Tagarchief: Amsterdam

Buikje

Koude wind en dito regen. Bijna onderuit op een modderig fietspad in de Boseilanden. En een opgebroken fietspad inclusief hoge hekken, waardoor de toegang tot een aantal favoriete hardlooprondjes tot medio 2018 helaas is afgesloten.

Tot zover mijn eerste loopje op (jawel!) 1 januari 2017. Vooralsnog gaat het dus goed met één van de goede voornemens voor het nieuwe jaar: weer wat meer structuur in het hardlopen. Want daar was in 2016 wel een beetje heel erg de klad in gekomen. Met hangen en wurgen liep ik in 2016 nog wel de Dam tot Damloop en de Zevenheuvelenloop, maar erg snel ging het allemaal niet. Genoten heb ik wel. De Damloop is altijd weer een feestje. De Zevenheuvelenloop liep ik voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst. Mooi evenement in een prachtige omgeving.

Zevenheuvelenloop 2016

En ergens tussen beide evenement heb ik mij ingeschreven voor de Marathon Rotterdam 2017. Ik heb er immers zo van genoten in 2015, dus waarom niet nog een keer? En het is bovendien een mooie stok achter de deur om weer eens vaker de hardloopschoenen onder te binden. In 2015 was ‘uitlopen’ het doel. De doelstelling voor mijn tweede marathon is om hem wat sneller te lopen dan in 2015.

Ondertussen ben ik weer volop in de voorbereiding. Niet in de laatste plaats door de enigszins verontrustende ‘Nog 100 dagen!’ mededeling van de organisatie op o.a. Facebook en Instagram. Ik heb overigens nog even met de gedachte gespeeld om met het 100-dagen schema van Stans van der Poel en Koen de Jong te gaan trainen. Middels dit schema bereid je je voor op een marathon, waarbij in de aanloop naar de marathon de langste trainingsafstand 14 kilometer is. Het geheim schuilt in het slim gebruik maken van lopen in verschillende hartslagzones. Maar ja, slechts 14 kilometer lopen, terwijl de marathon ruim 42 kilometer is, is wel even een dingetje. Niet dat ik niet in het schema geloof (er zijn genoeg mensen die hebben bewezen dat het werkt), maar zelf durf ik het nog niet aan. Misschien een volgende keer. Vooralsnog hou ik vast aan het schema dat ik ook de vorige keer gebruikte, waarbij ik in de weekenden langere afstanden loop. Dat geeft mij toch meer vertrouwen dat ik die marathon ook daadwerkelijk uit kan lopen. Want een takken-eind is het wel, weet ik inmiddels.

Een andere niet onbelangrijke reden om nog even vast te houden aan de lange duurlopen is dat het lopen van langere afstanden op een lager intensiteitsniveau het lichaam in staat stelt om voor de benodigde energie over te schakelen van verbranding van (snelle) koolhydraten (suikers) op vetverbranding. En dat is dan weer gunstig voor het kwijtraken van de nodige kilo’s vet die zich in de afgelopen periode ongemerkt onder mijn huid hebben opgehoopt. Want al oog ik met mijn 1,97 meter nog steeds niet dik, een blik op de weegschaal maakt pijnlijk duidelijk dat ik sinds de marathon van 2015 inmiddels weer 7 kilo ben aangekomen. De slanke atleet van toen is veranderd in ‘een-man-van-middelbare-leeftijd-met-een-buikje’. Mijn vrouw en dochter noemen dat overigens ‘een lekker zacht kussentje’, dus wat hen betreft: no problem! Maar mij stoort het. Hardlopers snappen dat.

Terug van 101 naar de 94 kilo van toen dus. Volgens sommige hardlopers kan het nog wel wat slanker, maar ik vind rond de 94 kilo prima. Te mager vind ik niet mooi (zeker niet met mijn lengte) en ik kan blijven eten wat ik lekker vind. Alleen wat opletten met snoepen en snaaien, cappuccino en andere producten die bij bestudering van de etiketten soms wel voor 60 à 70% uit suiker blijken te bestaan. Een beetje minder kan dus nooit kwaad. Niet in de laatste plaats om alle andere ongemakken ten gevolge van het consumeren van teveel suiker (laat er maar eens een Google-search op los), binnen de perken te houden.

Vooralsnog dus weer ‘back-on-track’. En ook weer back online. Want dat bloggen dat was er ook wel een beetje heel erg bij ingeschoten. I’ll keep you informed.

