Tagarchief: Boseilanden

Dat krijg je ervan als je spijbelt

Het was me het zomertje wel. Of eigenlijk niet. Qua hardlopen. Na de Marathon van Rotterdam riep ik nog vol enthousiasme en overtuiging tegen iedereen die het maar wilde horen dat ik de vorm vast wilde houden. En dat ging ook heel goed. De eerste weken. Op de donderdag na DE zondag liep ik alweer mijn vertrouwde 8 km. lunch-rondje met mijn collega’s. In april en mei nog een paar twintigers en daarna werd het stil. Heel stil. In juli zelfs een periode van drie weken niet lopen. De fut was eruit; ik was even helemaal klaar met dat ge-ren. Kwam het door de drukte op het werk, de warmte of wellicht een verlate after-marathon-dip? Heb ik de impact van de marathon onderschat? Van alles wat denk ik.

Maar het hardlopersbloed kruipt waar het niet gaan kan. Dus de draad maar weer opgepakt. Enigszins onwennig ging ik op een zondag in augustus de deur uit voor mijn vertrouwde 10 km. rondje Toolenburgerplas. Die had ik eigenlijk het weekend daarvoor al willen doen, maar door uitstelgedrag was het er niet van gekomen. Ik zag er gewoon tegenop.

Het ging uiteindelijk re-de-lijk. In ieder geval redelijker dan anderhalve week later. Tijdens mijn lunchloopje stortte ik helemaal in. Ik moest zelfs een stukje wandelen. Tja, dat heb je ervan als je als enigszins ingekakte loper per se mee wilt met twee veel snellere collega’s, waarvan er eentje ook nog eens in training is voor Berlijn. Dat blijft niet onbestraft.

En dit weekend weer de deur uit voor een rondje Haarlemmermeer. Eerst de Boseilanden, waar ik even wilde checken hoe ver het stond met het nieuwe viaduct dat twee gedeelten van het recreatiegebied met elkaar gaat verbinden en vervolgens via de Toolenburgerplas weer terug naar huis. Een fijn rondje van zo’n 14 kilometer. Onderweg heerlijk genoten van o.a. de zwanenfamilie die sinds de lente aan deze kant van het dorp rondtrekt. Pa en ma Zwaan wisten maar liefst acht jongen groot te brengen. Inmiddels zijn ze bijna volwassen. Prachtig om te zien hoe de ouders hun pubers nog steeds tegen de boze buitenwereld verdedigen door zich elk aan één kant van de kinderschare op te stellen; de kinderen veilig tussen hen in. In de Boseilanden blijkt er met de komst van het nieuwe viaduct het nodige veranderd. Paden zijn geasfalteerd en omgelegd. Het wordt een toffe loopplek, waar het overigens ook fijn wandelen, fietsen, spelen en paardrijden is.

Tijdens een plas- en drinkpauze hoor ik ineens een piepje uit mijn horloge komen. Ik loop voor het eerst sinds lange tijd weer met mijn hartslagmeterband en TomTom blijkt in de tussenliggende tijd wat nieuwe features te hebben toegevoegd. Ik kijk op het display en zie ‘Slecht herstel’ staan. En bedankt. Zelf heb ik op dat moment meer behoefte aan een Evy Gruyaert-achtige kreet als “Ik ben fier op u!” of “Ge zijt goe bezig!”. Maar nee hoor! TomTom is onverbiddelijk en probeert het leed nog wel wat te verzachten door er een ongetwijfeld grappig bedoelde, doch droevig kijkende emoticon in hartjesvorm aan toe te voegen. Het kwaad is echter al geschied.

Ontgoocheld druip ik af naar huis. Dat krijg je ervan als je spijbelt. Eigen schuld, dikke bult. Nog vier weken tot de Damloop.

Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’

“Jij zou toch nog gaan lopen?”, vroeg mijn vrouw mij zondagochtend. “Ik weet het niet”, zei ik in alle eerlijkheid. De afgelopen dagen ging ik hoestend en rochelend als een oude roker door het leven. Ik heb een flinke kou te pakken, inclusief lamlendig gevoel, een hoofd vol met watten, hoofdpijn en slecht slapen. Al vanaf vrijdag twijfel ik of ik in het weekend wel een lange duurloop moet gaan doen. Ik heb nog even bedenktijd, want we gaan eerst naar Jumping Amsterdam om daar te gaan kijken naar Jeroen Dubbeldam die met Zenith waanzinnige sprongen maakt en om het voltigeren te zien. Dochter en vriendinnetje genieten met volle teugen. En wij ook.

Weer thuis gaat het nog steeds niet echt lekker. Na een stevige lunch en wat rommelen in huis, is het op een gegeven moment nu-of-vandaag-in-ieder-geval-niet-meer. Er schijnt een heerlijk februarizonnetje,  maar dat zal niet lang meer duren; het wordt al laat. Dus wintershirt en handschoenen aan, Buff om mijn hals en gaan. Met een “Ik ga in ieder geval een klein rondje en als het langer wordt laat ik het weten”, ga ik op pad.

Ik besluit om mijn vertrouwde 10 kilometer rondje richting recreatiegebied Toolenburgerplas te lopen in de wetenschap dat zich daar na ongeveer 5 kilometer toiletten en water bevinden en -voor als het écht niet meer gaat- een snelle busverbinding die mij binnen 2 minuten weer terugbrengt naar mijn dorp. Het blijkt niet nodig. Het gaat onverwacht lekker en ik stuur mijn vrouw een bericht dat het wat later wordt. Ik besluit naar recreatiegebied Boseilanden te lopen. Als ik via die route terug naar huis loop, kom ik op 13 à 14 kilometer. Dat lijkt me gegeven de omstandigheden mooi genoeg.

Eenmaal in de Boseilanden ben ik niet meer te stoppen. Ik kom in een flow. “What the heck! We knopen er nog een lusje aan vast.” Het vervelende snotterige, verdoofde gevoel lijkt te zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik voel me beter dan ik mij de laatste dagen heb gevoeld en besluit -bijna weer thuis- alsnog een aanval te doen op de 20 kilometer, met nóg een extra lusje door het dorp. Na 19,1 kilometer ben ik weer thuis. Als het niet inmiddels donker was geworden en mijn vrouw mij niet naar huis had gemaand omdat het eten op tafel stond, had ik de 20 vol gemaakt. Ik voel me herboren. Het kan raar lopen.

Epiloog: Maandagochtend. Het is droog als ik de deur uit ga naar mijn werk. Een paraplu neem ik niet mee. Er ligt er nog één op mijn werk en anders zit ik vanmiddag met twee paraplu’s én mijn werktas én mijn sporttas in de bus. Foute keuze. Als ik twee minuten van huis ben komt de regen en natte sneeuw met bakken naar beneden. De koude wind, die natuurlijk recht van voren komt, maakt het helemaal af. Als ik 10 minuten later in de bus zit ben ik zeiknat, doet mijn voorhoofd pijn van de koude wind en hoop ik dat er nog een pakje zakdoeken in mijn tas zit. Bij de lunchtraining stort ik halverwege helemaal in. Mijn tong hangt op mijn schoenen. De trainer kan een grijns niet onderdrukken als ik hem vertel over de afgelopen vier dagen en mijn euforische loopje van gisteren in het bijzonder. “Ga jij maar een rondje rustig uitlopen”, raadt hij mij aan. “Lijkt me een goed plan”, zeg ik. En ik vertrek op een sukkeldrafje voor een rondje hertenkamp. Gevalletje overmoed. Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’. Weer wat geleerd.