Tagarchief: 2015

Verstand op nul en de blik op de gele ballon

Het zijn inmiddels mijn twee vaste najaarsklassiekers: de Dam tot Damloop in september en de halve van Amsterdam in oktober.

Over de Damloop kan ik kort zijn. Het was weer gezellig, maar een verbetering van mijn PR zat er helaas niet in. Domweg te weinig getraind en (daarom) ook niet echt in vorm. Het eindresultaat: 50 seconden langzamer dan vorig jaar. Viel me nog mee. Voor het eerst in mijn relatief korte hardloopcarrière een loopje waarin ik mijn PR ten opzichte van het jaar ervoor niet verbeterde. Maar genoten heb ik wel. Punt.

En afgelopen zondag dus de halve van Amsterdam. Na het debacle van vorig jaar (met uiteindelijk toch nog een bescheiden PR) nu opnieuw een kans om mijn PR op de halve aan te scherpen. Niet dat mijn conditie spectaculair verbeterd was, maar een klein beetje dichterbij de magische 2:00 uur zou mooi zijn. De weersvoorspel-lingen waren wat minder gunstig dan vorige jaren, maar dat hoeft niet perse een nadeel te zijn. En dus stond ik zondagochtend op Station Amsterdam Zuid met, vanwege het wisselvallige weer, een tas vol kleren (lange tight, korte broek, lange mouwen, korte mouwen).

Goede vriend Bert liep mee in de business-run en we lieten ons de koffie bij Starbucks goed smaken. Daarna door naar de expo en toen naar het bedrijf waar Bert werkzaam is en waar ik als ‘supporter’ ook naar binnen mocht en gebruik kon maken van de fijne kleedruimte. Omdat het toch wel frisje was en licht regende, was de aanwezige medewerker van CSU al gauw een rol vuilniszakken armer. Daar stonden ze dan: al die keurige dames en heren in een bedrijfsshirt met daaroverheen een vuilniszak van CSU. Leuk gezicht en het deerde ze niet (het zijn toch lopers), maar het is vast een evaluatiepuntje voor de volgende keer.

Bert stond in startvak ‘wit’ voor de business-runners en ik in startvak ‘geel’; volgens het boekje het startvak voor de lopers met een geschatte eindtijd van 1:50-2:00 uur. Huh? Hoe was ik daarin terecht gekomen? Foutje van de organisatie? Vakje verkeerd aangeklikt of een moment van overdreven optimisme bij het inschrijven? Ik weet het niet. Ik had als eindtijd ergens tussen de 2:00 en 2:15 uur in gedachten en als ik ergens dichtbij de 2:05 zou finishen zou ik blij zijn. Meer zat er gegeven de voorbereidingen niet in.

Gelukkig stonden in mijn startvak twee pacers van het Runner’s World Pacing Team met 2:00 uur op hun ballonnetje; Els (zo stond op haar ballon) en Ruud. Ik besloot het erop te wagen en te proberen of ik ze bij kon houden. Ik wist ook wel dat 2:00 uur niet haalbaar was, maar hoe langer ik ze bij kon benen, hoe beter, was mijn redenatie. En ik zou daarmee tevens voorkomen dat ik te snel van start ging.

Stadion vierkant

Omdat de pacers niet de hele tijd naast elkaar liepen en ik er al in de eerste kilometer achter kwam dat het voor mij erg lastig was om twee pacers in de gaten te houden, besloot ik mij te richten op Els. En dat bleek nog niet zo makkelijk. Ik ben namelijk niet gewend om achter een pacer aan te lopen. Bovendien was het druk en was Els ook nog eens een stuk kleiner en ranker dan ik. Met haar gele ballonnetje glipte ze behendig door alle gaatjes en ontweek ze soepel alle ‘in-de-weg-lopende-lopers’ en andere obstakels. En dat is toch wat lastiger als je 1.97 m. en 98 kilo bent. Ik heb heel wat stoepranden, vluchtheuvels, boomwortels, regenplassen en poten van dranghekken moeten trotseren om haar bij te houden. De route schijnt op sommige plekken veranderd te zijn ten opzichte van de jaren ervoor, maar daar heb ik niets van meegekregen. In opperste concentratie was mijn blik slechts gericht op het gele ballonnetje met daarop ‘Els 2:00’. Ik vrees dat ik de rest van mijn leven geen gele ballon meer kan zíen, zonder aan dit moment terug te denken. Ik heb een paar maal de neiging gehad om een foto te maken van Els en haar gele ballon. Die foto zou namelijk álles zeggen over deze race. Maar ik durfde het niet; bang dat het gepiel met mijn telefoon mij uit mijn concentratie zou halen. En ik wist dat als ik Els, Ruud en het clubje lopers eromheen kwijt zou raken, ik reddeloos verloren zou zijn. Bovendien: al hardlopend een foto maken van een andere hardlopende hardloper is volgens mij sowieso gedoemd te mislukken.

Op de Mauritskade vroeg Ruud hoe het ging en wat mijn doel was. Ik antwoordde dat ik weliswaar op de grens van mijn kunnen liep, maar dat het tot nu toe goed ging en dat ik wilde proberen ze zo lang mogelijk bij te houden. Maar ook dat ik wist dat de (beruchte) onderdoorgang bij het Rhijnspoorplein er aan kwam en dat ik daar vorig jaar helemaal stuk ging.

