Categoriearchief: Blog

Uit de supermarkt

Ik had ze al zien hangen in de hypermercado, maar ze geen blik waardig gegund. Bovendien moesten er andere dingen worden gekocht: fruit, shampoo, water en wat dies meer zij. En daarna een ijsje op het horecaplein.

Ik ben op vakantie. Zonder hardloopspullen. Niet dat ze niet op mijn lijstje stonden, maar toen de koffers uiteindelijk moesten worden ingepakt, moesten er ook nog 100 andere dingen. Teveel te doen in te weinig tijd. De minuten begonnen te tellen, een vliegtuig wacht niet en bovendien gingen de hardloopschoenen vorige keer ook ongebruikt mee terug, dus skippen maar die hardlooparafernalia! Besloot ik stoer. Na twee dagen had ik al spijt.

De dag daarop gingen we een filmpje pakken. Van tevoren nog even een hapje eten en wat inkopen doen in diezelfde hypermercado. “Ik ga even bij de sportspullen kijken.”, zei ik achteloos tegen mijn vrouw en mijn dochter. Toen ik mij weer bij hen voegde, zat er een paar knalblauwe hardloopschoenen in het mandje. De laatste in mijn maat. “Hardloopschoenen UIT DE SUPERMARKT?!” Ja lieve lezer, ik moest zelf ook even bekomen van de schrik. “Ga desnoods in je blote kont lopen, maar zorg dat je in ieder geval een paar goede schoenen aan hebt!”, roep ik tegen iedereen die het maar wil horen. En nu lag er een paar ‘hardloopschoenen’ op de band tussen de boodschappen voor een prijs waar ik normaal nog geen paar X-socks voor koop. Maar met in het achterhoofd dat ik hier in Portugal toch geen lange afstanden loop en dan vooral over onverharde wegen, dacht ik dat het wel moest kunnen. Ik had hier bij familie nog een oude zwarte zwemshort liggen. En vlak voor vertrek had ik op de Zwarte Markt nog een haltertop gescoord (3 voor een tientje). Dus ik kon gaan!

En hoe loopt dat dan? Hardloopschoenen uit de supermarkt. Nou, eigenlijk net als mijn vertrouwde Asics. Maar dan nádat ik er een jaar lang door weer en wind met mijn 98 kilo op heb lopen stampen. Geen enkele demping en geen zacht voetenbedje. Niet echt een aanrader dus. En ik vermoed dat ze na een aantal rondjes uit elkaar vallen. En het lijkt ook alsof de veters in de linker schoen langer zijn dan die in de rechter. Vooralsnog ben ik er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Nadien voelde ik alleen mijn Achillespezen een beetje. Maar dat zal ongetwijfeld ook te maken hebben met mijn wekenlange spijbel- en uitstelgedrag. Qua hardlopen. En dat katoenen shirtje van de Zwarte Markt kon ik uitwringen.

Vanaf nu maar weer stevig aan de bak. En volgend jaar toch maar weer good old GT-2000 in de koffer. Of eigenlijk liever meteen bij thuiskomst. Dan zitten ze er maar vast in. No excuse!

En die hardloopschoenen uit de supermarkt blijven achter in Portugal. Samen met die oude zwembroek en dat shirtje van de Zwarte Markt. Just in case.

Oude liefde

Een vaatwasser, een laptop, een mobiele telefoon, een printer. Zomaar wat apparaten in ons huis die er in de afgelopen jaren eerder de brui aan gaven dan je zou mogen verwachten. Alle beloftes ten spijt; veel dingen zijn nu eenmaal niet gemaakt om er lang plezier van te hebben. Bij de fabrikant, de importeur en de winkelier moet de schoorsteen tenslotte ook roken. Nee, dan vroeger. De pannen die mijn ouders aanschaften in 1968 staan hier, nadat wij ze helaas veel te voeg erfden, nog bijna dagelijks op het vuur.

Uitzonderingen bevestigen echter ook hier de regel. Toen ik vandaag mijn rondje liep, wierp ik zoals gebruikelijk regelmatig een blik op mijn horloge; een TomTom Runner van de eerste generatie. Ik gaf hem mijzelf cadeau met Kerst 2013. Toen ik in februari 2012 mijn eerste hardlooppassen zette, ging dat nog met de telefoon in de hand op de timer-stand. Twee minuten hardlopen en 1 minuut wandelen. Keer 10. Daarna ontdekte ik de runner-apps, maar eind 2013 was ik klaar met die telefoon aan mijn arm en was het tijd voor een echt hardloophorloge. Uiteindelijk viel de keuze dus op de TomTom Runner. Destijds een nieuwkomer op de hardloopmarkt en met de karakteristieke scrollknop op het bandje nét even anders dan de rest. Maar iets in mij zei dat het wel goed zat, tussen de Runner en mij.

En dat is gebleken. Vele lunch- en zondagmiddagloopjes, Damlopen, de Zevenheuvelenloop, de Marathon van Rotterdam, een rondje Texel of Toolenburgerplas, in de brandende Portugese zon, in de sneeuw of in de stromende regen; de Runner zit altijd om mijn pols, doet wat’ie moet doen en geeft geen krimp.

Natuurlijk heb ik wel eens verlekkerd gekeken naar het zoveelste mooie nieuwe fancy horloge met nóg meer mogelijkheden en kleurenscherm, maar waarom zou ik eigenlijk? De Runner voorziet mij van alle gegevens waar ik behoefte aan heb.

En het voelt ook een beetje als verraad om mijn trouwe Runner in te ruilen voor een jonger exemplaar. Die ziet er dan misschien wel strakker uit, maar dat is allemaal maar uiterlijke schijn. Uiteindelijk gaat het toch om de binnenkant. En al die mooie jaren samen, die gooi je niet zomaar weg.

