zelfs een speciaal mtb-parcours. Ik wist niet eens dat dat bestond. Ik heb heerlijk tussen de bomen geslalomd, steile hellingen genomen en over hele smalle bruggetjes gefietst. Ik vond het geweldig en ben om. Hebben dus, zo’n mountainbike! Naast het HIT-en een mooie aanvulling op het hardlopen, want conditie heb je er wel voor nodig! Eerst maar eens rustig oriënteren. Met bijna 2 meter en zo’n 98 kilo zal niet iedere bike geschikt zijn voor mij, maar ik heb inmiddels wel gezien dat er verschillende frame-maten zijn. Dus dat moet lukken. Er schijnt een goede winkel in Roelofarendsveen te zijn, maar andere suggesties (regio Amsterdam-Leiden, iets verder mag ook) zijn uiteraard van harte welkom.

Hardloper op de mtb
Hardloper op de mtb

En dan voeding. Al een tijdje probeer ik langzaam mijn voedingspatroon wat te verbeteren. Alhoewel ik getrouwd ben met een Portugese keukenprinses die houdt van verse groenten, altijd haar soep vers maakt en een hekel heeft aan Croma en saus uit potjes, waren er bij mijzelf toch wel wat dingen ingeslopen die voor verbetering vatbaar zijn. Elke dag boterhammen met hagelslag, teveel cappuccino (soms wel 8 op een dag), chocolade, chips, etc. Je weet eigenlijk niet wat je in je mond stopt, totdat je die etiketten eens goed bestudeert. Dé eye-opener van de afgelopen maanden was de hoeveelheid suiker die in veel producten zit. Trek voor de grap de koelkast eens open. Je schrikt je te pletter. Pakje Wicky rood: 18 gram suiker! In zo’n klein pakje! Pak eens een keukenweegschaal en meet het eens af. Bizar hoeveel dat is! Ook zoiets: pure hagelslag: 65% suiker! Vleeswaren, pizza, chips en cappuccino dus, werkelijk bijna overal zit suiker in. Dus kwam het boek ‘Zonder suiker’ in huis. Ben tot de helft gekomen. ‘Groene smoothies’; ook zo’n verhaal. Aangeschaft naar aanleiding van een artikel in een hardloopblad. Leuk boek, mooie foto’s, maar ernaar handelen ho maar…

Workshop Voeding
Workshop Voeding

Op het programma van de Concerndag stond ook een workshop ‘Voeding’. Even de website van cursusleider Esther bekeken en mijn interesse was gewekt. Alhoewel er wel verschillen zijn tussen haar en mij – zo heb ik bijvoorbeeld niet 3 kinderen op de wereld gezet- waren de ‘klachten’ herkenbaar: vaak moe, snel transpireren en soms wat vergeetachtig. Toen ik ook nog eens las dat Esther haar verhaal met de nodige humor brengt was mijn interesse gewekt. Om een lang verhaal kort te maken: De workshop was top. Humor en lekker ‘down-to-earth’. Calorieën tellen is onzin (als je maar het juiste eet), niet alles wat gezond lijkt is het ook, van groenten eet je niet gauw teveel en zondigen mag best. Met een gezond voedingspatroon kunnen voornoemde klachten als sneeuw voor de zon verdwijnen en ‘last but not least’, mijn hardloopprestaties verbeteren. Om een lang verhaal kort te maken: ‘Zonder suiker’ en ‘Groene Smoothies’ kwamen weer uit de kast. En omdat die groene smoothies (Shrek-voer volgens Esther) wel even een dingetje zijn, begin ik wat laagdrempeliger. Dus staan er nu -naast een zakje spinazie- ook aardbeien, frambozen en aalbessen in de keuken (de laatste twee had ik serieus nog nooit vers gegeten). En ik heb ananas ontdekt. Ik dacht altijd dat ik dat smerig vond, maar het is eigenlijk erg lekker! Kortom: een doorstart op het gebied van het verbeteren van mijn voedingspatroon. Nu doorzetten.