En nu dus weer. Na 15 kilometer flink doorstappen waren de helling en het daarop volgend stuk vals plat, net even teveel van het goede. De aanmoedigingen van de Half Crazy Runnerscrew, de Running Junkies en de Heldensupport van Sanne ten spijt, moest ik ze net na het Rijks laten gaan. De koek was op. Maar ik had wel mooi zo’n 16 kilometer geprofiteerd van ‘mijn’ hazen.

In het Vondelpark zag ik de gele ballonnetjes langzaam steeds verder van mij wegdrijven en ik zag op mijn horloge dat mijn eigen snelheid daalde. Ik baalde als een stekker. “Maar ho, wacht eens even! Ik ga mij in het zicht van de finish toch geen mooie tijd door de neus laten boren en in de laatste twee kilometer alles weer weggeven?” Het lukte me om de snelheid niet verder te laten dalen en zelfs nog een heel klein beetje te verhogen, maar boven de 10 kilometer per uur kwam ik niet meer. Eenmaal in het stadion kon ik het laatste beetje energie eruit persen: 2:02:27 uur! Dat is toch mooi even 7 minuten en 25 seconden van mijn PR af! Blij, maar wel helemaal uitgeput. Net na de finish stonden Els en Ruud. Mijn Superheroes. Volgend jaar loop ik zeker onder de 2:00 uur! Tenminste, als jullie er ook weer zijn Els en Ruud. Deal?

Dat krijg je ervan als je spijbelt

Het was me het zomertje wel. Of eigenlijk niet. Qua hardlopen. Na de Marathon van Rotterdam riep ik nog vol enthousiasme en overtuiging tegen iedereen die het maar wilde horen dat ik de vorm vast wilde houden. En dat ging ook heel goed. De eerste weken. Op de donderdag na DE zondag liep ik alweer mijn vertrouwde 8 km. lunch-rondje met mijn collega’s. In april en mei nog een paar twintigers en daarna werd het stil. Heel stil. In juli zelfs een periode van drie weken niet lopen. De fut was eruit; ik was even helemaal klaar met dat ge-ren. Kwam het door de drukte op het werk, de warmte of wellicht een verlate after-marathon-dip? Heb ik de impact van de marathon onderschat? Van alles wat denk ik.

Maar het hardlopersbloed kruipt waar het niet gaan kan. Dus de draad maar weer opgepakt. Enigszins onwennig ging ik op een zondag in augustus de deur uit voor mijn vertrouwde 10 km. rondje Toolenburgerplas. Die had ik eigenlijk het weekend daarvoor al willen doen, maar door uitstelgedrag was het er niet van gekomen. Ik zag er gewoon tegenop.

Het ging uiteindelijk re-de-lijk. In ieder geval redelijker dan anderhalve week later. Tijdens mijn lunchloopje stortte ik helemaal in. Ik moest zelfs een stukje wandelen. Tja, dat heb je ervan als je als enigszins ingekakte loper per se mee wilt met twee veel snellere collega’s, waarvan er eentje ook nog eens in training is voor Berlijn. Dat blijft niet onbestraft.

En dit weekend weer de deur uit voor een rondje Haarlemmermeer. Eerst de Boseilanden, waar ik even wilde checken hoe ver het stond met het nieuwe viaduct dat twee gedeelten van het recreatiegebied met elkaar gaat verbinden en vervolgens via de Toolenburgerplas weer terug naar huis. Een fijn rondje van zo’n 14 kilometer. Onderweg heerlijk genoten van o.a. de zwanenfamilie die sinds de lente aan deze kant van het dorp rondtrekt. Pa en ma Zwaan wisten maar liefst acht jongen groot te brengen. Inmiddels zijn ze bijna volwassen. Prachtig om te zien hoe de ouders hun pubers nog steeds tegen de boze buitenwereld verdedigen door zich elk aan één kant van de kinderschare op te stellen; de kinderen veilig tussen hen in. In de Boseilanden blijkt er met de komst van het nieuwe viaduct het nodige veranderd. Paden zijn geasfalteerd en omgelegd. Het wordt een toffe loopplek, waar het overigens ook fijn wandelen, fietsen, spelen en paardrijden is.

Tijdens een plas- en drinkpauze hoor ik ineens een piepje uit mijn horloge komen. Ik loop voor het eerst sinds lange tijd weer met mijn hartslagmeterband en TomTom blijkt in de tussenliggende tijd wat nieuwe features te hebben toegevoegd. Ik kijk op het display en zie ‘Slecht herstel’ staan. En bedankt. Zelf heb ik op dat moment meer behoefte aan een Evy Gruyaert-achtige kreet als “Ik ben fier op u!” of “Ge zijt goe bezig!”. Maar nee hoor! TomTom is onverbiddelijk en probeert het leed nog wel wat te verzachten door er een ongetwijfeld grappig bedoelde, doch droevig kijkende emoticon in hartjesvorm aan toe te voegen. Het kwaad is echter al geschied.

Ontgoocheld druip ik af naar huis. Dat krijg je ervan als je spijbelt. Eigen schuld, dikke bult. Nog vier weken tot de Damloop.