Verstand op nul en de blik op de gele ballon

Het zijn inmiddels mijn twee vaste najaarsklassiekers: de Dam tot Damloop in september en de halve van Amsterdam in oktober.

Over de Damloop kan ik kort zijn. Het was weer gezellig, maar een verbetering van mijn PR zat er helaas niet in. Domweg te weinig getraind en (daarom) ook niet echt in vorm. Het eindresultaat: 50 seconden langzamer dan vorig jaar. Viel me nog mee. Voor het eerst in mijn relatief korte hardloopcarrière een loopje waarin ik mijn PR ten opzichte van het jaar ervoor niet verbeterde. Maar genoten heb ik wel. Punt.

En afgelopen zondag dus de halve van Amsterdam. Na het debacle van vorig jaar (met uiteindelijk toch nog een bescheiden PR) nu opnieuw een kans om mijn PR op de halve aan te scherpen. Niet dat mijn conditie spectaculair verbeterd was, maar een klein beetje dichterbij de magische 2:00 uur zou mooi zijn. De weersvoorspel-lingen waren wat minder gunstig dan vorige jaren, maar dat hoeft niet perse een nadeel te zijn. En dus stond ik zondagochtend op Station Amsterdam Zuid met, vanwege het wisselvallige weer, een tas vol kleren (lange tight, korte broek, lange mouwen, korte mouwen).

Goede vriend Bert liep mee in de business-run en we lieten ons de koffie bij Starbucks goed smaken. Daarna door naar de expo en toen naar het bedrijf waar Bert werkzaam is en waar ik als ‘supporter’ ook naar binnen mocht en gebruik kon maken van de fijne kleedruimte. Omdat het toch wel frisje was en licht regende, was de aanwezige medewerker van CSU al gauw een rol vuilniszakken armer. Daar stonden ze dan: al die keurige dames en heren in een bedrijfsshirt met daaroverheen een vuilniszak van CSU. Leuk gezicht en het deerde ze niet (het zijn toch lopers), maar het is vast een evaluatiepuntje voor de volgende keer.

Bert stond in startvak ‘wit’ voor de business-runners en ik in startvak ‘geel’; volgens het boekje het startvak voor de lopers met een geschatte eindtijd van 1:50-2:00 uur. Huh? Hoe was ik daarin terecht gekomen? Foutje van de organisatie? Vakje verkeerd aangeklikt of een moment van overdreven optimisme bij het inschrijven? Ik weet het niet. Ik had als eindtijd ergens tussen de 2:00 en 2:15 uur in gedachten en als ik ergens dichtbij de 2:05 zou finishen zou ik blij zijn. Meer zat er gegeven de voorbereidingen niet in.

Gelukkig stonden in mijn startvak twee pacers van het Runner’s World Pacing Team met 2:00 uur op hun ballonnetje; Els (zo stond op haar ballon) en Ruud. Ik besloot het erop te wagen en te proberen of ik ze bij kon houden. Ik wist ook wel dat 2:00 uur niet haalbaar was, maar hoe langer ik ze bij kon benen, hoe beter, was mijn redenatie. En ik zou daarmee tevens voorkomen dat ik te snel van start ging.

Stadion vierkant

Omdat de pacers niet de hele tijd naast elkaar liepen en ik er al in de eerste kilometer achter kwam dat het voor mij erg lastig was om twee pacers in de gaten te houden, besloot ik mij te richten op Els. En dat bleek nog niet zo makkelijk. Ik ben namelijk niet gewend om achter een pacer aan te lopen. Bovendien was het druk en was Els ook nog eens een stuk kleiner en ranker dan ik. Met haar gele ballonnetje glipte ze behendig door alle gaatjes en ontweek ze soepel alle ‘in-de-weg-lopende-lopers’ en andere obstakels. En dat is toch wat lastiger als je 1.97 m. en 98 kilo bent. Ik heb heel wat stoepranden, vluchtheuvels, boomwortels, regenplassen en poten van dranghekken moeten trotseren om haar bij te houden. De route schijnt op sommige plekken veranderd te zijn ten opzichte van de jaren ervoor, maar daar heb ik niets van meegekregen. In opperste concentratie was mijn blik slechts gericht op het gele ballonnetje met daarop ‘Els 2:00’. Ik vrees dat ik de rest van mijn leven geen gele ballon meer kan zíen, zonder aan dit moment terug te denken. Ik heb een paar maal de neiging gehad om een foto te maken van Els en haar gele ballon. Die foto zou namelijk álles zeggen over deze race. Maar ik durfde het niet; bang dat het gepiel met mijn telefoon mij uit mijn concentratie zou halen. En ik wist dat als ik Els, Ruud en het clubje lopers eromheen kwijt zou raken, ik reddeloos verloren zou zijn. Bovendien: al hardlopend een foto maken van een andere hardlopende hardloper is volgens mij sowieso gedoemd te mislukken.

