Jij zit zeker op basketbal!

Dat is wat ik in mijn jeugd vaak hoorde. Want als je lang bent, dan doe je aan basketbal, was de redenatie van velen. Nu ik ‘wat ouder’ ben, ben ik met mijn 1.97 meter nog steeds niet één van de kleinsten. “Lekker handig als je zo lang bent!” riep laatst een collega. “Soms wel ja.”, zei ik. “Als het ergens druk is kan ik overal overheen kijken.” Maar vaker is het een nadeel. Broekspijpen en mouwen zijn te kort, bedden zijn te klein, trein- en vliegtuigstoelen zijn te krap en ga zo maar door. En onlangs heb ik nog een paar dagen niet kunnen hardlopen doordat ik met mijn dochter te veel ritjes in een botsauto had gemaakt. Mijn lange benen pasten niet in het autootje met als gevolg dat mijn knieën meerdere keren tegen de metalen rand van het autootje klapten. Gevolg: pijnlijke en blauwe knieën en ik ging een paar dagen strompelend door het leven. Note to self: Niet doen vlak voor de Damloop, halve marathon or whatsoever. Ook het kopen van hardloopkleding vereiste in het begin het nodige speurwerk, maar inmiddels weet ik aardig welke merken en modellen ik moet hebben. Voor de liefhebber: Daar kom ik in een andere blog nog wel eens op terug.

Laatst zei iemand tegen mij: “Jij kunt zeker heel hard lopen met die lange benen van je!” “Nou, het zit hem meer in de pasfrequentie.”, mompelde ik terug. Die opmerking heeft me echter wel aan het denken gezet. Want hoe zit dat nou eigenlijk? Maakt het qua hardlopen wat uit hoe lang je bent? Zonder de pretentie hier een semi-wetenschappelijk verhaal van te maken, hieronder zomaar wat overpeinzingen, aangevuld met wat quick & dirty speurwerk.

Met lange benen zou je logischerwijs een langere paslengte moeten hebben. Dus zou je met iedere pas een groter afstand moeten kunnen overbruggen. Dus sneller op de plek van bestemming. Klinkt logisch toch? Maar langere benen (en dus vaak ook een langer lichaam) betekent meer massa om mee te sjouwen. En meer luchtweerstand. En dat zou dan juist weer een nadeel zijn. Of ‘Heb ieder voordeel z’n nadeel’ en heffen ze elkaar op? En maakt het dus uiteindelijk niet veel uit? Als ik naast mijn achtjarige dochter loop, maak ik duidelijk grotere passen dan zij. Maar haar pasfrequentie ligt hoger en per saldo gaan wij even snel.

Usain Bolt
Usian Bolt

Lange mannen zijn in ieder geval niet per definitie in het nadeel als het om hardlopen gaat. Usain Bolt meet maar liefst een respectabele 1,96 meter. De Jamaicaan weegt daarbij ook nog eens 93 kilo. En toch supersnel. Bewegingswetenschapper Bert Otten van de Rijksuniversiteit Groningen stelt in een onderzoek uit 2011 dat Bolt’s lengte in zijn voordeel werkt: ”De gemiddelde onderbeen/bovenbeen-verhouding is 103 procent. Bij Bolt is die verhouding 112 procent. Zijn onderbenen zijn veel langer dan verwacht mag worden op basis van zijn bovenbeenlengte. […] Tot voor kort werden lange mensen die de sprinttop wilden halen ontmoedigd. De prestaties van Bolt laten zien dat lengte juist wel voordelig is. In de juiste verhoudingen, tenminste.”, aldus Otten.

Relatief lange onderbenen en een lage stapfrequentie dus. Alhoewel ik in een artikel op Prorun.nl juist weer lees dat Amerikaanse onderzoekers vonden dat juist relatief korte onderbenen sprinters van niet-sprinters onderscheid. En relatief korte achillespezen. En lange tenen. Letterlijk dan.

Professor Adrian Bejan deed onderzoek naar de lichamen van atleten en legt de relatie tussen het zwaartepunt in het lichaam en de sprintsnelheid. Hoe hoger het zwaartepunt, hoe sneller de sprinter. Dat verklaart deels ook het succes van de Afrikanen. “Het zwaartepunt in het lichaam van sprinters afkomstig uit West-Afrika hoger ligt hoger dan bij blanke atleten, omdat ze relatief langere benen hebben. Hierdoor zijn ze gemiddeld 1,5 procent sneller dan blanke sprinters.[…] De beste sprinters uit Jamaica en de VS hebben vrijwel altijd West-Afrikaanse roots.”

Relatief lange benen dus. Die heb ik ook. Maar Afrikaanse roots heb ik weer niet. Mijn wortels liggen in de Groningse klei en op het Drentse veen. En een sprinter ben ik ook niet. Had ik mij dan toch in mijn jonge jaren bij een atletiekvereniging moeten aansluiten? Heb ik mijn talenten verwaarloosd, verkwanseld en te grabbel gegooid? Had mijn naam kunnen prijken op vele uitslagenlijstjes? Ik weet het niet. Ik ben namelijk ook wel een beetje lomp. En onbeholpen. In ieder geval niet het toonbeeld van souplesse. En bij tijd en wijlen ben ik redelijk ongedisciplineerd qua sport.

Christophe Lemaitre
Christophe Lemaitre

Voor een sprinter is het blijkbaar niet per definitie een nadeel om lang te zijn. Integendeel; voorbeelden zijn er genoeg. En het ontbreken van Afrikaanse roots hoeft ook niet altijd een probleem te zijn. Kijk naar Christophe Lemaitre (1,90 m.). Echter, zijn prestaties werden in een studie van J.B. Morin (University of Saint-Etienne, France) vooral toegeschreven aan zijn vermogen om op een effectieve manier zijn kracht om te zetten in snelheid tijdens de momenten waarop hij de grond raakt in combinatie met een hoge pasfrequentie en een relatief kort grondcontact. En dus niet zozeer aan zijn lengte. Als ik het goed vertaald heb althans…

Maar hoe zit dat dan met duurlopers? Eliud Kipchoge, winnaar van de marathon van Rotterdam 2014 meet ‘slechts’ 1.67 meter. Maar wel een Afrikaan. En snelste Nederlander Khalid Choukoud blijft steken bij 1,76 meter. Dat maakt Khalid niet echt klein, maar ook niet lang.

“Goede hardlopers hebben lange benen in verhouding met hun bovenlichaam”, aldus Runinfo.nl. “De verhouding is bovenlichaam gedeeld door onderlichaam. Een verhouding van 1,0 en lager is uitstekend. Normaal is de verhouding 1,1. Een verhouding van 1,2 en hoger komt het looptalent niet ten goede.” Ook hier zit het hem dus niet zozeer in totale lengte, als wel in het hebben van langere benen. Daarbij is overigens de ideale verhouding per 2,5 cm lichaamslengte één kilo lichaamsgewicht, lees ik op Runinfo.nl. Dat betekent dus dat ik met mijn 1.97 meter een kleine 79 kilo ‘mag’ wegen. Lijkt me wat weinig.

Conclusie: Met relatief lange benen (verhouding boven-/onderlichaam) ben je sneller. En dat hoeft dus niet persé te betekenen dat je ook lang bent. Maar stel dat twee lopers van verschillende lengte maar met dezelfde lichaamsverhoudingen, conditieniveau, leeftijd etc. tegen elkaar lopen. Wie is dan sneller? Vragen, vragen, vragen. Ben er nog niet uit. Wie het weet mag het zeggen.

Geef een reactie