16361 in 4:36:48

En ineens is het zondagochtend 12 april. De dag waar ik maandenlang naar toe heb getraind. De dag waarvoor ik mijzelf enigszins op dieet had gezet, dat wil zeggen minder suiker en vet, wat weer zou moeten leiden tot een paar kilootjes minder. De dag waarvoor ik zelfs een sponsoractie ben gestart om geld op te halen voor onderzoek naar nierziekten. De dag waarop alle voorbereidingen moeten leiden naar een glorieuze finish na een loopje van naar schatting tussen de 4½ en 5 uur.

Als ik ’s morgens wakker word en opsta op mijn logeeradres in Capelle aan den IJssel voel ik mij goed. Ik heb er zin in en ik ben er klaar voor. Kom maar op met die Marathon Rotterdam 2015! Na een lekkere douche en een goed ontbijt neem ik de metro die mij in 10 minuten naar Station Beurs brengt. Van daar ga ik eerst door naar Bert en Verena die aan de Leuvehaven in een hotel hebben overnacht. Ik besluit om daar alvast mijn joggingbroek en jack uit te trekken en alles daar achter te laten. Ik hoef dus niets mee te slepen en dus ook niet langs de bagageafgifte. Samen met Bert loop ik rustig naar de start. Hij heeft een wedstrijdlicentie en start in vak C in de eerste wave. Ik zit in de derde startwave en kom, nadat ik een behoorlijke opstopping van hardlopers heb getrotseerd, aan bij vak G op het Hofplein. De sfeer is uitgelaten en iedereen heeft er duidelijk zin in. Als Lee Towers zijn ‘You’ll never walk alone’ inzet begint het te kriebelen in mijn buik. Nu gaat het echt gebeuren.

Start Coolsingel

Na zo’n 20 minuten zijn wij aan de beurt. Er wordt voor de derde keer afgeschoten en we zijn weg. Als ik de start passeer zie ik ook waar die enorme rookwolk vandaan komt die ik bij de voorgaande starts zag. Er staat een heus kanon. De eerste kilometers gaan niet erg hard. Het is domweg te druk om in mijn eigen tempo te lopen en ik word gedwongen het tempo van de meute aan te houden. Dat is overigens niet erg. Door de spanning en het foto’s maken was de warming-up er enigszins bij in geschoten. Die krijg ik nu alsnog.

Het eerste stuk gaat in een flits voorbij en voor ik het weet loop ik de Erasmusbrug op. Voor en naast mij zie ik het lint van duizenden lopers. Een prachtig gezicht! Eenmaal aan de overkant op de Laan op Zuid komt er meer lucht in het peloton en lukt het om wat vaart te maken. Ik moet al gauw gas terug nemen om te voorkomen dat ik te snel ga. Ik heb immers nog een kleine 40 kilometer voor de boeg. Na een dikke 10 kilometer komen we op het Havenspoorpad en ik verbaas mij over het feit dat er zulke mooie groene stukken in de marathon zitten. Ik geniet van de paar kilometer rechtdoor en loop heerlijk in het zonnetje. Aan het eind van het pad lopen we de bebouwing weer in. Vreemd dat er zo’n rare U-bocht in het parcours zit net voor het 15 kilometerpunt. In het tempo dat ik loop heeft zo’n bochtje nagenoeg geen effect, maar ik kan me voorstellen dat het voor de wedstrijdlopers een vervelend dingetje is. Ik loop lekker door en passeer het halve marathonpunt in 2:10 uur. Voor mij een prima tijd. Even heb ik nog de illusie dat als ik dit vast weet te houden, ik onder de 4½ uur zal finishen. Maar dat was natuurlijk iets te optimistisch.

Na een dikke 26 kilometer gaan we de Erasmusbrug weer op. Voor mijn gevoel is deze klim pittiger dan die aan de centrumkant. Ook heb ik best wel last van de wind. En ik heb er natuurlijk al een flink stuk op zitten. Al met al loopt de snelheid behoorlijk terug. Als ik het hoogste punt ben gepasseerd, kan ik weer wat vaart maken, maar kort daarna volgt de daling (en dus ook weer de klim) door de Blaaktunnel. Ook deze hakt er behoorlijk in. Bijkomend minpuntje is dat we de komende kilometers de lopers die het rondje Kralingse Plas al hebben gelopen, tegemoet lopen. Die zijn er dus al bijna. En wij hebben nog zo’n 14 kilometer voor de boeg.