En dus ligt de Runner, terwijl ik dit blog schrijf, weer in zijn docking station aan de laptop; synchroniseren en opladen voor de volgende keer. Ik hoop dat onze relatie nog lang stand houdt. Ooit zal het er toch van komen en zal ik een nieuw horloge aan moeten schaffen. Verdienen die fabrikant, die importeur en die winkelier ook weer eens wat. En is er bij hen ook weer geld om iets nieuws aan te schaffen. Een nieuwe vaatwasser, laptop, mobiele telefoon of printer bijvoorbeeld.

Buikje

Koude wind en dito regen. Bijna onderuit op een modderig fietspad in de Boseilanden. En een opgebroken fietspad inclusief hoge hekken, waardoor de toegang tot een aantal favoriete hardlooprondjes tot medio 2018 helaas is afgesloten.

Tot zover mijn eerste loopje op (jawel!) 1 januari 2017. Vooralsnog gaat het dus goed met één van de goede voornemens voor het nieuwe jaar: weer wat meer structuur in het hardlopen. Want daar was in 2016 wel een beetje heel erg de klad in gekomen. Met hangen en wurgen liep ik in 2016 nog wel de Dam tot Damloop en de Zevenheuvelenloop, maar erg snel ging het allemaal niet. Genoten heb ik wel. De Damloop is altijd weer een feestje. De Zevenheuvelenloop liep ik voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst. Mooi evenement in een prachtige omgeving.

Zevenheuvelenloop 2016

En ergens tussen beide evenement heb ik mij ingeschreven voor de Marathon Rotterdam 2017. Ik heb er immers zo van genoten in 2015, dus waarom niet nog een keer? En het is bovendien een mooie stok achter de deur om weer eens vaker de hardloopschoenen onder te binden. In 2015 was ‘uitlopen’ het doel. De doelstelling voor mijn tweede marathon is om hem wat sneller te lopen dan in 2015.

Ondertussen ben ik weer volop in de voorbereiding. Niet in de laatste plaats door de enigszins verontrustende ‘Nog 100 dagen!’ mededeling van de organisatie op o.a. Facebook en Instagram. Ik heb overigens nog even met de gedachte gespeeld om met het 100-dagen schema van Stans van der Poel en Koen de Jong te gaan trainen. Middels dit schema bereid je je voor op een marathon, waarbij in de aanloop naar de marathon de langste trainingsafstand 14 kilometer is. Het geheim schuilt in het slim gebruik maken van lopen in verschillende hartslagzones. Maar ja, slechts 14 kilometer lopen, terwijl de marathon ruim 42 kilometer is, is wel even een dingetje. Niet dat ik niet in het schema geloof (er zijn genoeg mensen die hebben bewezen dat het werkt), maar zelf durf ik het nog niet aan. Misschien een volgende keer. Vooralsnog hou ik vast aan het schema dat ik ook de vorige keer gebruikte, waarbij ik in de weekenden langere afstanden loop. Dat geeft mij toch meer vertrouwen dat ik die marathon ook daadwerkelijk uit kan lopen. Want een takken-eind is het wel, weet ik inmiddels.

Een andere niet onbelangrijke reden om nog even vast te houden aan de lange duurlopen is dat het lopen van langere afstanden op een lager intensiteitsniveau het lichaam in staat stelt om voor de benodigde energie over te schakelen van verbranding van (snelle) koolhydraten (suikers) op vetverbranding. En dat is dan weer gunstig voor het kwijtraken van de nodige kilo’s vet die zich in de afgelopen periode ongemerkt onder mijn huid hebben opgehoopt. Want al oog ik met mijn 1,97 meter nog steeds niet dik, een blik op de weegschaal maakt pijnlijk duidelijk dat ik sinds de marathon van 2015 inmiddels weer 7 kilo ben aangekomen. De slanke atleet van toen is veranderd in ‘een-man-van-middelbare-leeftijd-met-een-buikje’. Mijn vrouw en dochter noemen dat overigens ‘een lekker zacht kussentje’, dus wat hen betreft: no problem! Maar mij stoort het. Hardlopers snappen dat.

Terug van 101 naar de 94 kilo van toen dus. Volgens sommige hardlopers kan het nog wel wat slanker, maar ik vind rond de 94 kilo prima. Te mager vind ik niet mooi (zeker niet met mijn lengte) en ik kan blijven eten wat ik lekker vind. Alleen wat opletten met snoepen en snaaien, cappuccino en andere producten die bij bestudering van de etiketten soms wel voor 60 à 70% uit suiker blijken te bestaan. Een beetje minder kan dus nooit kwaad. Niet in de laatste plaats om alle andere ongemakken ten gevolge van het consumeren van teveel suiker (laat er maar eens een Google-search op los), binnen de perken te houden.

Vooralsnog dus weer ‘back-on-track’. En ook weer back online. Want dat bloggen dat was er ook wel een beetje heel erg bij ingeschoten. I’ll keep you informed.

Verstand op nul en de blik op de gele ballon

Het zijn inmiddels mijn twee vaste najaarsklassiekers: de Dam tot Damloop in september en de halve van Amsterdam in oktober.

Over de Damloop kan ik kort zijn. Het was weer gezellig, maar een verbetering van mijn PR zat er helaas niet in. Domweg te weinig getraind en (daarom) ook niet echt in vorm. Het eindresultaat: 50 seconden langzamer dan vorig jaar. Viel me nog mee. Voor het eerst in mijn relatief korte hardloopcarrière een loopje waarin ik mijn PR ten opzichte van het jaar ervoor niet verbeterde. Maar genoten heb ik wel. Punt.

En afgelopen zondag dus de halve van Amsterdam. Na het debacle van vorig jaar (met uiteindelijk toch nog een bescheiden PR) nu opnieuw een kans om mijn PR op de halve aan te scherpen. Niet dat mijn conditie spectaculair verbeterd was, maar een klein beetje dichterbij de magische 2:00 uur zou mooi zijn. De weersvoorspel-lingen waren wat minder gunstig dan vorige jaren, maar dat hoeft niet perse een nadeel te zijn. En dus stond ik zondagochtend op Station Amsterdam Zuid met, vanwege het wisselvallige weer, een tas vol kleren (lange tight, korte broek, lange mouwen, korte mouwen).