Dat was in het kort de afgelopen week. Toch even mooi 3 blogs in 1 gepropt! Beetje onsamenhangend misschien, maar alledrie toch een duidelijke link met hardlopen. En straks eerst even lekker de deur uit voor een rondje.

Help, bijna zondag!

Dat was ‘m dan. Mijn laatste rustige duurloopje voor de Dam tot Damloop van aanstaande zondag. Vrijdag en zaterdag zijn rustdagen en dan zondag: knallen! Nou ja, knallen… De afgelopen weken gingen aardig, maar nou ook weer niet zo aardig dat mijn pr aanstaande zondag op spectaculaire wijze aan flarden zal gaan. Had de voorbereiding beter gekund? Ja. Was dat ook altijd mogelijk geweest? Nee. Maar heb ik er dan binnen de mogelijkheden alles uitgehaald? Mwa…

Laat ik beginnen bij wat ik zelf het lastigst vind: het voedingspatroon. Het idee was om in de aanloop naar de Dam tot Damloop wat beter op mijn voeding te letten; minder suiker, minder vet en meer gezonde dingen. Met dat laatste bedoel ik meer fruit en al die andere gezonde dingen die ons in die hardloopblaadjes en op hardloopwebsites worden voorgeschoteld door al die lopers die wél goed bezig zijn. Zaadjes, bessen, zelfgemaakte salades en kwarkbroodjes, ze draaien er hun hand niet voor om. Ik vind het knap. Maar vooralsnog ontbreekt het mij aan de kennis en het talent. Koken en voedsel bereiden? Het is aan mij niet besteed. Ik heb er geen gevoel voor en ik vind het ook niet leuk. En ik mag mij gelukkig prijzen met een vrouw die koken als ontspanning ziet, dus de noodzaak is er ook niet. “Ga jij maar koken schat, dan zuig ik ondertussen het huis wel!” Zo gaat dat bij ons thuis. Ieder z’n talent.

Ik ben overigens wel voorzichtig begonnen met het beteren van mijn voedingspatroon. Minder suiker, minder cappuccino overdag en meer water en thee. Volgende stap is het vervangen van de boterhammen met hagelslag in de ochtend door ‘iets anders’. Ik heb me overigens ook aangemeld voor de Workshop ‘Voeding’ op onze personeelsdag dinsdag a.s. De dame in kwestie gaat ons op humoristische wijze iets bijbrengen over gezond eten. Lachen met linzen? Plezier met paprika’s? Humor met humus? Ik kan niet wachten.

IMG_3018

Dan die intervallen. Ik weet dat het goed voor me is, maar om nou te zeggen dat ik het léuk vind… Maar ik heb ze gedaan! In het weekend en ook nog door de week. Dat laatste wel min of meer gedwongen. In de 4 weken voorafgaand aan de Damloop organiseerde een collega een hardloopclinic op de maandag tussen de middag. En eenmaal aangemeld laat ik mij niet kennen natuurlijk. Ben weer eens met mijn neus op de feiten gedrukt hoe het staat met mijn uithoudingsvermogen als het aankomt op versnellinkjes. Het was goed om te doen en zeker een motivatie om vaker te intervallen. Feit blijft echter wel dat het in een groepje gewoon leuker is om te doen dan in je eentje. Wat dat betreft zou een hardloopgroepje of atletiekvereniging misschien niet eens zo’n slecht idee zijn.

En dan de High Intensity Training op de dinsdagavond. Van de laatste drie keer moest ik er twee skippen vanwege respectievelijk een ouderavond en een vergadering van de ouderraad. Sporten voorafgaand aan de ouderraad had nog gekund, maar de tijd tussen beiden was exact 15 minuten. Maar om mij nou nadampend en druipend van het zweet te nestelen tussen twee andere ouders. Dat ging hem dus niet worden. Afgelopen dinsdagavond kon ik wel gaan. Laten we het erop houden dat het een hele uitdaging was.

En nu is het ineens donderdagavond. Morgen ben ik vrij. Zal ik nog… Nee, toch maar niet. Wat kan ik nog doen? Op tijd naar bed, proberen zo gezond mogelijk te eten en geen al te gekke dingen meer doen. De hele dag in de tuin werken bijvoorbeeld, zoals ik een paar uur voor de start van de N201-Run deed.

