Tagarchief: 2014

De 25 van Amsterdam

Zondagochtend 19 oktober. Vandaag is het zover. Voor de derde keer loop ik de halve marathon van Amsterdam. En ik heb er zin in! Ik rommel wat in de woonkamer en wacht tot de live uitzending van de wedstrijd op AT5 begint; ondertussen stop ik de laatste spullen in mijn tas. Ik besluit om mijn oude schoenen aan te doen en mijn nieuwe in de tas te stoppen. Na aankomst in Amsterdam kan ik dan mijn schoenen verwisselen en een paar droge sokken aantrekken. Zo sta ik lekker fris aan de start. Omdat ik een busabonnement heb en omdat ik toch pas om 13:44 uur start, heb ik besloten met de bus te gaan. Met stip één van de domste beslissingen van 2014, zou later blijken…

Ik plan het zo dat ik na aankomst nog ruim een uur heb tot het startschot klinkt. Tijd genoeg om mij om te kleden, nog even wat te eten en te drinken, etc. De busrit verloopt voorspoedig. Wel heeft de chauffeur op Schiphol even overleg over de te volgen route. “Zeker een nieuwe chauffeur”, denk ik nog. Op de ring A10 gaat het mis. De bus gaat een totaal andere kant op dan volgens de dienstregeling zou moeten. “Er geldt vanaf 6.00 uur al een omleiding vanwege de marathon”, zegt de buschauffeur. Hoe ironisch. Dus daar ging dat overleg over. “U kunt het beste op het Leidseplein uitstappen.” Er volgt een onnavolgbare route dwars door Amsterdam. Ondertussen verzin ik plan B. Ik besluit inderdaad op het Leidseplein uit te stappen, met de tram naar de Lelylaan te gaan en van daar met de metro naar de Amstelveenseweg. Dat lijkt mij de route met de meeste kans om nog tijdig bij de start te komen.

Ondertussen is de bus gestrand in de drukte. Om 13:00 uur besluit de buschauffeur ons midden op de kruising van de Overtoom en de Stadhouderskade vrij te laten. De halte is eigenlijk op het Leidseplein, maar om de één of andere reden kan hij daar niet heen. Als ik buiten sta zie ik waarom. Overal staan hekken op de weg. En niet alleen vanwege de marathon, maar ook vanwege een vrachtwagen die de bovenleiding van de tram kapot heeft getrokken. Het tramverkeer aan deze kant van de stad ligt voorlopig volledig plat. Daar gaat plan B. De moed zakt me in de (hardloop)schoenen. De halve van Amsterdam, waar ik zo naartoe heb geleefd, lijkt verder weg dan ooit. Hier sta ik dan. Nog 44 minuten tot de start. Wat nu? Even heb ik de neiging om op de eerstvolgende bus naar huis te springen. Maar dan zie ik in de verte een lang lint marathonlopers het Vondelpark in lopen en weet ik dat nú opgeven geen optie is. Over op plan C.

De enige mogelijkheid om nog enigszins op tijd bij het Olympisch Stadion te komen is ….. lopen. Google Maps vertelt mij dat het 3,3 kilometer lopen is naar het stadion. Tel daarbij dat de kledinginname nog een stukje voorbij het stadion is en dat ik daarna nog weer terug moet lopen naar de start op de Stadionweg en ik weet dat ik, met 44 minuten op de klok, een kleine 4 kilometer lopen voor de boeg heb. Dat wordt een hele uitdaging. Half snelwandelend half joggend loop ik het Vondelpark in. Ik ben jaloers op de lopers die daar ‘lekker’ met hun wedstrijd bezig zijn. Ik hoop dat ik de start ook ga halen, maar van een ontspannen start is op deze manier al lang geen sprake meer. Even nog vat ik het plan op om via het Museumkwartier binnendoor te steken, maar dit stuk van Amsterdam is mij te onbekend. Het risico dat ik hopeloos verdwaal en daarmee mijn kans verspeel om nog op tijd aan de start te verschijnen, is te groot. Ik besluit het park weer in te lopen en het parcours te volgen. Al lopend werk ik de smoothie naar binnen die ik de vorige avond heb gemaakt. Ik passeer terrasjes waarop lopers met medaille ontspannen genieten van een drankje. Ikzelf ben alles behalve ontspannen. De tijd tikt door. Met nog 9 minuten te gaan passeer ik de ingang van het stadion op weg naar de kledinginname. Ik heb hoge nood maar dat stel ik uit tot de terugweg. Midden op straat trek ik mijn joggingbroek en jas uit. Ik heb geen tijd meer om mijn schoenen te verwisselen. Er zit niets anders op; dan maar op mijn oude schoenen. Ik gris nog snel een energybar en een gelletje uit mijn tas en ga er vandoor. Nu wordt de nood te hoog en ik moet een sanitaire stop maken. Daarna loop ik snel richting start. In de verte zie ik ‘mijn’ startvak richting start lopen. Als ik een sprintje trek kan ik nog aansluiten. Ik doe het niet. Ik besluit mijzelf een paar minuten te gunnen om even op adem te komen en sluit aan bij het laatste startvak. Het zweet staat op mijn rug.