Goede vriend Bert liep mee in de business-run en we lieten ons de koffie bij Starbucks goed smaken. Daarna door naar de expo en toen naar het bedrijf waar Bert werkzaam is en waar ik als ‘supporter’ ook naar binnen mocht en gebruik kon maken van de fijne kleedruimte. Omdat het toch wel frisje was en licht regende, was de aanwezige medewerker van CSU al gauw een rol vuilniszakken armer. Daar stonden ze dan: al die keurige dames en heren in een bedrijfsshirt met daaroverheen een vuilniszak van CSU. Leuk gezicht en het deerde ze niet (het zijn toch lopers), maar het is vast een evaluatiepuntje voor de volgende keer.

Bert stond in startvak ‘wit’ voor de business-runners en ik in startvak ‘geel’; volgens het boekje het startvak voor de lopers met een geschatte eindtijd van 1:50-2:00 uur. Huh? Hoe was ik daarin terecht gekomen? Foutje van de organisatie? Vakje verkeerd aangeklikt of een moment van overdreven optimisme bij het inschrijven? Ik weet het niet. Ik had als eindtijd ergens tussen de 2:00 en 2:15 uur in gedachten en als ik ergens dichtbij de 2:05 zou finishen zou ik blij zijn. Meer zat er gegeven de voorbereidingen niet in.

Gelukkig stonden in mijn startvak twee pacers van het Runner’s World Pacing Team met 2:00 uur op hun ballonnetje; Els (zo stond op haar ballon) en Ruud. Ik besloot het erop te wagen en te proberen of ik ze bij kon houden. Ik wist ook wel dat 2:00 uur niet haalbaar was, maar hoe langer ik ze bij kon benen, hoe beter, was mijn redenatie. En ik zou daarmee tevens voorkomen dat ik te snel van start ging.

Stadion vierkant

Omdat de pacers niet de hele tijd naast elkaar liepen en ik er al in de eerste kilometer achter kwam dat het voor mij erg lastig was om twee pacers in de gaten te houden, besloot ik mij te richten op Els. En dat bleek nog niet zo makkelijk. Ik ben namelijk niet gewend om achter een pacer aan te lopen. Bovendien was het druk en was Els ook nog eens een stuk kleiner en ranker dan ik. Met haar gele ballonnetje glipte ze behendig door alle gaatjes en ontweek ze soepel alle ‘in-de-weg-lopende-lopers’ en andere obstakels. En dat is toch wat lastiger als je 1.97 m. en 98 kilo bent. Ik heb heel wat stoepranden, vluchtheuvels, boomwortels, regenplassen en poten van dranghekken moeten trotseren om haar bij te houden. De route schijnt op sommige plekken veranderd te zijn ten opzichte van de jaren ervoor, maar daar heb ik niets van meegekregen. In opperste concentratie was mijn blik slechts gericht op het gele ballonnetje met daarop ‘Els 2:00’. Ik vrees dat ik de rest van mijn leven geen gele ballon meer kan zíen, zonder aan dit moment terug te denken. Ik heb een paar maal de neiging gehad om een foto te maken van Els en haar gele ballon. Die foto zou namelijk álles zeggen over deze race. Maar ik durfde het niet; bang dat het gepiel met mijn telefoon mij uit mijn concentratie zou halen. En ik wist dat als ik Els, Ruud en het clubje lopers eromheen kwijt zou raken, ik reddeloos verloren zou zijn. Bovendien: al hardlopend een foto maken van een andere hardlopende hardloper is volgens mij sowieso gedoemd te mislukken.

Op de Mauritskade vroeg Ruud hoe het ging en wat mijn doel was. Ik antwoordde dat ik weliswaar op de grens van mijn kunnen liep, maar dat het tot nu toe goed ging en dat ik wilde proberen ze zo lang mogelijk bij te houden. Maar ook dat ik wist dat de (beruchte) onderdoorgang bij het Rhijnspoorplein er aan kwam en dat ik daar vorig jaar helemaal stuk ging.

En nu dus weer. Na 15 kilometer flink doorstappen waren de helling en het daarop volgend stuk vals plat, net even teveel van het goede. De aanmoedigingen van de Half Crazy Runnerscrew, de Running Junkies en de Heldensupport van Sanne ten spijt, moest ik ze net na het Rijks laten gaan. De koek was op. Maar ik had wel mooi zo’n 16 kilometer geprofiteerd van ‘mijn’ hazen.

In het Vondelpark zag ik de gele ballonnetjes langzaam steeds verder van mij wegdrijven en ik zag op mijn horloge dat mijn eigen snelheid daalde. Ik baalde als een stekker. “Maar ho, wacht eens even! Ik ga mij in het zicht van de finish toch geen mooie tijd door de neus laten boren en in de laatste twee kilometer alles weer weggeven?” Het lukte me om de snelheid niet verder te laten dalen en zelfs nog een heel klein beetje te verhogen, maar boven de 10 kilometer per uur kwam ik niet meer. Eenmaal in het stadion kon ik het laatste beetje energie eruit persen: 2:02:27 uur! Dat is toch mooi even 7 minuten en 25 seconden van mijn PR af! Blij, maar wel helemaal uitgeput. Net na de finish stonden Els en Ruud. Mijn Superheroes. Volgend jaar loop ik zeker onder de 2:00 uur! Tenminste, als jullie er ook weer zijn Els en Ruud. Deal?

Dat krijg je ervan als je spijbelt

Het was me het zomertje wel. Of eigenlijk niet. Qua hardlopen. Na de Marathon van Rotterdam riep ik nog vol enthousiasme en overtuiging tegen iedereen die het maar wilde horen dat ik de vorm vast wilde houden. En dat ging ook heel goed. De eerste weken. Op de donderdag na DE zondag liep ik alweer mijn vertrouwde 8 km. lunch-rondje met mijn collega’s. In april en mei nog een paar twintigers en daarna werd het stil. Heel stil. In juli zelfs een periode van drie weken niet lopen. De fut was eruit; ik was even helemaal klaar met dat ge-ren. Kwam het door de drukte op het werk, de warmte of wellicht een verlate after-marathon-dip? Heb ik de impact van de marathon onderschat? Van alles wat denk ik.