Op de Mauritskade vroeg Ruud hoe het ging en wat mijn doel was. Ik antwoordde dat ik weliswaar op de grens van mijn kunnen liep, maar dat het tot nu toe goed ging en dat ik wilde proberen ze zo lang mogelijk bij te houden. Maar ook dat ik wist dat de (beruchte) onderdoorgang bij het Rhijnspoorplein er aan kwam en dat ik daar vorig jaar helemaal stuk ging.

En nu dus weer. Na 15 kilometer flink doorstappen waren de helling en het daarop volgend stuk vals plat, net even teveel van het goede. De aanmoedigingen van de Half Crazy Runnerscrew, de Running Junkies en de Heldensupport van Sanne ten spijt, moest ik ze net na het Rijks laten gaan. De koek was op. Maar ik had wel mooi zo’n 16 kilometer geprofiteerd van ‘mijn’ hazen.

In het Vondelpark zag ik de gele ballonnetjes langzaam steeds verder van mij wegdrijven en ik zag op mijn horloge dat mijn eigen snelheid daalde. Ik baalde als een stekker. “Maar ho, wacht eens even! Ik ga mij in het zicht van de finish toch geen mooie tijd door de neus laten boren en in de laatste twee kilometer alles weer weggeven?” Het lukte me om de snelheid niet verder te laten dalen en zelfs nog een heel klein beetje te verhogen, maar boven de 10 kilometer per uur kwam ik niet meer. Eenmaal in het stadion kon ik het laatste beetje energie eruit persen: 2:02:27 uur! Dat is toch mooi even 7 minuten en 25 seconden van mijn PR af! Blij, maar wel helemaal uitgeput. Net na de finish stonden Els en Ruud. Mijn Superheroes. Volgend jaar loop ik zeker onder de 2:00 uur! Tenminste, als jullie er ook weer zijn Els en Ruud. Deal?

De ene zondag is de andere niet

Nog een kleine twee weken en dan is het zover. Dé Marathon van Rotterdam. Mijn Marathon. Mijn eerste. Al vanaf december volg ik een schema dat mij uiteindelijk in staat moet stellen om de 42 kilometer en 195 meter te overbruggen. Ik heb het beginnersschema van Runnersworld gebruikt. Dat schema schrijft vier keer per week lopen en één keer crosstrainig voor. Ik houd het op drie keer per week lopen en één keer High Intensity Training. Vier keer per week lopen zit er gewoon niet in. Desondanks maak ik weken van 30 tot 50 kilometer. Is dat voldoende? Ik denk het wel, maar we zullen het zien.

De lange duurlopen loop ik in het weekend, doorgaans op de zondag. Vorige week zondag had ik mijn langste duurloop: 32 kilometer. Best wel een end. Omdat ik in een straal van enkele kilometers rond mijn huis na drie jaar lopen iedere stoeptegel wel ken, besloot ik om de auto te pakken en naar het Haarlemmermeerse bos te rijden, om van daaruit te starten voor de 32. Als je dan tóch zo’n eind moet sjouwen, dan maar liever zoveel mogelijk over onbekend terrein. Dan valt er nog eens wat nieuws te ontdekken. Het was een heerlijke dag; lekker temperatuurtje, zonnetje erbij en nagenoeg geen wind. Het plan was om langs de Polderbaan te lopen en dan bij het Kleinpolderplein linksaf naar Haarlem, een stuk door de binnenstad en via Heemstede en Cruquius weer terug. Eenmaal lopend bedacht ik mij dat, met 32 kilometer voor de boeg, Amsterdam ook binnen handbereik moest liggen. Een blik op de ANWB- fietsborden leerde mij dat dit inderdaad het geval was en terplekke besloot ik rechtsaf te gaan richting Amsterdam. Voor ik het wist was ik de Ringvaart gepasseerd en stond ik in Osdorp. Voor de grap maakt ik een selfie voor Tram 1 die ik op Facebook postte. “Ben je helemaal naar Amsterdam gelopen?”, reageerde mijn vrouw. Tja, je moet toch ergens heen. En ik vind Osdorp een leuke wijk met verrassende architectuur, zoals het dierenasiel van Arons en Gelauff architecten en iets verderop het WoonZorgComplex met de hangende woningen van MVRDV. Ook het nog iets verderop gelegen project ‘Meer en Oever’ met de bijzondere Schutterstoren (DKV Architecten) is zeer de moeite waard. En zo was ik al genietend al snel bij de Sloterplas aangeland. De bidon was inmiddels leeg en de blaas vol, dus maar even een pitstop gemaakt bij de Mac op het Osdorpplein en daar meteen een smoothie gekocht. Van 100% puur fruit! Althans, dat staat erop. Toch blij dat ik onder het mom “Je weet het maar nooit met zo’n lange duurloop!” € 10 in mijn kontzak had gestopt (tip).