Over het rondje Kralingse Plas kan ik kort zijn: Dat was niet het leukste deel van het parcours. De omgeving is mooi, maar verder staan er aanzienlijk minder mensen langs de kant en stond het voor mij vooral in het teken van ‘afzien’. Vooral kilometer 36. Ik ben even helemaal klaar met de marathon. Gedachten als “Waar ben ik aan begonnen?”, “Wat was hier nu ook alweer leuk aan?” en “Zijn we er nu nog niet?” schieten door mijn hoofd. Het is ook terug te zien in mijn data. Kilometer 36 was de traagste kilometer. Bij de drankpost besluit ik om even te gaan wandelen om rustig te kunnen drinken. Ik giet een paar bekertjes naar binnen en gooi er één over mijn hoofd. Dat doet een mens goed! Ik moet wel echt moeite doen om het weer op een hardlopen te zetten, maar het lukt. Nadat ik de Boszoom achter mij heb gelaten komt er ook langs de kant weer wat meer leven in de brouwerij en lukt het mij om weer in een soort van ritme te komen. Ik geniet van de prachtige huizen (of moet ik zeggen kastelen) aan de Kralingse Plaslaan. Maar de finish is nog (lang) niet in zicht. De laatste kilometers zijn niet de meest vrolijke uit mijn hardloopcarrière. Hobbelend op een slakkengangetje en mijzelf moed inpratend (had ik een keer gezien op tv, schijnt echt te werken), beweeg ik mij naar de finish. Een finish onder de 4½ uur zit er al lang niet meer in, maar dat had ik een uur geleden ook al geconcludeerd. Ik wil hier wel even een compliment geven aan het publiek. Ze schreeuwen me echt naar de finish. Waarschijnlijk loop ik erbij alsof ik drie dagen door de woestijn heb geploeterd, want overal hoor ik mijn naam voorzien van aanmoedigingen dat ik het kan, dat ik er bijna ben en dat ik goed bezig ben. Ik loop overigens een tijdje in de buurt van een man in een Feyenoord-shirt. Hij wordt nog veel meer aangemoedigd (tip).

Eindelijk draai ik de Coolsingel op. Het gevoel van vermoeidheid verdwijnt als sneeuw voor de zon en in een roes loop ik richting finish. Wat een sfeer! Alsof iedereen daar speciaal voor mij staat. Als ik de finish passeer voel ik de tranen achter mijn ogen. Waar komt dat opeens vandaan? Normaal ben ik niet zo’n emo-type. Maar nu dus wel. Dit heb ik toch maar mooi even geflikt. Later zie ik dat mijn officiële tijd 4:36:48 uur is. Ik ben tevreden. Mooi binnen de mijzelf opgelegde marge.

IMG_20150412_165314

Als ik maandagochtend wakker word overheerst nog steeds het euforische gevoel. Ik heb heerlijk geslapen en ben blij dat ik vandaag vrij heb genomen. De ochtend gaat in een roes voorbij. Beetje aan klungelen in huis, tas uitruimen, spullen opbergen, wasje doen, beetje Facebooken, Instagrammen en Twitteren en dat was het wel zo’n beetje. Terwijl de zon volop schijnt geniet ik van alle felicitaties en ‘likes’. Een beetje hetzelfde gevoel als toen ik mijn schoolexamen had gehaald. ’s Middags nog even met dochterlief op pad en dan met vrouw en dochter door naar de manege. Het is mooi weer, dus dochter heeft buiten les. Ik zit lekker in het zonnetje, ouwehoer wat met andere ouders en schep af-en-toe wat paardenstront uit de rijbak. We sluiten de dag af met een lekkere bak friet met saté, kroket en loempia.

Dinsdagochtend op mijn werk voel ik mij weer helemaal het mannetje. Ik sprint de trappen op-en-af alsof er niets is gebeurd en loop fluitend (in gedachten dan) door het pand. Maar, te vroeg gejuigt… Na een ochtend van voornamelijk zitten heb ik ineens weer stijve benen en voel ik mijn Hamstrings. Ben toch nog niet helemaal de oude dus. Hoe naïef van mij. Bovendien; zo zie je maar weer hoe slecht het voor een mens is om een paar uur achter elkaar op een stoel te zitten. Dat probeer ik normaal zoveel mogelijk te voorkomen, maar nu kon het even niet anders. Aan het eind van de dag besluit ik mijn HIT-training toch maar af te zeggen en in te ruilen voor een rustig rondje uitlopen. Een soort mini-marathon van Nieuw-Vennep, zullen we maar zeggen. Ook leuk.

Next stop: Rotterdam

Dat was hem dan, mijn laatste rondje voor the big M zondag a.s. Het was een heerlijk rustig lunchloopje door zonnig Haarlem en Heemstede. Als de weersomstandigheden zondag ook zo zijn, doe ik het ervoor. Alhoewel, in de zon en met nauwelijks wind voelde het al best warm aan. Het maakt me ook niet zoveel uit. Beetje regen vind ik ook niet erg, maar dat is weer zo jammer voor de toeschouwers en de bandjes langs de kant. Vooralsnog zegt de weer-app dat het zondag 14°C wordt en deels zonnig is. Dus dat is prima.

Over het weer gesproken: Ik heb überhaupt niets te klagen gehad over het weer in de afgelopen maanden. Toen ik mij eind vorig jaar net had ingeschreven vroeg ik mij nog af of het wel zo verstandig was om een voorjaarsmarathon te lopen. Dat betekent namelijk voor een groot gedeelte trainen in de winter, met kans op gladheid, ijzige kou en andere ellende. Maar Koning Winter heeft zich, zoals we allemaal weten, nauwelijks laten zien. Sneeuw was er in onze regio nagenoeg niet en ik heb slechts één keer last gehad van gladde fietspaden. Maar dat was op te lossen door dan maar door de berm te raggen. En geregend heeft het ook nagenoeg niet, behalve op die zondag twee weken geleden dan (de dag van de Zandvoort Circuitrun). Dat was goed voor de moraal zullen we maar zeggen.