Maar het hardlopersbloed kruipt waar het niet gaan kan. Dus de draad maar weer opgepakt. Enigszins onwennig ging ik op een zondag in augustus de deur uit voor mijn vertrouwde 10 km. rondje Toolenburgerplas. Die had ik eigenlijk het weekend daarvoor al willen doen, maar door uitstelgedrag was het er niet van gekomen. Ik zag er gewoon tegenop.

Het ging uiteindelijk re-de-lijk. In ieder geval redelijker dan anderhalve week later. Tijdens mijn lunchloopje stortte ik helemaal in. Ik moest zelfs een stukje wandelen. Tja, dat heb je ervan als je als enigszins ingekakte loper per se mee wilt met twee veel snellere collega’s, waarvan er eentje ook nog eens in training is voor Berlijn. Dat blijft niet onbestraft.

En dit weekend weer de deur uit voor een rondje Haarlemmermeer. Eerst de Boseilanden, waar ik even wilde checken hoe ver het stond met het nieuwe viaduct dat twee gedeelten van het recreatiegebied met elkaar gaat verbinden en vervolgens via de Toolenburgerplas weer terug naar huis. Een fijn rondje van zo’n 14 kilometer. Onderweg heerlijk genoten van o.a. de zwanenfamilie die sinds de lente aan deze kant van het dorp rondtrekt. Pa en ma Zwaan wisten maar liefst acht jongen groot te brengen. Inmiddels zijn ze bijna volwassen. Prachtig om te zien hoe de ouders hun pubers nog steeds tegen de boze buitenwereld verdedigen door zich elk aan één kant van de kinderschare op te stellen; de kinderen veilig tussen hen in. In de Boseilanden blijkt er met de komst van het nieuwe viaduct het nodige veranderd. Paden zijn geasfalteerd en omgelegd. Het wordt een toffe loopplek, waar het overigens ook fijn wandelen, fietsen, spelen en paardrijden is.

Tijdens een plas- en drinkpauze hoor ik ineens een piepje uit mijn horloge komen. Ik loop voor het eerst sinds lange tijd weer met mijn hartslagmeterband en TomTom blijkt in de tussenliggende tijd wat nieuwe features te hebben toegevoegd. Ik kijk op het display en zie ‘Slecht herstel’ staan. En bedankt. Zelf heb ik op dat moment meer behoefte aan een Evy Gruyaert-achtige kreet als “Ik ben fier op u!” of “Ge zijt goe bezig!”. Maar nee hoor! TomTom is onverbiddelijk en probeert het leed nog wel wat te verzachten door er een ongetwijfeld grappig bedoelde, doch droevig kijkende emoticon in hartjesvorm aan toe te voegen. Het kwaad is echter al geschied.

Ontgoocheld druip ik af naar huis. Dat krijg je ervan als je spijbelt. Eigen schuld, dikke bult. Nog vier weken tot de Damloop.

16361 in 4:36:48

En ineens is het zondagochtend 12 april. De dag waar ik maandenlang naar toe heb getraind. De dag waarvoor ik mijzelf enigszins op dieet had gezet, dat wil zeggen minder suiker en vet, wat weer zou moeten leiden tot een paar kilootjes minder. De dag waarvoor ik zelfs een sponsoractie ben gestart om geld op te halen voor onderzoek naar nierziekten. De dag waarop alle voorbereidingen moeten leiden naar een glorieuze finish na een loopje van naar schatting tussen de 4½ en 5 uur.

Als ik ’s morgens wakker word en opsta op mijn logeeradres in Capelle aan den IJssel voel ik mij goed. Ik heb er zin in en ik ben er klaar voor. Kom maar op met die Marathon Rotterdam 2015! Na een lekkere douche en een goed ontbijt neem ik de metro die mij in 10 minuten naar Station Beurs brengt. Van daar ga ik eerst door naar Bert en Verena die aan de Leuvehaven in een hotel hebben overnacht. Ik besluit om daar alvast mijn joggingbroek en jack uit te trekken en alles daar achter te laten. Ik hoef dus niets mee te slepen en dus ook niet langs de bagageafgifte. Samen met Bert loop ik rustig naar de start. Hij heeft een wedstrijdlicentie en start in vak C in de eerste wave. Ik zit in de derde startwave en kom, nadat ik een behoorlijke opstopping van hardlopers heb getrotseerd, aan bij vak G op het Hofplein. De sfeer is uitgelaten en iedereen heeft er duidelijk zin in. Als Lee Towers zijn ‘You’ll never walk alone’ inzet begint het te kriebelen in mijn buik. Nu gaat het echt gebeuren.

Start Coolsingel

Na zo’n 20 minuten zijn wij aan de beurt. Er wordt voor de derde keer afgeschoten en we zijn weg. Als ik de start passeer zie ik ook waar die enorme rookwolk vandaan komt die ik bij de voorgaande starts zag. Er staat een heus kanon. De eerste kilometers gaan niet erg hard. Het is domweg te druk om in mijn eigen tempo te lopen en ik word gedwongen het tempo van de meute aan te houden. Dat is overigens niet erg. Door de spanning en het foto’s maken was de warming-up er enigszins bij in geschoten. Die krijg ik nu alsnog.

Het eerste stuk gaat in een flits voorbij en voor ik het weet loop ik de Erasmusbrug op. Voor en naast mij zie ik het lint van duizenden lopers. Een prachtig gezicht! Eenmaal aan de overkant op de Laan op Zuid komt er meer lucht in het peloton en lukt het om wat vaart te maken. Ik moet al gauw gas terug nemen om te voorkomen dat ik te snel ga. Ik heb immers nog een kleine 40 kilometer voor de boeg. Na een dikke 10 kilometer komen we op het Havenspoorpad en ik verbaas mij over het feit dat er zulke mooie groene stukken in de marathon zitten. Ik geniet van de paar kilometer rechtdoor en loop heerlijk in het zonnetje. Aan het eind van het pad lopen we de bebouwing weer in. Vreemd dat er zo’n rare U-bocht in het parcours zit net voor het 15 kilometerpunt. In het tempo dat ik loop heeft zo’n bochtje nagenoeg geen effect, maar ik kan me voorstellen dat het voor de wedstrijdlopers een vervelend dingetje is. Ik loop lekker door en passeer het halve marathonpunt in 2:10 uur. Voor mij een prima tijd. Even heb ik nog de illusie dat als ik dit vast weet te houden, ik onder de 4½ uur zal finishen. Maar dat was natuurlijk iets te optimistisch.