Samenvatting langste duurloop. Zondag 22 maart 2015.

Na nog wat omzwervingen door Osdorp-De Aker uiteindelijk via Lijnden en de Polderbaan weer terug naar de auto. De laatste kilometers waren pittig. De al vaak gehoorde kreet “De marathon begint bij 30 kilometer”, spookte door mijn hoofd. Maar al met al toch een fijn loopje. Die laatste 10 kilometer moeten 12 april dan maar op karakter. En als het even kan onder dezelfde fijne weersomstandigheden.

Hoe anders was dat dit weekend! Op het schema stond voor het één na laatste weekend vóór de grote dag een wedstrijd op het programma van ‘slechts’ 10 kilometer. Op internet had ik gezien dat een paar dorpen verderop zondag een hardloopevenement was met o.a. ook een 10 kilometer. Perfect voor mij dus. Zondagochtend was het echter niet bepaald fraai weer. En we hadden zaterdagmiddag ook al de hele middag in de regen en kou gestaan vanwege een paardrij-evenement van dochterlief, dus ik had er niet echt zin in. Ik besloot om niet te gaan en later op de dag mijn eigen wedstrijd te lopen. Dat wil zeggen: vanuit de voordeur een 10 kilometerrondje rond de Toolenburgerplas en weer terug. En dan zo snel mogelijk. En ondertussen maar hopen dat het toch nog even een uurtje droog zou worden. Ik ging eerst wat klusjes in huis doen, maar het weer werd er niet bepaald beter op. Het begon steeds harder te regenen en te waaien. Maar wat moet, dat moet. Dus om half vier (na de nodige moed te hebben verzameld) toch maar naar buiten. De regen kwam met bakken naar beneden en ook de wind liet zich niet onbetuigd. De eerste anderhalve kilometer gingen nog best aardig. In de luwte van de huizen viel het met de wind nog wel mee. Maar daarna kwam het stuk naar Hoofddorp dwars door de weilanden. Ik beleefde nog even een gelukzalig moment vanwege het feit dat ik de wind in de rug had en (voor mijn doen) duizelingwekkende snelheden van rond de 16 kilometer per uur haalde. Maar dat gevoel verdween al snel toen ik mij realiseerde dat ik, met volle tegenwind, via dezelfde weg ook weer terug moest. Hoe pittig het zou worden merkte ik al snel. Daar waar het fietspad bovenop een viaduct een 90 graden bocht maakt, kreeg ik van links de volle laag regen, hagel en wind. “Dat wordt een pittige terugtocht”, bedacht ik mij. En dat werd het. De schuimkoppen stonden op de golven van de anders zo vrolijke Toolenburgerplas. En nadat ik de wind in korte tijd achtereenvolgens van links, van voren en van rechts had, was ik in ‘no time’ helemaal doorweekt (tot dan toe was vooral mijn achterkant nat). En toen moest het lange rechte stuk pal tegen de wind in terug naar huis nog komen. De snelheid zakte daar naar 7 kilometer per uur en ik had het gevoel dat ik soms bijna stil stond.