Het laatste loopje is gelopen

En daar zit ik dan. De trainingen zijn gedaan, de loopjes zijn gelopen en de planning voor zaterdag en zondag is gemaakt. Dit moet het dan maar zijn. Ik ben er klaar voor en ik heb er enorme zin in! Maar er zijn ook twijfels. Heb ik wel genoeg gedaan? Lukt het mij om vlak te lopen? Ga ik niet enorm verval krijgen op zo’n (in mijn ogen) enorme afstand en kom ik uiteindelijk strompelend over de finish? Tegen iedereen roep ik in mijn enthousiasme dat ze me kunnen volgen via de Tracker op de Marathon-app. Was dat nou wel zo verstandig? Iedereen zit straks wel mee te kijken natuurlijk. Aan de andere kant kan het ook een extra stimulans zijn om het tempo erin te houden. Het idee is om op 10 km/uur weg te gaan en dat zo lang mogelijk vol te houden. Maar ik vrees (lees: ik weet wel zeker) dat ik dat geen ‘42 kilometer en nog een beetje’ vol ga houden. En dat hoeft ook niet. Ik ga genieten! En uitlopen is het belangrijkste doel. En als dat in een (voor mijn doen) beetje knappe tijd kan, ben ik blij. En zo niet, dan ook.

Ach, het zal wel meevallen. Aan de aanmoedigingen zal het niet liggen. Mailtjes, appjes, telefoontjes, facebookberichtjes, mensen die me ‘live’ succes wensen, alle donaties voor de Nierstichting. Ik ben er stil van. Het brengt wat teweeg, zo’n marathon.

PER SPOOR

Normaal ben ik niet zo van de planning. Althans niet dat ik mij bewust ben. Ik doe over het algemeen maar wat en het komt altijd goed. Maar als het er echt op aan komt -zoals nu- wil ik alle onzekerheden uitschakelen en me zo goed mogelijk kunnen voorbereiden. Het is tenslotte mijn eerste. En hoewel ik er binnen de grenzen van het mogelijke alles aan gedaan heb om me goed voor te bereiden begint, nu de grote dag nadert, de spanning toe te nemen. Om mijzelf, maar ook om iedereen die zo lief was om een bijdrage aan de Nierstichting te doen (sponsoren kan nog steeds) niet teleur te stellen, wil ik zo ontspannen en uitgerust mogelijk aan de start verschijnen. Ik heb het uiteraard over dé marathon.

Ontspannen en uitgerust. Dat betekent alle onzekerheden en risico’s zoveel mogelijk uitsluiten en waar dat niet kan, ze beheersen. Eén van de grootste onzekerheden is wat mij betreft ‘de reis er naartoe’. Koste wat het kost wil ik een debacle zoals bij de halve van Amsterdam vorig jaar, voorkomen. Al leverde dat achteraf natuurlijk wel een leuke blog op. Maar dit even terzijde. En laat hem nu net bij die reis momenteel de grootste onzekerheid zitten. En ik heb er geen invloed op.

Wat is het geval: De NS, nota bene ‘Supporter van Bewegen’ zoals op hun homepage vermeld staat. De NS, die een speciaal ‘NN Marathon Rotterdam’-kaartje aanbiedt. Die NS dus. Die heeft verzonnen om in de nacht en ochtend voorafgaand aan de Marathon van Rotterdam werkzaamheden uit te voeren. Hoe verzin je het. Voor de duidelijkheid: het gaat om het traject Amsterdam-Leiden-Den Haag-Rotterdam. Niet bepaald een boemellijntje. Ik vermoed zomaar dat ik niet de enige ben die op zondagochtend 12 april via deze route naar Rotterdam reist. ReisadviesMijn start is om 10.00 uur. Dat betekent rond 9.30 uur richting startvak. Ik moet ook nog van het station naar de start lopen, mijn startbewijs halen (ook daar zal ik niet de enige zijn), omkleden, tas afgeven, etc. Al terugrekenend moet je toch een beetje op tijd op Rotterdam Centraal zijn.

De eerste trein die weer normaal rijdt (lees zonder gedoe met bussen) is die van 7:43 uur uit Nieuw-Vennep. Reistijd 55 minuten. Dan ben ik om 8:38 uur op Rotterdam Centraal. Een te groot risico vind ik. Er hoeft maar iets mis te gaan… Bovendien geeft NS, ondanks het feit dat deze trein weer volgens de normale dienstregeling rijdt, een waarschuwing wegens werkzaamheden. Gaan ze er nu al vanuit dat de werkzaamheden uitlopen? Die kans is niet ondenkbaar weet ik uit ervaring. En dan moet ik alsnog een stuk met de bus, ben ik langer onderweg en heb ik minder tijd om me rustig voor te bereiden. Geen optie.

