Soure

No meio do mato

Vijftien jaar kom ik nu al in dit dorp in het midden van Portugal. Het dorp waar mijn schoonvader is geboren en waar zijn moeder (de oma van mijn vrouw) nog steeds woont.

Door de jaren heen heb ik het dorp goed leren kennen. De omgeving ken ik, met dank aan mijn dochter, ook heel goed. In de periode dat zij nog haar middagslaapje moest doen was de enige manier om haar in slaap te krijgen (en te houden) door met haar te gaan rijden in de auto. Iedere middag een uurtje of twee. De door mijn dochter destijds veroorzaakte CO2 uitstoot was ongekend. Maar dat ligt inmiddels gelukkig alweer ver achter ons.

Dit jaar gingen voor het eerst de hardloopschoenen mee. Om tijdens de vakantie toch een beetje in vorm te blijven, maar ook om de omgeving eens op een andere manier te leren kennen. En dan met name die plekken die per auto niet bereikbaar zijn en plekken waar ik normaal niets te zoeken heb. En zo toog ik op een enigszins bewolkte ochtend op pad. Een flesje water had ik op dit tijdstip en onder deze omstandigheden niet nodig dacht ik. “Da’s allemaal maar extra gewicht.” FOUT!!! Al na een kilometer snakte ik naar een slokje water.

Ik had het plan opgevat om een paar kilometer langs de rivier te lopen, over een weggetje dat vast wel langs de rivier zou lopen. En dan zou er na een paar kilometer vast wel een brug of dam zijn en dan langs de andere kant weer terug. Dat was het plan. Maar al na een paar minuten lopen ging de rivier linksaf en het pad waarop ik liep naar rechts. En voor ik het wist liep ik midden tussen de olijfbomen, wijngaarden en verwaarloosde stukken land in een heel andere richting dan ik van tevoren had bedacht. Ik besloot ter plekke ‘de tijd de tijd te laten’ en de vakantiemodus aan te zetten: lekker genieten van de omgeving en af-en-toe even tijd nemen om een foto te maken. In een relaxed tempo slingerde ik door het landschap richting spoorlijn.

Brug over het spoor
Casal da Venda

Vlak voor de spoorlijn boog het pad naar links met in de verte een prachtige brug over het spoor voor fietsers en voetgangers. Aan mijn kant was het via een fijne hellingbaan een prettige klim ‘brug-op’. En aan de andere kant van de brug liep ik er gelijkvloers weer af om vervolgens via een steil straatje door het aldaar gelegen dorp weer naar beneden te denderen. Aangekomen op een t-splitsing werd het kiezen. Ga ik rechts in een poging de spoorlijn enigszins te volgen waarvan ik weet dat die mij mogelijk terugbrengt naar waar ik vandaan kom? Maar die wel stijl omhoog en bovendien een bos inloopt? Of kies ik toch maar links voor een weg die weliswaar iets van de spoorlijn afwijkt, maar wel lekker naar beneden gaat en die er iets minder afgelegen uitziet? Later leerde ik dat dat eigenlijk allemaal geen moer uitmaakt, want een weg linksaf stijl naar beneden blijkt na een bocht ineens toch weer rechtsaf stijl omhoog te lopen.

Ik koos voor de weg stijl omhoog en werd na het nodige klimwerk beloond met een prachtig uitzicht. Vanaf dat punt nam ik een doorgaande weg die geleidelijk aan naar beneden liep. Een enigszins hachelijke onderneming, want er wordt hard gereden, de bochten zijn onoverzichtelijk en stoepen en fietspaden kent men hier niet. Gelukkig zie je mij met mijn bijna twee meter en fluorescerende shirt niet zo gauw over het hoofd. Anderzijds lopen die oude vrouwtjes hier ook al hun hele leven en die hebben het blijkbaar ook overleefd.

Triomfboog
Gabrieis

Terug in het dorp was ik nog niet moe en besloot ik er nog een lusje aan vast te knopen en aan de andere kant het dorp uit te lopen. Na een mooie klim kwam ik deze prachtige door moeder natuur gevormde triomfboog tegen. “Mooier wordt het niet!”, dacht ik. “Tijd om terug te gaan.” En eerlijk gezegd was ik ook best moe en was inmiddels de zon gaan schijnen. En ik had dorst. Na ongeveer 10 km. was ik weer thuis. Gemiddelde snelheid was natuurlijk dramatisch, maar daar ging het ook niet om. Volgende keer wel een flesje water mee.

Geef een reactie