Ik doe een paar ademhalingsoefeningen in een poging enigszins tot rust te komen. Het helpt een beetje. Even later zet de massa zet zich in beweging. Ook wij mogen nu richting start. Na 100 meter krijg ik opnieuw aandrang. Het zal de stress zijn, in combinatie met de kop thee, de bak yoghurt en het glas water die ik voor vertrek nog naar binnen heb gewerkt. En de halve liter smoothie van zojuist natuurlijk. Ik glip door een opening in het hek. Als ik terugkom zie ik dat ik me bij de laatste 100 starters bevind. Dat ritueel herhaalt zich een paar meter voor de start nogmaals, waardoor ik mij nu écht in de achterhoede bevind. Hetgeen nog eens wordt bevestigd door de speaker: “Dames en heren, een extra applausje voor de aller-,aller- allerlaatste lopers!” Niet echt een lekkere plek. Met zo’n 44.000 lopers voor mij en zo’n 25 achter mij, is voor mij dan toch nog de halve van Amsterdam begonnen.

Ik druk mijn horloge in en heel groot komt in beeld hoe laat het is. Normaliter staat op die plek mijn actuele snelheid. Meteen weet ik hoe dat komt. Ik heb zaterdagavond mijn horloge nog even gesynchroniseerd en meteen een software-update meegepakt. Mijn settings zijn daardoor gewijzigd. Gelukkig zie ik nog wel hoe lang ik onderweg ben en welke afstand ik heb afgelegd, dus met een beetje rekenwerk kan ik mijn gemiddelde snelheid berekenen. Achteraf had ik simpelweg door het menu kunnen scrollen om de instellingen te wijzigen, maar dat kwam op dat moment even niet in mij op.

Al gauw kom ik in een lekkere cadans, maar ik voel dat het niet erg hard gaat. Dat is niet persé een nadeel; versnellen kan altijd nog. Ondanks de drukte en het soms smalle parcours weet ik aardig wat lopers in te halen. Als ik na een paar kilometer de Joan Muyskenweg op draai, zie ik op de Utrechtsebrug boven mij de sliert lopers die achter mij loopt. Ik constateer dat ik er al enkele honderden heb ingehaald. Goed voor het zelfvertrouwen.

Niet lang daarna kondigt zich de eerste drinkpost aan. Uit ervaring weet ik dat je beter even door kunt lopen naar het eind, omdat het daar minder druk is. En ik wil nu geen halt houden en mijn ritme verstoren. Het is inderdaad erg druk. Mensen staan met een bekertje in hun hand als ware het een staande receptie. Ik loop bijna een vrouw ondersteboven die onverwacht stil staat en een 90 graden draai maakt. Ook aan het eind is het echter te druk. Ik weet al lopend geen bekertje te scoren. Helaas pindakaas.

Bij de volgende drinkpost besluit ik de tijd te nemen om rustig een bekertje leeg te drinken. Ik ben toch al gestopt voor een sanitaire stop. De tijd die ik verlies betaalt zich hoop ik wel weer terug. De daarop volgende kilometers verlopen zonder bijzonderheden. Al verbaas ik mij wel een aantal keren over het feit dat vermoeide lopers gezellig al wandelend en keuvelend helemaal links blijven lopen; ook daar waar het parcours slechts enkele meters breed is. Mede daardoor worden lopers die wél door willen blijven lopen soms gedwongen in te houden.