Eerder met de trein dus. Dan kom ik uit op 6:43 uur. Vreemd trouwens. Ik woon middenin de Randstad en een vroegere trein is een uur eerder? Maar goed, dan ben ik dus om 8:08 uur in Rotterdam. Reistijd 1 uur en 25 minuten, inclusief een sightseeing per bus door ontwakend Den Haag, u gratis aangeboden door NS. Ik verwacht er op zijn minst een kopje koffie bij. Dan ben ik dus om 8:08 uur op Rotterdam Centraal. Is op zich prima, maar wat als het tegenzit? Wat als er niet genoeg bussen zijn om al die marathonlopers en hun supporters te vervoeren? Weet NS wel dat er een marathon is? Ja, die afdeling van dat speciale ‘NN Marathon Rotterdam’-kaartje weet dat in ieder geval wel. Maar weet de afdeling ‘Vervangend busvervoer vanwege werkzaamheden’ het ook? Ik hoop het. Maar zeker weten doe je het niet. Is NS qua vervangende bussen voorbereid op de aantallen verwachte lopers en enthousiaste toeschouwers? Nu weet ik ook wel dat het grootste deel van de toeschouwers uit Rotjeknor komt, maar mijn ervaring met de Damloop en de Marathon van Amsterdam is dat het in de trein naar zo’n evenement best druk kan zijn.

Dilemma dus. Ik wil niet te laat komen. En zeker niet anderhalf uur gestrest onderweg zijn. Maar 2 uur en 30 minuten voor de start de voordeur achter mij dichttrekken om een afstand te overbruggen van hemelsbreed 40 kilometer moet toch voldoende zijn? Ik kan nóg een trein eerder nemen. Maar als alles dan onverhoopt wél goed gaat, sta ik om 7:43 op Rotterdam Centraal. Is ook wel weer een beetje vroeg. Maar dan kan ik wel nog even een bakkie doen bij Bert en Verena, die vlakbij de start in een hotel zitten. Zij wel.

De ene zondag is de andere niet

Nog een kleine twee weken en dan is het zover. Dé Marathon van Rotterdam. Mijn Marathon. Mijn eerste. Al vanaf december volg ik een schema dat mij uiteindelijk in staat moet stellen om de 42 kilometer en 195 meter te overbruggen. Ik heb het beginnersschema van Runnersworld gebruikt. Dat schema schrijft vier keer per week lopen en één keer crosstrainig voor. Ik houd het op drie keer per week lopen en één keer High Intensity Training. Vier keer per week lopen zit er gewoon niet in. Desondanks maak ik weken van 30 tot 50 kilometer. Is dat voldoende? Ik denk het wel, maar we zullen het zien.

De lange duurlopen loop ik in het weekend, doorgaans op de zondag. Vorige week zondag had ik mijn langste duurloop: 32 kilometer. Best wel een end. Omdat ik in een straal van enkele kilometers rond mijn huis na drie jaar lopen iedere stoeptegel wel ken, besloot ik om de auto te pakken en naar het Haarlemmermeerse bos te rijden, om van daaruit te starten voor de 32. Als je dan tóch zo’n eind moet sjouwen, dan maar liever zoveel mogelijk over onbekend terrein. Dan valt er nog eens wat nieuws te ontdekken. Het was een heerlijke dag; lekker temperatuurtje, zonnetje erbij en nagenoeg geen wind. Het plan was om langs de Polderbaan te lopen en dan bij het Kleinpolderplein linksaf naar Haarlem, een stuk door de binnenstad en via Heemstede en Cruquius weer terug. Eenmaal lopend bedacht ik mij dat, met 32 kilometer voor de boeg, Amsterdam ook binnen handbereik moest liggen. Een blik op de ANWB- fietsborden leerde mij dat dit inderdaad het geval was en terplekke besloot ik rechtsaf te gaan richting Amsterdam. Voor ik het wist was ik de Ringvaart gepasseerd en stond ik in Osdorp. Voor de grap maakt ik een selfie voor Tram 1 die ik op Facebook postte. “Ben je helemaal naar Amsterdam gelopen?”, reageerde mijn vrouw. Tja, je moet toch ergens heen. En ik vind Osdorp een leuke wijk met verrassende architectuur, zoals het dierenasiel van Arons en Gelauff architecten en iets verderop het WoonZorgComplex met de hangende woningen van MVRDV. Ook het nog iets verderop gelegen project ‘Meer en Oever’ met de bijzondere Schutterstoren (DKV Architecten) is zeer de moeite waard. En zo was ik al genietend al snel bij de Sloterplas aangeland. De bidon was inmiddels leeg en de blaas vol, dus maar even een pitstop gemaakt bij de Mac op het Osdorpplein en daar meteen een smoothie gekocht. Van 100% puur fruit! Althans, dat staat erop. Toch blij dat ik onder het mom “Je weet het maar nooit met zo’n lange duurloop!” € 10 in mijn kontzak had gestopt (tip).

Samenvatting langste duurloop. Zondag 22 maart 2015.

Na nog wat omzwervingen door Osdorp-De Aker uiteindelijk via Lijnden en de Polderbaan weer terug naar de auto. De laatste kilometers waren pittig. De al vaak gehoorde kreet “De marathon begint bij 30 kilometer”, spookte door mijn hoofd. Maar al met al toch een fijn loopje. Die laatste 10 kilometer moeten 12 april dan maar op karakter. En als het even kan onder dezelfde fijne weersomstandigheden.