Na een dikke 26 kilometer gaan we de Erasmusbrug weer op. Voor mijn gevoel is deze klim pittiger dan die aan de centrumkant. Ook heb ik best wel last van de wind. En ik heb er natuurlijk al een flink stuk op zitten. Al met al loopt de snelheid behoorlijk terug. Als ik het hoogste punt ben gepasseerd, kan ik weer wat vaart maken, maar kort daarna volgt de daling (en dus ook weer de klim) door de Blaaktunnel. Ook deze hakt er behoorlijk in. Bijkomend minpuntje is dat we de komende kilometers de lopers die het rondje Kralingse Plas al hebben gelopen, tegemoet lopen. Die zijn er dus al bijna. En wij hebben nog zo’n 14 kilometer voor de boeg.

Over het rondje Kralingse Plas kan ik kort zijn: Dat was niet het leukste deel van het parcours. De omgeving is mooi, maar verder staan er aanzienlijk minder mensen langs de kant en stond het voor mij vooral in het teken van ‘afzien’. Vooral kilometer 36. Ik ben even helemaal klaar met de marathon. Gedachten als “Waar ben ik aan begonnen?”, “Wat was hier nu ook alweer leuk aan?” en “Zijn we er nu nog niet?” schieten door mijn hoofd. Het is ook terug te zien in mijn data. Kilometer 36 was de traagste kilometer. Bij de drankpost besluit ik om even te gaan wandelen om rustig te kunnen drinken. Ik giet een paar bekertjes naar binnen en gooi er één over mijn hoofd. Dat doet een mens goed! Ik moet wel echt moeite doen om het weer op een hardlopen te zetten, maar het lukt. Nadat ik de Boszoom achter mij heb gelaten komt er ook langs de kant weer wat meer leven in de brouwerij en lukt het mij om weer in een soort van ritme te komen. Ik geniet van de prachtige huizen (of moet ik zeggen kastelen) aan de Kralingse Plaslaan. Maar de finish is nog (lang) niet in zicht. De laatste kilometers zijn niet de meest vrolijke uit mijn hardloopcarrière. Hobbelend op een slakkengangetje en mijzelf moed inpratend (had ik een keer gezien op tv, schijnt echt te werken), beweeg ik mij naar de finish. Een finish onder de 4½ uur zit er al lang niet meer in, maar dat had ik een uur geleden ook al geconcludeerd. Ik wil hier wel even een compliment geven aan het publiek. Ze schreeuwen me echt naar de finish. Waarschijnlijk loop ik erbij alsof ik drie dagen door de woestijn heb geploeterd, want overal hoor ik mijn naam voorzien van aanmoedigingen dat ik het kan, dat ik er bijna ben en dat ik goed bezig ben. Ik loop overigens een tijdje in de buurt van een man in een Feyenoord-shirt. Hij wordt nog veel meer aangemoedigd (tip).

Eindelijk draai ik de Coolsingel op. Het gevoel van vermoeidheid verdwijnt als sneeuw voor de zon en in een roes loop ik richting finish. Wat een sfeer! Alsof iedereen daar speciaal voor mij staat. Als ik de finish passeer voel ik de tranen achter mijn ogen. Waar komt dat opeens vandaan? Normaal ben ik niet zo’n emo-type. Maar nu dus wel. Dit heb ik toch maar mooi even geflikt. Later zie ik dat mijn officiële tijd 4:36:48 uur is. Ik ben tevreden. Mooi binnen de mijzelf opgelegde marge.

IMG_20150412_165314

Als ik maandagochtend wakker word overheerst nog steeds het euforische gevoel. Ik heb heerlijk geslapen en ben blij dat ik vandaag vrij heb genomen. De ochtend gaat in een roes voorbij. Beetje aan klungelen in huis, tas uitruimen, spullen opbergen, wasje doen, beetje Facebooken, Instagrammen en Twitteren en dat was het wel zo’n beetje. Terwijl de zon volop schijnt geniet ik van alle felicitaties en ‘likes’. Een beetje hetzelfde gevoel als toen ik mijn schoolexamen had gehaald. ’s Middags nog even met dochterlief op pad en dan met vrouw en dochter door naar de manege. Het is mooi weer, dus dochter heeft buiten les. Ik zit lekker in het zonnetje, ouwehoer wat met andere ouders en schep af-en-toe wat paardenstront uit de rijbak. We sluiten de dag af met een lekkere bak friet met saté, kroket en loempia.

Dinsdagochtend op mijn werk voel ik mij weer helemaal het mannetje. Ik sprint de trappen op-en-af alsof er niets is gebeurd en loop fluitend (in gedachten dan) door het pand. Maar, te vroeg gejuigt… Na een ochtend van voornamelijk zitten heb ik ineens weer stijve benen en voel ik mijn Hamstrings. Ben toch nog niet helemaal de oude dus. Hoe naïef van mij. Bovendien; zo zie je maar weer hoe slecht het voor een mens is om een paar uur achter elkaar op een stoel te zitten. Dat probeer ik normaal zoveel mogelijk te voorkomen, maar nu kon het even niet anders. Aan het eind van de dag besluit ik mijn HIT-training toch maar af te zeggen en in te ruilen voor een rustig rondje uitlopen. Een soort mini-marathon van Nieuw-Vennep, zullen we maar zeggen. Ook leuk.