Zonder ook maar één droge draad aan het lijf en soppend in mijn schoenen was ik na ruim een uur weer thuis. Toch nog een soort van wedstrijd gelopen. Maar dan tegen de elementen. Een half uur later was het droog…

De 25 van Amsterdam

Zondagochtend 19 oktober. Vandaag is het zover. Voor de derde keer loop ik de halve marathon van Amsterdam. En ik heb er zin in! Ik rommel wat in de woonkamer en wacht tot de live uitzending van de wedstrijd op AT5 begint; ondertussen stop ik de laatste spullen in mijn tas. Ik besluit om mijn oude schoenen aan te doen en mijn nieuwe in de tas te stoppen. Na aankomst in Amsterdam kan ik dan mijn schoenen verwisselen en een paar droge sokken aantrekken. Zo sta ik lekker fris aan de start. Omdat ik een busabonnement heb en omdat ik toch pas om 13:44 uur start, heb ik besloten met de bus te gaan. Met stip één van de domste beslissingen van 2014, zou later blijken…

Ik plan het zo dat ik na aankomst nog ruim een uur heb tot het startschot klinkt. Tijd genoeg om mij om te kleden, nog even wat te eten en te drinken, etc. De busrit verloopt voorspoedig. Wel heeft de chauffeur op Schiphol even overleg over de te volgen route. “Zeker een nieuwe chauffeur”, denk ik nog. Op de ring A10 gaat het mis. De bus gaat een totaal andere kant op dan volgens de dienstregeling zou moeten. “Er geldt vanaf 6.00 uur al een omleiding vanwege de marathon”, zegt de buschauffeur. Hoe ironisch. Dus daar ging dat overleg over. “U kunt het beste op het Leidseplein uitstappen.” Er volgt een onnavolgbare route dwars door Amsterdam. Ondertussen verzin ik plan B. Ik besluit inderdaad op het Leidseplein uit te stappen, met de tram naar de Lelylaan te gaan en van daar met de metro naar de Amstelveenseweg. Dat lijkt mij de route met de meeste kans om nog tijdig bij de start te komen.

Ondertussen is de bus gestrand in de drukte. Om 13:00 uur besluit de buschauffeur ons midden op de kruising van de Overtoom en de Stadhouderskade vrij te laten. De halte is eigenlijk op het Leidseplein, maar om de één of andere reden kan hij daar niet heen. Als ik buiten sta zie ik waarom. Overal staan hekken op de weg. En niet alleen vanwege de marathon, maar ook vanwege een vrachtwagen die de bovenleiding van de tram kapot heeft getrokken. Het tramverkeer aan deze kant van de stad ligt voorlopig volledig plat. Daar gaat plan B. De moed zakt me in de (hardloop)schoenen. De halve van Amsterdam, waar ik zo naartoe heb geleefd, lijkt verder weg dan ooit. Hier sta ik dan. Nog 44 minuten tot de start. Wat nu? Even heb ik de neiging om op de eerstvolgende bus naar huis te springen. Maar dan zie ik in de verte een lang lint marathonlopers het Vondelpark in lopen en weet ik dat nú opgeven geen optie is. Over op plan C.

De enige mogelijkheid om nog enigszins op tijd bij het Olympisch Stadion te komen is ….. lopen. Google Maps vertelt mij dat het 3,3 kilometer lopen is naar het stadion. Tel daarbij dat de kledinginname nog een stukje voorbij het stadion is en dat ik daarna nog weer terug moet lopen naar de start op de Stadionweg en ik weet dat ik, met 44 minuten op de klok, een kleine 4 kilometer lopen voor de boeg heb. Dat wordt een hele uitdaging. Half snelwandelend half joggend loop ik het Vondelpark in. Ik ben jaloers op de lopers die daar ‘lekker’ met hun wedstrijd bezig zijn. Ik hoop dat ik de start ook ga halen, maar van een ontspannen start is op deze manier al lang geen sprake meer. Even nog vat ik het plan op om via het Museumkwartier binnendoor te steken, maar dit stuk van Amsterdam is mij te onbekend. Het risico dat ik hopeloos verdwaal en daarmee mijn kans verspeel om nog op tijd aan de start te verschijnen, is te groot. Ik besluit het park weer in te lopen en het parcours te volgen. Al lopend werk ik de smoothie naar binnen die ik de vorige avond heb gemaakt. Ik passeer terrasjes waarop lopers met medaille ontspannen genieten van een drankje. Ikzelf ben alles behalve ontspannen. De tijd tikt door. Met nog 9 minuten te gaan passeer ik de ingang van het stadion op weg naar de kledinginname. Ik heb hoge nood maar dat stel ik uit tot de terugweg. Midden op straat trek ik mijn joggingbroek en jas uit. Ik heb geen tijd meer om mijn schoenen te verwisselen. Er zit niets anders op; dan maar op mijn oude schoenen. Ik gris nog snel een energybar en een gelletje uit mijn tas en ga er vandoor. Nu wordt de nood te hoog en ik moet een sanitaire stop maken. Daarna loop ik snel richting start. In de verte zie ik ‘mijn’ startvak richting start lopen. Als ik een sprintje trek kan ik nog aansluiten. Ik doe het niet. Ik besluit mijzelf een paar minuten te gunnen om even op adem te komen en sluit aan bij het laatste startvak. Het zweet staat op mijn rug.