We gaan zien wat het zondag wordt. Misschien valt het mee. En anders is er in oktober altijd nog de halve marathon van Amsterdam. Nog ruim vier weken de tijd om het allemaal anders te doen en mijn leven te beteren.

Jij zit zeker op basketbal!

Dat is wat ik in mijn jeugd vaak hoorde. Want als je lang bent, dan doe je aan basketbal, was de redenatie van velen. Nu ik ‘wat ouder’ ben, ben ik met mijn 1.97 meter nog steeds niet één van de kleinsten. “Lekker handig als je zo lang bent!” riep laatst een collega. “Soms wel ja.”, zei ik. “Als het ergens druk is kan ik overal overheen kijken.” Maar vaker is het een nadeel. Broekspijpen en mouwen zijn te kort, bedden zijn te klein, trein- en vliegtuigstoelen zijn te krap en ga zo maar door. En onlangs heb ik nog een paar dagen niet kunnen hardlopen doordat ik met mijn dochter te veel ritjes in een botsauto had gemaakt. Mijn lange benen pasten niet in het autootje met als gevolg dat mijn knieën meerdere keren tegen de metalen rand van het autootje klapten. Gevolg: pijnlijke en blauwe knieën en ik ging een paar dagen strompelend door het leven. Note to self: Niet doen vlak voor de Damloop, halve marathon or whatsoever. Ook het kopen van hardloopkleding vereiste in het begin het nodige speurwerk, maar inmiddels weet ik aardig welke merken en modellen ik moet hebben. Voor de liefhebber: Daar kom ik in een andere blog nog wel eens op terug.

Laatst zei iemand tegen mij: “Jij kunt zeker heel hard lopen met die lange benen van je!” “Nou, het zit hem meer in de pasfrequentie.”, mompelde ik terug. Die opmerking heeft me echter wel aan het denken gezet. Want hoe zit dat nou eigenlijk? Maakt het qua hardlopen wat uit hoe lang je bent? Zonder de pretentie hier een semi-wetenschappelijk verhaal van te maken, hieronder zomaar wat overpeinzingen, aangevuld met wat quick & dirty speurwerk.

Met lange benen zou je logischerwijs een langere paslengte moeten hebben. Dus zou je met iedere pas een groter afstand moeten kunnen overbruggen. Dus sneller op de plek van bestemming. Klinkt logisch toch? Maar langere benen (en dus vaak ook een langer lichaam) betekent meer massa om mee te sjouwen. En meer luchtweerstand. En dat zou dan juist weer een nadeel zijn. Of ‘Heb ieder voordeel z’n nadeel’ en heffen ze elkaar op? En maakt het dus uiteindelijk niet veel uit? Als ik naast mijn achtjarige dochter loop, maak ik duidelijk grotere passen dan zij. Maar haar pasfrequentie ligt hoger en per saldo gaan wij even snel.

Usain Bolt
Usian Bolt

Lange mannen zijn in ieder geval niet per definitie in het nadeel als het om hardlopen gaat. Usain Bolt meet maar liefst een respectabele 1,96 meter. De Jamaicaan weegt daarbij ook nog eens 93 kilo. En toch supersnel. Bewegingswetenschapper Bert Otten van de Rijksuniversiteit Groningen stelt in een onderzoek uit 2011 dat Bolt’s lengte in zijn voordeel werkt: ”De gemiddelde onderbeen/bovenbeen-verhouding is 103 procent. Bij Bolt is die verhouding 112 procent. Zijn onderbenen zijn veel langer dan verwacht mag worden op basis van zijn bovenbeenlengte. […] Tot voor kort werden lange mensen die de sprinttop wilden halen ontmoedigd. De prestaties van Bolt laten zien dat lengte juist wel voordelig is. In de juiste verhoudingen, tenminste.”, aldus Otten.