Next stop: Rotterdam

Dat was hem dan, mijn laatste rondje voor the big M zondag a.s. Het was een heerlijk rustig lunchloopje door zonnig Haarlem en Heemstede. Als de weersomstandigheden zondag ook zo zijn, doe ik het ervoor. Alhoewel, in de zon en met nauwelijks wind voelde het al best warm aan. Het maakt me ook niet zoveel uit. Beetje regen vind ik ook niet erg, maar dat is weer zo jammer voor de toeschouwers en de bandjes langs de kant. Vooralsnog zegt de weer-app dat het zondag 14°C wordt en deels zonnig is. Dus dat is prima.

Over het weer gesproken: Ik heb überhaupt niets te klagen gehad over het weer in de afgelopen maanden. Toen ik mij eind vorig jaar net had ingeschreven vroeg ik mij nog af of het wel zo verstandig was om een voorjaarsmarathon te lopen. Dat betekent namelijk voor een groot gedeelte trainen in de winter, met kans op gladheid, ijzige kou en andere ellende. Maar Koning Winter heeft zich, zoals we allemaal weten, nauwelijks laten zien. Sneeuw was er in onze regio nagenoeg niet en ik heb slechts één keer last gehad van gladde fietspaden. Maar dat was op te lossen door dan maar door de berm te raggen. En geregend heeft het ook nagenoeg niet, behalve op die zondag twee weken geleden dan (de dag van de Zandvoort Circuitrun). Dat was goed voor de moraal zullen we maar zeggen.

Het laatste loopje is gelopen

En daar zit ik dan. De trainingen zijn gedaan, de loopjes zijn gelopen en de planning voor zaterdag en zondag is gemaakt. Dit moet het dan maar zijn. Ik ben er klaar voor en ik heb er enorme zin in! Maar er zijn ook twijfels. Heb ik wel genoeg gedaan? Lukt het mij om vlak te lopen? Ga ik niet enorm verval krijgen op zo’n (in mijn ogen) enorme afstand en kom ik uiteindelijk strompelend over de finish? Tegen iedereen roep ik in mijn enthousiasme dat ze me kunnen volgen via de Tracker op de Marathon-app. Was dat nou wel zo verstandig? Iedereen zit straks wel mee te kijken natuurlijk. Aan de andere kant kan het ook een extra stimulans zijn om het tempo erin te houden. Het idee is om op 10 km/uur weg te gaan en dat zo lang mogelijk vol te houden. Maar ik vrees (lees: ik weet wel zeker) dat ik dat geen ‘42 kilometer en nog een beetje’ vol ga houden. En dat hoeft ook niet. Ik ga genieten! En uitlopen is het belangrijkste doel. En als dat in een (voor mijn doen) beetje knappe tijd kan, ben ik blij. En zo niet, dan ook.

Ach, het zal wel meevallen. Aan de aanmoedigingen zal het niet liggen. Mailtjes, appjes, telefoontjes, facebookberichtjes, mensen die me ‘live’ succes wensen, alle donaties voor de Nierstichting. Ik ben er stil van. Het brengt wat teweeg, zo’n marathon.

PER SPOOR

Normaal ben ik niet zo van de planning. Althans niet dat ik mij bewust ben. Ik doe over het algemeen maar wat en het komt altijd goed. Maar als het er echt op aan komt -zoals nu- wil ik alle onzekerheden uitschakelen en me zo goed mogelijk kunnen voorbereiden. Het is tenslotte mijn eerste. En hoewel ik er binnen de grenzen van het mogelijke alles aan gedaan heb om me goed voor te bereiden begint, nu de grote dag nadert, de spanning toe te nemen. Om mijzelf, maar ook om iedereen die zo lief was om een bijdrage aan de Nierstichting te doen (sponsoren kan nog steeds) niet teleur te stellen, wil ik zo ontspannen en uitgerust mogelijk aan de start verschijnen. Ik heb het uiteraard over dé marathon.

Ontspannen en uitgerust. Dat betekent alle onzekerheden en risico’s zoveel mogelijk uitsluiten en waar dat niet kan, ze beheersen. Eén van de grootste onzekerheden is wat mij betreft ‘de reis er naartoe’. Koste wat het kost wil ik een debacle zoals bij de halve van Amsterdam vorig jaar, voorkomen. Al leverde dat achteraf natuurlijk wel een leuke blog op. Maar dit even terzijde. En laat hem nu net bij die reis momenteel de grootste onzekerheid zitten. En ik heb er geen invloed op.

Wat is het geval: De NS, nota bene ‘Supporter van Bewegen’ zoals op hun homepage vermeld staat. De NS, die een speciaal ‘NN Marathon Rotterdam’-kaartje aanbiedt. Die NS dus. Die heeft verzonnen om in de nacht en ochtend voorafgaand aan de Marathon van Rotterdam werkzaamheden uit te voeren. Hoe verzin je het. Voor de duidelijkheid: het gaat om het traject Amsterdam-Leiden-Den Haag-Rotterdam. Niet bepaald een boemellijntje. Ik vermoed zomaar dat ik niet de enige ben die op zondagochtend 12 april via deze route naar Rotterdam reist. ReisadviesMijn start is om 10.00 uur. Dat betekent rond 9.30 uur richting startvak. Ik moet ook nog van het station naar de start lopen, mijn startbewijs halen (ook daar zal ik niet de enige zijn), omkleden, tas afgeven, etc. Al terugrekenend moet je toch een beetje op tijd op Rotterdam Centraal zijn.

De eerste trein die weer normaal rijdt (lees zonder gedoe met bussen) is die van 7:43 uur uit Nieuw-Vennep. Reistijd 55 minuten. Dan ben ik om 8:38 uur op Rotterdam Centraal. Een te groot risico vind ik. Er hoeft maar iets mis te gaan… Bovendien geeft NS, ondanks het feit dat deze trein weer volgens de normale dienstregeling rijdt, een waarschuwing wegens werkzaamheden. Gaan ze er nu al vanuit dat de werkzaamheden uitlopen? Die kans is niet ondenkbaar weet ik uit ervaring. En dan moet ik alsnog een stuk met de bus, ben ik langer onderweg en heb ik minder tijd om me rustig voor te bereiden. Geen optie.