Ik doe een paar ademhalingsoefeningen in een poging enigszins tot rust te komen. Het helpt een beetje. Even later zet de massa zet zich in beweging. Ook wij mogen nu richting start. Na 100 meter krijg ik opnieuw aandrang. Het zal de stress zijn, in combinatie met de kop thee, de bak yoghurt en het glas water die ik voor vertrek nog naar binnen heb gewerkt. En de halve liter smoothie van zojuist natuurlijk. Ik glip door een opening in het hek. Als ik terugkom zie ik dat ik me bij de laatste 100 starters bevind. Dat ritueel herhaalt zich een paar meter voor de start nogmaals, waardoor ik mij nu écht in de achterhoede bevind. Hetgeen nog eens wordt bevestigd door de speaker: “Dames en heren, een extra applausje voor de aller-,aller- allerlaatste lopers!” Niet echt een lekkere plek. Met zo’n 44.000 lopers voor mij en zo’n 25 achter mij, is voor mij dan toch nog de halve van Amsterdam begonnen.

Ik druk mijn horloge in en heel groot komt in beeld hoe laat het is. Normaliter staat op die plek mijn actuele snelheid. Meteen weet ik hoe dat komt. Ik heb zaterdagavond mijn horloge nog even gesynchroniseerd en meteen een software-update meegepakt. Mijn settings zijn daardoor gewijzigd. Gelukkig zie ik nog wel hoe lang ik onderweg ben en welke afstand ik heb afgelegd, dus met een beetje rekenwerk kan ik mijn gemiddelde snelheid berekenen. Achteraf had ik simpelweg door het menu kunnen scrollen om de instellingen te wijzigen, maar dat kwam op dat moment even niet in mij op.

Al gauw kom ik in een lekkere cadans, maar ik voel dat het niet erg hard gaat. Dat is niet persé een nadeel; versnellen kan altijd nog. Ondanks de drukte en het soms smalle parcours weet ik aardig wat lopers in te halen. Als ik na een paar kilometer de Joan Muyskenweg op draai, zie ik op de Utrechtsebrug boven mij de sliert lopers die achter mij loopt. Ik constateer dat ik er al enkele honderden heb ingehaald. Goed voor het zelfvertrouwen.

Niet lang daarna kondigt zich de eerste drinkpost aan. Uit ervaring weet ik dat je beter even door kunt lopen naar het eind, omdat het daar minder druk is. En ik wil nu geen halt houden en mijn ritme verstoren. Het is inderdaad erg druk. Mensen staan met een bekertje in hun hand als ware het een staande receptie. Ik loop bijna een vrouw ondersteboven die onverwacht stil staat en een 90 graden draai maakt. Ook aan het eind is het echter te druk. Ik weet al lopend geen bekertje te scoren. Helaas pindakaas.

Bij de volgende drinkpost besluit ik de tijd te nemen om rustig een bekertje leeg te drinken. Ik ben toch al gestopt voor een sanitaire stop. De tijd die ik verlies betaalt zich hoop ik wel weer terug. De daarop volgende kilometers verlopen zonder bijzonderheden. Al verbaas ik mij wel een aantal keren over het feit dat vermoeide lopers gezellig al wandelend en keuvelend helemaal links blijven lopen; ook daar waar het parcours slechts enkele meters breed is. Mede daardoor worden lopers die wél door willen blijven lopen soms gedwongen in te houden.