Relatief lange onderbenen en een lage stapfrequentie dus. Alhoewel ik in een artikel op Prorun.nl juist weer lees dat Amerikaanse onderzoekers vonden dat juist relatief korte onderbenen sprinters van niet-sprinters onderscheid. En relatief korte achillespezen. En lange tenen. Letterlijk dan.

Professor Adrian Bejan deed onderzoek naar de lichamen van atleten en legt de relatie tussen het zwaartepunt in het lichaam en de sprintsnelheid. Hoe hoger het zwaartepunt, hoe sneller de sprinter. Dat verklaart deels ook het succes van de Afrikanen. “Het zwaartepunt in het lichaam van sprinters afkomstig uit West-Afrika hoger ligt hoger dan bij blanke atleten, omdat ze relatief langere benen hebben. Hierdoor zijn ze gemiddeld 1,5 procent sneller dan blanke sprinters.[…] De beste sprinters uit Jamaica en de VS hebben vrijwel altijd West-Afrikaanse roots.”

Relatief lange benen dus. Die heb ik ook. Maar Afrikaanse roots heb ik weer niet. Mijn wortels liggen in de Groningse klei en op het Drentse veen. En een sprinter ben ik ook niet. Had ik mij dan toch in mijn jonge jaren bij een atletiekvereniging moeten aansluiten? Heb ik mijn talenten verwaarloosd, verkwanseld en te grabbel gegooid? Had mijn naam kunnen prijken op vele uitslagenlijstjes? Ik weet het niet. Ik ben namelijk ook wel een beetje lomp. En onbeholpen. In ieder geval niet het toonbeeld van souplesse. En bij tijd en wijlen ben ik redelijk ongedisciplineerd qua sport.

Christophe Lemaitre
Christophe Lemaitre

Voor een sprinter is het blijkbaar niet per definitie een nadeel om lang te zijn. Integendeel; voorbeelden zijn er genoeg. En het ontbreken van Afrikaanse roots hoeft ook niet altijd een probleem te zijn. Kijk naar Christophe Lemaitre (1,90 m.). Echter, zijn prestaties werden in een studie van J.B. Morin (University of Saint-Etienne, France) vooral toegeschreven aan zijn vermogen om op een effectieve manier zijn kracht om te zetten in snelheid tijdens de momenten waarop hij de grond raakt in combinatie met een hoge pasfrequentie en een relatief kort grondcontact. En dus niet zozeer aan zijn lengte. Als ik het goed vertaald heb althans…

Maar hoe zit dat dan met duurlopers? Eliud Kipchoge, winnaar van de marathon van Rotterdam 2014 meet ‘slechts’ 1.67 meter. Maar wel een Afrikaan. En snelste Nederlander Khalid Choukoud blijft steken bij 1,76 meter. Dat maakt Khalid niet echt klein, maar ook niet lang.

“Goede hardlopers hebben lange benen in verhouding met hun bovenlichaam”, aldus Runinfo.nl. “De verhouding is bovenlichaam gedeeld door onderlichaam. Een verhouding van 1,0 en lager is uitstekend. Normaal is de verhouding 1,1. Een verhouding van 1,2 en hoger komt het looptalent niet ten goede.” Ook hier zit het hem dus niet zozeer in totale lengte, als wel in het hebben van langere benen. Daarbij is overigens de ideale verhouding per 2,5 cm lichaamslengte één kilo lichaamsgewicht, lees ik op Runinfo.nl. Dat betekent dus dat ik met mijn 1.97 meter een kleine 79 kilo ‘mag’ wegen. Lijkt me wat weinig.

Conclusie: Met relatief lange benen (verhouding boven-/onderlichaam) ben je sneller. En dat hoeft dus niet persé te betekenen dat je ook lang bent. Maar stel dat twee lopers van verschillende lengte maar met dezelfde lichaamsverhoudingen, conditieniveau, leeftijd etc. tegen elkaar lopen. Wie is dan sneller? Vragen, vragen, vragen. Ben er nog niet uit. Wie het weet mag het zeggen.

Niet zo slim?