Eerder met de trein dus. Dan kom ik uit op 6:43 uur. Vreemd trouwens. Ik woon middenin de Randstad en een vroegere trein is een uur eerder? Maar goed, dan ben ik dus om 8:08 uur in Rotterdam. Reistijd 1 uur en 25 minuten, inclusief een sightseeing per bus door ontwakend Den Haag, u gratis aangeboden door NS. Ik verwacht er op zijn minst een kopje koffie bij. Dan ben ik dus om 8:08 uur op Rotterdam Centraal. Is op zich prima, maar wat als het tegenzit? Wat als er niet genoeg bussen zijn om al die marathonlopers en hun supporters te vervoeren? Weet NS wel dat er een marathon is? Ja, die afdeling van dat speciale ‘NN Marathon Rotterdam’-kaartje weet dat in ieder geval wel. Maar weet de afdeling ‘Vervangend busvervoer vanwege werkzaamheden’ het ook? Ik hoop het. Maar zeker weten doe je het niet. Is NS qua vervangende bussen voorbereid op de aantallen verwachte lopers en enthousiaste toeschouwers? Nu weet ik ook wel dat het grootste deel van de toeschouwers uit Rotjeknor komt, maar mijn ervaring met de Damloop en de Marathon van Amsterdam is dat het in de trein naar zo’n evenement best druk kan zijn.

Dilemma dus. Ik wil niet te laat komen. En zeker niet anderhalf uur gestrest onderweg zijn. Maar 2 uur en 30 minuten voor de start de voordeur achter mij dichttrekken om een afstand te overbruggen van hemelsbreed 40 kilometer moet toch voldoende zijn? Ik kan nóg een trein eerder nemen. Maar als alles dan onverhoopt wél goed gaat, sta ik om 7:43 op Rotterdam Centraal. Is ook wel weer een beetje vroeg. Maar dan kan ik wel nog even een bakkie doen bij Bert en Verena, die vlakbij de start in een hotel zitten. Zij wel.

De ene zondag is de andere niet

Nog een kleine twee weken en dan is het zover. Dé Marathon van Rotterdam. Mijn Marathon. Mijn eerste. Al vanaf december volg ik een schema dat mij uiteindelijk in staat moet stellen om de 42 kilometer en 195 meter te overbruggen. Ik heb het beginnersschema van Runnersworld gebruikt. Dat schema schrijft vier keer per week lopen en één keer crosstrainig voor. Ik houd het op drie keer per week lopen en één keer High Intensity Training. Vier keer per week lopen zit er gewoon niet in. Desondanks maak ik weken van 30 tot 50 kilometer. Is dat voldoende? Ik denk het wel, maar we zullen het zien.

De lange duurlopen loop ik in het weekend, doorgaans op de zondag. Vorige week zondag had ik mijn langste duurloop: 32 kilometer. Best wel een end. Omdat ik in een straal van enkele kilometers rond mijn huis na drie jaar lopen iedere stoeptegel wel ken, besloot ik om de auto te pakken en naar het Haarlemmermeerse bos te rijden, om van daaruit te starten voor de 32. Als je dan tóch zo’n eind moet sjouwen, dan maar liever zoveel mogelijk over onbekend terrein. Dan valt er nog eens wat nieuws te ontdekken. Het was een heerlijke dag; lekker temperatuurtje, zonnetje erbij en nagenoeg geen wind. Het plan was om langs de Polderbaan te lopen en dan bij het Kleinpolderplein linksaf naar Haarlem, een stuk door de binnenstad en via Heemstede en Cruquius weer terug. Eenmaal lopend bedacht ik mij dat, met 32 kilometer voor de boeg, Amsterdam ook binnen handbereik moest liggen. Een blik op de ANWB- fietsborden leerde mij dat dit inderdaad het geval was en terplekke besloot ik rechtsaf te gaan richting Amsterdam. Voor ik het wist was ik de Ringvaart gepasseerd en stond ik in Osdorp. Voor de grap maakt ik een selfie voor Tram 1 die ik op Facebook postte. “Ben je helemaal naar Amsterdam gelopen?”, reageerde mijn vrouw. Tja, je moet toch ergens heen. En ik vind Osdorp een leuke wijk met verrassende architectuur, zoals het dierenasiel van Arons en Gelauff architecten en iets verderop het WoonZorgComplex met de hangende woningen van MVRDV. Ook het nog iets verderop gelegen project ‘Meer en Oever’ met de bijzondere Schutterstoren (DKV Architecten) is zeer de moeite waard. En zo was ik al genietend al snel bij de Sloterplas aangeland. De bidon was inmiddels leeg en de blaas vol, dus maar even een pitstop gemaakt bij de Mac op het Osdorpplein en daar meteen een smoothie gekocht. Van 100% puur fruit! Althans, dat staat erop. Toch blij dat ik onder het mom “Je weet het maar nooit met zo’n lange duurloop!” € 10 in mijn kontzak had gestopt (tip).

Samenvatting langste duurloop. Zondag 22 maart 2015.

Na nog wat omzwervingen door Osdorp-De Aker uiteindelijk via Lijnden en de Polderbaan weer terug naar de auto. De laatste kilometers waren pittig. De al vaak gehoorde kreet “De marathon begint bij 30 kilometer”, spookte door mijn hoofd. Maar al met al toch een fijn loopje. Die laatste 10 kilometer moeten 12 april dan maar op karakter. En als het even kan onder dezelfde fijne weersomstandigheden.