Hoe anders was dat dit weekend! Op het schema stond voor het één na laatste weekend vóór de grote dag een wedstrijd op het programma van ‘slechts’ 10 kilometer. Op internet had ik gezien dat een paar dorpen verderop zondag een hardloopevenement was met o.a. ook een 10 kilometer. Perfect voor mij dus. Zondagochtend was het echter niet bepaald fraai weer. En we hadden zaterdagmiddag ook al de hele middag in de regen en kou gestaan vanwege een paardrij-evenement van dochterlief, dus ik had er niet echt zin in. Ik besloot om niet te gaan en later op de dag mijn eigen wedstrijd te lopen. Dat wil zeggen: vanuit de voordeur een 10 kilometerrondje rond de Toolenburgerplas en weer terug. En dan zo snel mogelijk. En ondertussen maar hopen dat het toch nog even een uurtje droog zou worden. Ik ging eerst wat klusjes in huis doen, maar het weer werd er niet bepaald beter op. Het begon steeds harder te regenen en te waaien. Maar wat moet, dat moet. Dus om half vier (na de nodige moed te hebben verzameld) toch maar naar buiten. De regen kwam met bakken naar beneden en ook de wind liet zich niet onbetuigd. De eerste anderhalve kilometer gingen nog best aardig. In de luwte van de huizen viel het met de wind nog wel mee. Maar daarna kwam het stuk naar Hoofddorp dwars door de weilanden. Ik beleefde nog even een gelukzalig moment vanwege het feit dat ik de wind in de rug had en (voor mijn doen) duizelingwekkende snelheden van rond de 16 kilometer per uur haalde. Maar dat gevoel verdween al snel toen ik mij realiseerde dat ik, met volle tegenwind, via dezelfde weg ook weer terug moest. Hoe pittig het zou worden merkte ik al snel. Daar waar het fietspad bovenop een viaduct een 90 graden bocht maakt, kreeg ik van links de volle laag regen, hagel en wind. “Dat wordt een pittige terugtocht”, bedacht ik mij. En dat werd het. De schuimkoppen stonden op de golven van de anders zo vrolijke Toolenburgerplas. En nadat ik de wind in korte tijd achtereenvolgens van links, van voren en van rechts had, was ik in ‘no time’ helemaal doorweekt (tot dan toe was vooral mijn achterkant nat). En toen moest het lange rechte stuk pal tegen de wind in terug naar huis nog komen. De snelheid zakte daar naar 7 kilometer per uur en ik had het gevoel dat ik soms bijna stil stond.

Zonder ook maar één droge draad aan het lijf en soppend in mijn schoenen was ik na ruim een uur weer thuis. Toch nog een soort van wedstrijd gelopen. Maar dan tegen de elementen. Een half uur later was het droog…

Loop jij eigenlijk nog?

Mijn eerste blog in 2015. Het is alweer veel te lang geleden dat ik iets schreef. Zo lang geleden dat meerdere mensen zich afvroegen af ik eigenlijk nog wel eens liep. Gelukkig wel, maar de inspiratie om te bloggen was er even niet; althans ik had voor mijn gevoel weinig spannends te melden (maar oordeel zelf). En ‘druk’ met andere dingen. Gelukkig wel veel lopen; de Rotterdam Marathon komt snel dichterbij. Een blik op de site leert mij dat ik een dikke 71 dagen verwijderd ben van de Coolsingel. Da’s best al wel snel. Gelukkig gaat het lopen voorspoedig en tot nu toe houd ik mij keurig aan het schema. Waar komt die discipline toch vandaag? Hardlopen heeft mij veel gebracht; maar daarover later nog wel eens meer.

Polderbaan
Polderbaan

Afgelopen weekend stonden er 19 kilometers op het programma. Die 19 kilometer heb ik overigens onlangs ook al eens gelopen. Drie weken geleden op die winderige zondag toen er eigenlijk 16 kilometer op de planning stond. Omdat een rondje om het huis op den duur ook gaat vervelen had ik de auto gepakt en was ik naar het Haarlemmermeerse Bos gereden. Althans zo noemen ze dat hier. Een bos. Voor mij als Noorderling en gewend aan de eeuwenoude Drentse bossen is het niet meer dan een recreatieplas met wat bomen er omheen, maar ik weet ook wel dat je in deze relatief jonge (163 jaar) Haarlemmermeerse polder bij het woord ‘bos’ niet al te hoge verwachtingen moet hebben. Het is er overigens heerlijk lopen, wandelen, fietsen, skaten, paardrijden en vertoeven, in dat bos. Op die winderige zondag dus, besloot ik vanuit het bos richting Polderbaan te lopen. Eenmaal daar aangekomen leek een rondje Polderbaan een goed idee. Vanaf de kop van de Polderbaan langs de baan in de richting van het Kleinpolderplein, aan het andere eind van de baan om de kop heen richting Lijnden en van daar langs de Hoofdvaart weer terug naar Hoofddorp. Dat bleken uiteindelijk 19,4 kilometers te zijn, waarbij ik nog bijna de Hoofdvaart ingeblazen werd vanwege de harde zijwind. Tijdens deze ronde kruis je tweemaal de A5, eenmaal de taxibaan naar de Polderbaan én de aan-/uitvliegroutes van de Polder- en de Zwanenburgbaan. Helaas geen vliegbewegingen aan deze kant van Schiphol vanwege de wind. Ik vind het wel wat hebben, een vliegtuig dat rakelings over je hoofd scheert tijdens je trainingsrondje. Maar helaas. It was just me and the wind. En mijn nieuwe schoenen. Voor een prikkie in de aanbieding. Lekker gelopen, maar de laatste kilometers tegen de wind in waren zwaar.