Als ik de Mauritskade opdraai is voor mij de laatste fase aangebroken. “Zou Sanne er ook staan?”, bedenk ik mij opeens. Sanne (waarvan ik toen nog niet wist dat ze Sanne heette), bezorgde mij vorig jaar net op het juiste moment een extra ‘boost’ met haar heldenbord. Zo’n aanmoediging is ook nu meer dan welkom, want ik zit er behoorlijk doorheen. Al weet ik op dat moment niet wat mijn actuele snelheid is; ik voel op mijn klompen aan dat die dramatisch terugloopt. Helemaal als ik na de onderdoorgang Wibautstraat weer omhoog moet. De helling is steil en daarna volgt nog een stuk vals plat totdat je over de Amstel bent. Ik heb het idee dat ik bijna stil sta en moet de neiging om te gaan wandelen onderdrukken. Ik ben verre van ontspannen, ik ben moe, ik heb het warm en ik merk nu pas écht dat ik op mijn oude schoenen loop. De demping is er niet meer. Elke stap die ik zet, dreunt voor mijn gevoel door in mijn hele lichaam en specifiek in mijn nek (een overblijfsel van een pretparkbezoek eerder die week). Ik bedenk me opeens dat ik nog een gelletje bij me heb. Die is echter na 1,5 uur in de achterzak van mijn short zo’n 40 graden warm en bovendien mierzoet.

Als ik boven ben herpak ik mijzelf en probeer ik weer wat tempo te maken. En dan ontwaar ik in de verte de rode haardos en het inmiddels wereldberoemde heldenbord van Sanne. Dat had ik echt even nodig. Ik wil roepen hoe tof ik het vind dat ze er weer staat, maar het enige dat ik op dat moment uit kan brengen is: “Sanne! Sanne!” We high-fiven en ze roept me nog een “Go, Go Rudi!” na en dan is onze kortstondige ontmoeting alweer voorbij. Ik heb het inmiddels goed gemaakt via Twitter. Leuk om je nu eens live te ontmoeten Sanne! Het voelt toch een beetje alsof je een BN-er spot.

Tot aan het Vondelpark kan ik weer even vooruit en dan begint voor mij de eind’sprint’. Met nog een paar kilometer te gaan neem ik de scherpe bocht het park in en denk ik even terug aan hoe ik hier pakweg 2,5 uur geleden ook al liep. Voor de derde keer sinds de start begint het zachtjes te regenen. Het deert me niet. Een gezin moedigt me aan en roept mijn naam en ik zie een loper op de grond zitten met een paar EHBO-ers. Voor de rest gaat het Vondelpark aan me voorbij. Voor ik het mij realiseer loop ik op de Amstelveenseweg. Even later hoor ik een loper tegen zijn loopmaatje zeggen: “Come on Helen! One kilometre! Easy!“. Knap staaltje van Omdenken. Ik moedig Helen, die er duidelijk helemaal doorheen zit, ook nog even aan en dat geeft mij ook weer een boost.

Even later loop ik het Olympisch Stadion binnen. Het tartan voelt als een kussen onder mijn schoenen. Ik passeer de finish en krijg vrijwel meteen een bericht van mijn lief die mij via de marathon-app heeft gevolgd: “Yeahhh 2 uur en 9 minuten! Goed gedaan!” Even maakt een lichte teleurstelling zich van mij meester. Twee uur negen. Dat is niet wat ik had gehoopt toen ik vanochtend opstond. Maar al gauw maakt die gedachte plaats voor een andere. Namelijk dat het -gegeven de omstandigheden- al een wonder is dat ik überhaupt gestart ben. Dat ik eigenlijk 25 kilometer heb gelopen in plaats van 21. En dat dat ondanks alles tóch nog een kleine 4 minuten sneller is gegaan dan vorig jaar en dus een bescheiden nieuw PR.

Buiten het stadion kom ik nog een trainer van Phanos tegen die mij en mijn collega’s kortgeleden nog klaarstoomde voor de Damloop. “Hoe ging het?”, vraagt hij. Ik zeg dat het goed was.

Ik haal mijn tas op en loop de Sporthallen Zuid binnen om mij rustig om te kunnen kleden. Als ik op de grond wil gaan zitten om mijn veters los te maken, merk ik pas hoe stijf ik ben. Het lukt me met moeite te gaan zitten. Zo heb ik mij niet meer gevoeld sinds ik 2,5 jaar geleden iets te fanatiek met hardlopen begon. Het maakt maar weer eens duidelijk hoe spanningen en stress in je hoofd doorwerken op je lichamelijke gesteldheid.

Een mooie trofee van mijn dochter.
Een mooie trofee van mijn dochter.

Niet veel later ben ik weer thuis. Mijn dochter verrast mij met een prachtige zelfgemaakte trofee. En mijn vrouw heeft lekkere verse Portugese groentesoep en broodjes Bifana klaar staan. En na een warme douche krijg ik nog een heerlijke energetische massage van haar. Ik ben een rijk man.