Hoe anders was dat dit weekend! Op het schema stond voor het één na laatste weekend vóór de grote dag een wedstrijd op het programma van ‘slechts’ 10 kilometer. Op internet had ik gezien dat een paar dorpen verderop zondag een hardloopevenement was met o.a. ook een 10 kilometer. Perfect voor mij dus. Zondagochtend was het echter niet bepaald fraai weer. En we hadden zaterdagmiddag ook al de hele middag in de regen en kou gestaan vanwege een paardrij-evenement van dochterlief, dus ik had er niet echt zin in. Ik besloot om niet te gaan en later op de dag mijn eigen wedstrijd te lopen. Dat wil zeggen: vanuit de voordeur een 10 kilometerrondje rond de Toolenburgerplas en weer terug. En dan zo snel mogelijk. En ondertussen maar hopen dat het toch nog even een uurtje droog zou worden. Ik ging eerst wat klusjes in huis doen, maar het weer werd er niet bepaald beter op. Het begon steeds harder te regenen en te waaien. Maar wat moet, dat moet. Dus om half vier (na de nodige moed te hebben verzameld) toch maar naar buiten. De regen kwam met bakken naar beneden en ook de wind liet zich niet onbetuigd. De eerste anderhalve kilometer gingen nog best aardig. In de luwte van de huizen viel het met de wind nog wel mee. Maar daarna kwam het stuk naar Hoofddorp dwars door de weilanden. Ik beleefde nog even een gelukzalig moment vanwege het feit dat ik de wind in de rug had en (voor mijn doen) duizelingwekkende snelheden van rond de 16 kilometer per uur haalde. Maar dat gevoel verdween al snel toen ik mij realiseerde dat ik, met volle tegenwind, via dezelfde weg ook weer terug moest. Hoe pittig het zou worden merkte ik al snel. Daar waar het fietspad bovenop een viaduct een 90 graden bocht maakt, kreeg ik van links de volle laag regen, hagel en wind. “Dat wordt een pittige terugtocht”, bedacht ik mij. En dat werd het. De schuimkoppen stonden op de golven van de anders zo vrolijke Toolenburgerplas. En nadat ik de wind in korte tijd achtereenvolgens van links, van voren en van rechts had, was ik in ‘no time’ helemaal doorweekt (tot dan toe was vooral mijn achterkant nat). En toen moest het lange rechte stuk pal tegen de wind in terug naar huis nog komen. De snelheid zakte daar naar 7 kilometer per uur en ik had het gevoel dat ik soms bijna stil stond.

Zonder ook maar één droge draad aan het lijf en soppend in mijn schoenen was ik na ruim een uur weer thuis. Toch nog een soort van wedstrijd gelopen. Maar dan tegen de elementen. Een half uur later was het droog…

Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’

“Jij zou toch nog gaan lopen?”, vroeg mijn vrouw mij zondagochtend. “Ik weet het niet”, zei ik in alle eerlijkheid. De afgelopen dagen ging ik hoestend en rochelend als een oude roker door het leven. Ik heb een flinke kou te pakken, inclusief lamlendig gevoel, een hoofd vol met watten, hoofdpijn en slecht slapen. Al vanaf vrijdag twijfel ik of ik in het weekend wel een lange duurloop moet gaan doen. Ik heb nog even bedenktijd, want we gaan eerst naar Jumping Amsterdam om daar te gaan kijken naar Jeroen Dubbeldam die met Zenith waanzinnige sprongen maakt en om het voltigeren te zien. Dochter en vriendinnetje genieten met volle teugen. En wij ook.

Weer thuis gaat het nog steeds niet echt lekker. Na een stevige lunch en wat rommelen in huis, is het op een gegeven moment nu-of-vandaag-in-ieder-geval-niet-meer. Er schijnt een heerlijk februarizonnetje,  maar dat zal niet lang meer duren; het wordt al laat. Dus wintershirt en handschoenen aan, Buff om mijn hals en gaan. Met een “Ik ga in ieder geval een klein rondje en als het langer wordt laat ik het weten”, ga ik op pad.

Ik besluit om mijn vertrouwde 10 kilometer rondje richting recreatiegebied Toolenburgerplas te lopen in de wetenschap dat zich daar na ongeveer 5 kilometer toiletten en water bevinden en -voor als het écht niet meer gaat- een snelle busverbinding die mij binnen 2 minuten weer terugbrengt naar mijn dorp. Het blijkt niet nodig. Het gaat onverwacht lekker en ik stuur mijn vrouw een bericht dat het wat later wordt. Ik besluit naar recreatiegebied Boseilanden te lopen. Als ik via die route terug naar huis loop, kom ik op 13 à 14 kilometer. Dat lijkt me gegeven de omstandigheden mooi genoeg.

Eenmaal in de Boseilanden ben ik niet meer te stoppen. Ik kom in een flow. “What the heck! We knopen er nog een lusje aan vast.” Het vervelende snotterige, verdoofde gevoel lijkt te zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik voel me beter dan ik mij de laatste dagen heb gevoeld en besluit -bijna weer thuis- alsnog een aanval te doen op de 20 kilometer, met nóg een extra lusje door het dorp. Na 19,1 kilometer ben ik weer thuis. Als het niet inmiddels donker was geworden en mijn vrouw mij niet naar huis had gemaand omdat het eten op tafel stond, had ik de 20 vol gemaakt. Ik voel me herboren. Het kan raar lopen.

Epiloog: Maandagochtend. Het is droog als ik de deur uit ga naar mijn werk. Een paraplu neem ik niet mee. Er ligt er nog één op mijn werk en anders zit ik vanmiddag met twee paraplu’s én mijn werktas én mijn sporttas in de bus. Foute keuze. Als ik twee minuten van huis ben komt de regen en natte sneeuw met bakken naar beneden. De koude wind, die natuurlijk recht van voren komt, maakt het helemaal af. Als ik 10 minuten later in de bus zit ben ik zeiknat, doet mijn voorhoofd pijn van de koude wind en hoop ik dat er nog een pakje zakdoeken in mijn tas zit. Bij de lunchtraining stort ik halverwege helemaal in. Mijn tong hangt op mijn schoenen. De trainer kan een grijns niet onderdrukken als ik hem vertel over de afgelopen vier dagen en mijn euforische loopje van gisteren in het bijzonder. “Ga jij maar een rondje rustig uitlopen”, raadt hij mij aan. “Lijkt me een goed plan”, zeg ik. En ik vertrek op een sukkeldrafje voor een rondje hertenkamp. Gevalletje overmoed. Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’. Weer wat geleerd.