Tegen iedereen die het maar wil horen roep ik altijd dat je hardloopschoen moet kopen in een hardloopwinkel of een goede sportzaak; met deskundig personeel, die kritisch kijken of de beoogde schoenen wel voldoende ondersteuning bieden, of je de goede maat hebt, etc. Wat je in ieder geval niet moet doen is klakkeloos schoenen kopen via internet. En wat heb ik nu zelf gedaan? Juist ja…

Na 3 paar schoenen braaf in de winkel te hebben gekocht, heb ik twee weken geleden een paar schoenen via internet besteld. Van een merk en type dat ik nog nooit droeg. “Da’s niet zo slim.”, hoor ik menig lezer al denken. En misschien krijgt die lezer nog gelijk ook. Tot nu toe was het altijd Asics voor mij, maar sinds vorige week staan er ook een paar Nike’s in huis. Waarom? Tja. Vanuit de gedachte dat het goed is een tweede paar schoenen te hebben, zodat ik af kan wisselen. En als we het dan toch over afwisseling hebben, dan misschien ook maar eens een ander merk proberen?

Helemaal onvoorbereid ben ik natuurlijk niet tewerk gegaan. Ik weet wat voor voettype ik heb, hoe ik land en afwikkel, hoe lang en breed mijn voeten zijn en dat een centimeter speling in de lengte ook wel handig is. En ik heb uiteraard de reviews gelezen. Maar ja, proeflopen en omruilen als ze tóch niet goed blijken te zijn -een service die veel winkels wel bieden- kan natuurlijk niet. Maar OK, Just do it! Uiteindelijk is de keuze gevallen op deze LunarGlide 6’s. Van Nike dus. En dan ook meteen maar in een lekker kleurtje. Mochten ze nou écht niet bevallen, dan kan ik ze in ieder geval nog in de zomer als dagelijkse schoenen aantrekken en heb ik dus in het ergste geval een paar hele dure sneakers aangeschaft waar ik ook volgend jaar nog mee vooruit kan. Om mij er aan te herinneren dat ik dit nooit meer moet doen.

Nike LunarGlide 6
Nike LunarGlide 6

Vorige week kon ik ze afhalen bij het afhaalpunt. Voor de zekerheid toch maar twee maten besteld en dat was maar goed ook. Afgaande op de diverse maattabellen die op internet te vinden zijn, had ik mijzelf ingeschat op een 12,5. Dat bleek echter toch net even te krap. De eveneens bestelde 13’s bleken uiteindelijk de goede maat.

Eerste indruk: Lekker kleurtje! Dat vonden mijn vrouw (“Gaaf!”) en dochter (“Stoer pap!”) ook, dus die is vast binnen. Maar daar ging het natuurlijk niet om. Ze zijn in ieder geval lichter dan mijn Asics; 313 gram tegen 419 gram, volgens onze keukenweegschaal. En in tegenstelling tot de Asics, waar in de bovenkant wat elementen van een soort van glad kunststof zijn verwerkt, zijn de Nike’s van boven helemaal van stof. Daardoor voelen ze wat minder stevig. Wat meer als een sok zeg maar. Maar daardoor sluiten ze wel weer mooi aan rond mijn voet. De hielkap voelt lekker stevig, maar is in tegenstelling tot de Asics niet massief. Achter de hak zit stof. De stabiliteit moet dus blijkbaar komen van een soort beugel die achter mijn hiel langs loopt. Ben benieuwd hoe dat in de praktijk uitpakt. En dan de zool. Leuk kleurenspel, maar daar koop je natuurlijk niets voor. Totaal andere zool dan de Asics, maar hij voelt goed aan: er zit voldoende flexibiliteit in zonder dat het slap aanvoelt.

IMG_0354
De zool

Al met al een totaal andere schoen dan ik gewend ben. Benieuwd hoe dat gaat lopen. Misschien ben ik aangenaam verrast, misschien heb ik spijt van mijn onbezonnen actie en is hoongelach mijn deel. Het zij zo. “Van proberen kun je leren.” zei de kleuterjuf van mijn dochter altijd. Ik zal mijn ervaringen in ieder geval delen. Dan leert een ander er wellicht ook nog wat van. Wordt vervolgd.

Hardloopblog