Vondelparkloop 2015
Vondelparkloop 2015

En dan was er twee weken geleden de Vondelparkloop 2015. Na mijn debuut vorig jaar besloot ik dat deze loop net als de Damloop en de halve van Amsterdam een vast onderdeel zouden worden van mijn hardloopagenda. Dit jaar extra leuk doordat vrienden Bert en Verena ook van de partij waren. Het weer was wel minder mooi dan vorig jaar. Ik liep mijn hele 10 kilometer in de regen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ik was blij dat ik Bert’s handschoenen kon lenen, want het was al met al best fris. Na 10 kilometer stond er zowaar een bescheiden nieuw pr achter mijn naam: 53:26. Als ik mij tijdens de decembermaand niet zo tegoed had gedaan aan allerlei lekkernijen had ik een snellere tijd neer kunnen zetten. Over discipline gesproken.

En afgelopen weekend dus weer een ‘gewoon’ rondje. Er stond 19 kilometer op de planning. Omdat ik het rondje twee weken daarvoor ook al liep en dus wist dat een rondje Polderbaan ruim 19 kilometer was, besloot ik het nog maar eens te doen. Maar nu tegen de klok in. Deze keer was de baan wel in gebruik, dus viel er het nodige te zien. Na 19,2 kilometer (kleine aanpassing in de route) was ik weer terug. Ondanks de afwezigheid van de wind viel het mij zwaarder dan twee weken geleden. Geen idee hoe dat kwam; iedere loper heeft zo zijn goede en minder goede dagen denk ik. En maandag meteen de looptraining er achteraan. En dinsdagavond High Intensity Training en we zijn weer lekker bezig.

Voor dit weekend staat er 20 kilometer op de planning. Het wordt een graad of vijf, dus dat moet te doen zijn. Nog 71 dagen. Geen update missen? Like Rudi on the Run op Facebook of volg me op Twitter en Instagram.

Ik gaat me de pleuris lopen

Tot vorige week was 12 april 2015 een gewone dag. Net zo gewoon als laten we zeggen 10 maart of 25 juni. Niks bijzonders. Niks aan de hand. Tot vorige week dus. Die gedenkwaardige vrijdagmiddag dat ik op de ‘bevestigen’-knop drukte en mijn inschrijving voor de Marathon van Rotterdam 2015 een feit was.

Wat vooraf ging. Een tijdje geleden las ik op de Facebook pagina van Runner’s World over de mogelijkheid om je in te schrijven voor het Dreamteam 2015. Onder leiding van Rob Veer himself toewerken naar de Marathon van Rotterdam 2015. Dat wilde ik ook wel! Aangemeld dus. Op 13 november zouden de gelukkigen bekend gemaakt worden. Helaas bleek ik niet één van de vier mazzelaars. Jammer, jammer, jammer. Dan maar geen Marathon van Rotterdam. Dacht ik. Want die marathon bleef in mijn hoofd zitten; het marathonvirus had kennelijk toegeslagen en de marathon zat onder mijn huid. Natuurlijk had ik in het kader van de voorpret de website van de marathon al wel een beetje verkend en gezien dat het Early Birdtarief op 14 november afliep. Dus ja, na wat vijven en zessen en overleg met mijn lief zat er, voor ik het wist, een ‘Hiermee-bevestigen-wij-jouw-inschrijving-voor-de-Marathon-Rotterdam’-mailtje in mijn mailbox en ga ik dus op mijn 45e voor het eerst van mijn leven een marathon lopen. Wie had dat een paar jaar geleden, toen ik al moe was na 1 minuut hardlopen, durven denken. Ikzelf in ieder geval niet.

En sindsdien zit mijn hoofd vol met vragen. Waar ben ik aan begonnen? Hoeveel weken heb ik nog? Tweeënveertigkilometerenhonderdvijfennegentigmeter is best ver. Wat is een goed schema om me voor te bereiden? Wat als dat pijntje dat ik sinds een week onder mijn voet heb, het begin van een vervelende blessure blijkt te zijn? Een marathon begin april betekent veel trainen in de winter. Was dat nou wel zo slim? Vragen, vragen, vragen.

Maar ondertussen heb ik er wel enorm veel zin in! Maandag start op mijn werk toevallig (nou ja, toeval bestaat niet, zegt mijn vrouw altijd) een loopclinic voor gevorderden. En ik ben tegen die tijd ‘al drie jaar een hardloper’, met drie Damlopen en drie halve marathons op zijn naam. Weliswaar geen tijden waar je stijl van achterover slaat en zéker niet altijd even succesvol, maar toch. Uitlopen van een marathon zou na drie jaar hardlopen moeten lukken. En het web staat vol schema’s. Daar moet vast wel iets tussen zitten. En anders heb ik nog een plank vol boeken en Runner’s World nummers en -specials met de nodige tips en trucks. En ik heb nog een kleine vijf maanden. En goede vriend Bert blijkt zich ook ingeschreven te hebben. Weliswaar is hij een veel sneller en ervarener loper dan ik, maar het is leuk om hem in ieder geval voor de start en na de finish even te zien.

De print van het parcours hangt inmiddels aan de muur. Voor mijn 8-jarige dochter ben ik nu al een held dat ik het überhaupt probeer. Nog 140 dagen te gaan. Lee Towers here I come! Countdown starts…NOW!