Als ik de Mauritskade opdraai is voor mij de laatste fase aangebroken. “Zou Sanne er ook staan?”, bedenk ik mij opeens. Sanne (waarvan ik toen nog niet wist dat ze Sanne heette), bezorgde mij vorig jaar net op het juiste moment een extra ‘boost’ met haar heldenbord. Zo’n aanmoediging is ook nu meer dan welkom, want ik zit er behoorlijk doorheen. Al weet ik op dat moment niet wat mijn actuele snelheid is; ik voel op mijn klompen aan dat die dramatisch terugloopt. Helemaal als ik na de onderdoorgang Wibautstraat weer omhoog moet. De helling is steil en daarna volgt nog een stuk vals plat totdat je over de Amstel bent. Ik heb het idee dat ik bijna stil sta en moet de neiging om te gaan wandelen onderdrukken. Ik ben verre van ontspannen, ik ben moe, ik heb het warm en ik merk nu pas écht dat ik op mijn oude schoenen loop. De demping is er niet meer. Elke stap die ik zet, dreunt voor mijn gevoel door in mijn hele lichaam en specifiek in mijn nek (een overblijfsel van een pretparkbezoek eerder die week). Ik bedenk me opeens dat ik nog een gelletje bij me heb. Die is echter na 1,5 uur in de achterzak van mijn short zo’n 40 graden warm en bovendien mierzoet.

Als ik boven ben herpak ik mijzelf en probeer ik weer wat tempo te maken. En dan ontwaar ik in de verte de rode haardos en het inmiddels wereldberoemde heldenbord van Sanne. Dat had ik echt even nodig. Ik wil roepen hoe tof ik het vind dat ze er weer staat, maar het enige dat ik op dat moment uit kan brengen is: “Sanne! Sanne!” We high-fiven en ze roept me nog een “Go, Go Rudi!” na en dan is onze kortstondige ontmoeting alweer voorbij. Ik heb het inmiddels goed gemaakt via Twitter. Leuk om je nu eens live te ontmoeten Sanne! Het voelt toch een beetje alsof je een BN-er spot.

Tot aan het Vondelpark kan ik weer even vooruit en dan begint voor mij de eind’sprint’. Met nog een paar kilometer te gaan neem ik de scherpe bocht het park in en denk ik even terug aan hoe ik hier pakweg 2,5 uur geleden ook al liep. Voor de derde keer sinds de start begint het zachtjes te regenen. Het deert me niet. Een gezin moedigt me aan en roept mijn naam en ik zie een loper op de grond zitten met een paar EHBO-ers. Voor de rest gaat het Vondelpark aan me voorbij. Voor ik het mij realiseer loop ik op de Amstelveenseweg. Even later hoor ik een loper tegen zijn loopmaatje zeggen: “Come on Helen! One kilometre! Easy!“. Knap staaltje van Omdenken. Ik moedig Helen, die er duidelijk helemaal doorheen zit, ook nog even aan en dat geeft mij ook weer een boost.

Even later loop ik het Olympisch Stadion binnen. Het tartan voelt als een kussen onder mijn schoenen. Ik passeer de finish en krijg vrijwel meteen een bericht van mijn lief die mij via de marathon-app heeft gevolgd: “Yeahhh 2 uur en 9 minuten! Goed gedaan!” Even maakt een lichte teleurstelling zich van mij meester. Twee uur negen. Dat is niet wat ik had gehoopt toen ik vanochtend opstond. Maar al gauw maakt die gedachte plaats voor een andere. Namelijk dat het -gegeven de omstandigheden- al een wonder is dat ik überhaupt gestart ben. Dat ik eigenlijk 25 kilometer heb gelopen in plaats van 21. En dat dat ondanks alles tóch nog een kleine 4 minuten sneller is gegaan dan vorig jaar en dus een bescheiden nieuw PR.

Buiten het stadion kom ik nog een trainer van Phanos tegen die mij en mijn collega’s kortgeleden nog klaarstoomde voor de Damloop. “Hoe ging het?”, vraagt hij. Ik zeg dat het goed was.

Ik haal mijn tas op en loop de Sporthallen Zuid binnen om mij rustig om te kunnen kleden. Als ik op de grond wil gaan zitten om mijn veters los te maken, merk ik pas hoe stijf ik ben. Het lukt me met moeite te gaan zitten. Zo heb ik mij niet meer gevoeld sinds ik 2,5 jaar geleden iets te fanatiek met hardlopen begon. Het maakt maar weer eens duidelijk hoe spanningen en stress in je hoofd doorwerken op je lichamelijke gesteldheid.

Een mooie trofee van mijn dochter.
Een mooie trofee van mijn dochter.

Niet veel later ben ik weer thuis. Mijn dochter verrast mij met een prachtige zelfgemaakte trofee. En mijn vrouw heeft lekkere verse Portugese groentesoep en broodjes Bifana klaar staan. En na een warme douche krijg ik nog een heerlijke energetische massage van haar. Ik ben een rijk man.

Dam tot Damloop 2014: intervallen en afvallen

Op 27 februari 2012 zette ik letterlijk mijn eerste stappen in mijn fonkelnieuwe hardloopschoenen. Het was een training van een half uur in de lunchpauze onder leiding van één van mijn collega’s, tevens hardlooptrainer. We liepen 5 series van 2 minuten lopen + 4 minuten wandelen. Dat viel zwaar tegen. Wat was ik blij op de momenten dat de 2 minuten hardlopen voorbij waren en dat we weer 4 minuten mochten wandelen, want conditie nul, zero, niente. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen. Ik hield mij braaf aan het schema dat 3 keer per week lopen voorschreef. Ik liep door kou, wind en regen. Waar die discipline ineens vandaan kwam is me nog steeds een raadsel. Tot dat moment kon je van alles over mij zeggen, maar niet dat ik sportief was.

Naarmate de weken verstreken boekte ik vooruitgang en kreeg ik er zowaar lol in en eind april liep ik samen met mijn collega’s mijn eerste 5 kilometer. Eerst nog even getwijfeld. Nu al? Maar trainer Rob verzekerde ons dat het ons zou lukken de 5 km. uit te lopen. Gaan dus! Geen spectaculaire tijd, maar dat was ook niet het doel. Het doel was ‘Uitlopen en als het even kon zónder wandelen’. Dat lukte en het smaakte naar meer.

547
Damloop 2012 samen met goede vriend Bert

Een paar maanden later kreeg ik een mail dat ik via mijn werk kon ik meedoen aan de Businessrun van de Dam tot Damloop 2012. Na een lichte twijfel (16,1 km.? Da’s best ver.) heb ik me toch aangemeld. En afmelden kon altijd nog toch? En weer was het doel ‘Uitlopen’. En genieten. En genoten heb ik. Van de mensen, de bandjes en de dj’s langs de kant. Van het mooie weer en van het parcours. Nooit geweten dat Amsterdam Noord zulke idyllische plekjes heeft. Ik finishte in 1:44:42 uur, inclusief 3(!) plaspauzes. Wederom geen toptijd, maar wel uitgelopen zonder wandelen. Vol bewondering keek ik naar collega’s waarvan de snelste aftikte op 1:04:00uur.

In 2013 stond ik opnieuw aan de start van de Damloop. Het doel was dit keer ’In ieder geval sneller dan in 2012’. Het was wederom mooi weer. In de IJtunnel direct in het begin van het parcours bleek het warm en benauwd. Was het vanwege de vakantie in de Algarve, waarvan ik een paar dagen daarvoor was terug gekeerd, dat ik er weinig last van had? Ik had namelijk voor het eerst mijn hardloopschoenen mee op vakantie genomen en zowaar 3 keer gelopen. Ik finishte in 1:36:37. Ruim 8 minuten sneller dan het jaar ervoor. En nu zonder sanitaire stops. Al doende leert men de vochtinname te doseren.

En dan is het ineens juli 2014 en komt de Damloop 2014 alweer gevaarlijk dichtbij. Doel is ‘Als het even kan een tijd onder de 1:30 uur (voor mijn partwordt het 1:29:59 uur). Als ik wederom 8 minuten van mijn tijd af weet te snoepen, moet het lukken. Maar zo makkelijk als ik het opschrijf is die 10 Engelse Mijl natuurlijk niet gelopen. Binnen de anderhalf uur betekent op zijn minst gemiddeld een dikke 10.7 km/uur. Dus dat wordt intervallen de komende periode en de hardloopschoenen weer mee op vakantie. En een paar kilo afvallen. Want hoewel ik door het lopen al wel de nodige kilo’s ben kwijtgeraakt, weeg ik nog altijd 98 kilo bij een lengte van 1.97 m. Dat maakt mij niet echt dik, maar ook niet bepaald een lichtvoetige soepele atleet. Tel daarbij op dat we binnenkort 3 weken naar familie van mijn vrouw in Portugal gaan en dat ze daar wel van lekker eten houden en je kunt je voorstellen dat dat afvallen nog wel even een dingetje wordt. Om niet te zeggen een uitdaging.

Maar we gaan ervoor! Nog ruim 11 weken te gaan. Zomer 2014 staat in het teken van intervallen, afvallen en als het even kan niet omvallen. Wordt vervolgd!