Tagarchief: Hoofddorp

De ene zondag is de andere niet

Nog een kleine twee weken en dan is het zover. Dé Marathon van Rotterdam. Mijn Marathon. Mijn eerste. Al vanaf december volg ik een schema dat mij uiteindelijk in staat moet stellen om de 42 kilometer en 195 meter te overbruggen. Ik heb het beginnersschema van Runnersworld gebruikt. Dat schema schrijft vier keer per week lopen en één keer crosstrainig voor. Ik houd het op drie keer per week lopen en één keer High Intensity Training. Vier keer per week lopen zit er gewoon niet in. Desondanks maak ik weken van 30 tot 50 kilometer. Is dat voldoende? Ik denk het wel, maar we zullen het zien.

De lange duurlopen loop ik in het weekend, doorgaans op de zondag. Vorige week zondag had ik mijn langste duurloop: 32 kilometer. Best wel een end. Omdat ik in een straal van enkele kilometers rond mijn huis na drie jaar lopen iedere stoeptegel wel ken, besloot ik om de auto te pakken en naar het Haarlemmermeerse bos te rijden, om van daaruit te starten voor de 32. Als je dan tóch zo’n eind moet sjouwen, dan maar liever zoveel mogelijk over onbekend terrein. Dan valt er nog eens wat nieuws te ontdekken. Het was een heerlijke dag; lekker temperatuurtje, zonnetje erbij en nagenoeg geen wind. Het plan was om langs de Polderbaan te lopen en dan bij het Kleinpolderplein linksaf naar Haarlem, een stuk door de binnenstad en via Heemstede en Cruquius weer terug. Eenmaal lopend bedacht ik mij dat, met 32 kilometer voor de boeg, Amsterdam ook binnen handbereik moest liggen. Een blik op de ANWB- fietsborden leerde mij dat dit inderdaad het geval was en terplekke besloot ik rechtsaf te gaan richting Amsterdam. Voor ik het wist was ik de Ringvaart gepasseerd en stond ik in Osdorp. Voor de grap maakt ik een selfie voor Tram 1 die ik op Facebook postte. “Ben je helemaal naar Amsterdam gelopen?”, reageerde mijn vrouw. Tja, je moet toch ergens heen. En ik vind Osdorp een leuke wijk met verrassende architectuur, zoals het dierenasiel van Arons en Gelauff architecten en iets verderop het WoonZorgComplex met de hangende woningen van MVRDV. Ook het nog iets verderop gelegen project ‘Meer en Oever’ met de bijzondere Schutterstoren (DKV Architecten) is zeer de moeite waard. En zo was ik al genietend al snel bij de Sloterplas aangeland. De bidon was inmiddels leeg en de blaas vol, dus maar even een pitstop gemaakt bij de Mac op het Osdorpplein en daar meteen een smoothie gekocht. Van 100% puur fruit! Althans, dat staat erop. Toch blij dat ik onder het mom “Je weet het maar nooit met zo’n lange duurloop!” € 10 in mijn kontzak had gestopt (tip).

Samenvatting langste duurloop. Zondag 22 maart 2015.

Na nog wat omzwervingen door Osdorp-De Aker uiteindelijk via Lijnden en de Polderbaan weer terug naar de auto. De laatste kilometers waren pittig. De al vaak gehoorde kreet “De marathon begint bij 30 kilometer”, spookte door mijn hoofd. Maar al met al toch een fijn loopje. Die laatste 10 kilometer moeten 12 april dan maar op karakter. En als het even kan onder dezelfde fijne weersomstandigheden.

Hoe anders was dat dit weekend! Op het schema stond voor het één na laatste weekend vóór de grote dag een wedstrijd op het programma van ‘slechts’ 10 kilometer. Op internet had ik gezien dat een paar dorpen verderop zondag een hardloopevenement was met o.a. ook een 10 kilometer. Perfect voor mij dus. Zondagochtend was het echter niet bepaald fraai weer. En we hadden zaterdagmiddag ook al de hele middag in de regen en kou gestaan vanwege een paardrij-evenement van dochterlief, dus ik had er niet echt zin in. Ik besloot om niet te gaan en later op de dag mijn eigen wedstrijd te lopen. Dat wil zeggen: vanuit de voordeur een 10 kilometerrondje rond de Toolenburgerplas en weer terug. En dan zo snel mogelijk. En ondertussen maar hopen dat het toch nog even een uurtje droog zou worden. Ik ging eerst wat klusjes in huis doen, maar het weer werd er niet bepaald beter op. Het begon steeds harder te regenen en te waaien. Maar wat moet, dat moet. Dus om half vier (na de nodige moed te hebben verzameld) toch maar naar buiten. De regen kwam met bakken naar beneden en ook de wind liet zich niet onbetuigd. De eerste anderhalve kilometer gingen nog best aardig. In de luwte van de huizen viel het met de wind nog wel mee. Maar daarna kwam het stuk naar Hoofddorp dwars door de weilanden. Ik beleefde nog even een gelukzalig moment vanwege het feit dat ik de wind in de rug had en (voor mijn doen) duizelingwekkende snelheden van rond de 16 kilometer per uur haalde. Maar dat gevoel verdween al snel toen ik mij realiseerde dat ik, met volle tegenwind, via dezelfde weg ook weer terug moest. Hoe pittig het zou worden merkte ik al snel. Daar waar het fietspad bovenop een viaduct een 90 graden bocht maakt, kreeg ik van links de volle laag regen, hagel en wind. “Dat wordt een pittige terugtocht”, bedacht ik mij. En dat werd het. De schuimkoppen stonden op de golven van de anders zo vrolijke Toolenburgerplas. En nadat ik de wind in korte tijd achtereenvolgens van links, van voren en van rechts had, was ik in ‘no time’ helemaal doorweekt (tot dan toe was vooral mijn achterkant nat). En toen moest het lange rechte stuk pal tegen de wind in terug naar huis nog komen. De snelheid zakte daar naar 7 kilometer per uur en ik had het gevoel dat ik soms bijna stil stond.

Zonder ook maar één droge draad aan het lijf en soppend in mijn schoenen was ik na ruim een uur weer thuis. Toch nog een soort van wedstrijd gelopen. Maar dan tegen de elementen. Een half uur later was het droog…

Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’

“Jij zou toch nog gaan lopen?”, vroeg mijn vrouw mij zondagochtend. “Ik weet het niet”, zei ik in alle eerlijkheid. De afgelopen dagen ging ik hoestend en rochelend als een oude roker door het leven. Ik heb een flinke kou te pakken, inclusief lamlendig gevoel, een hoofd vol met watten, hoofdpijn en slecht slapen. Al vanaf vrijdag twijfel ik of ik in het weekend wel een lange duurloop moet gaan doen. Ik heb nog even bedenktijd, want we gaan eerst naar Jumping Amsterdam om daar te gaan kijken naar Jeroen Dubbeldam die met Zenith waanzinnige sprongen maakt en om het voltigeren te zien. Dochter en vriendinnetje genieten met volle teugen. En wij ook.

Weer thuis gaat het nog steeds niet echt lekker. Na een stevige lunch en wat rommelen in huis, is het op een gegeven moment nu-of-vandaag-in-ieder-geval-niet-meer. Er schijnt een heerlijk februarizonnetje,  maar dat zal niet lang meer duren; het wordt al laat. Dus wintershirt en handschoenen aan, Buff om mijn hals en gaan. Met een “Ik ga in ieder geval een klein rondje en als het langer wordt laat ik het weten”, ga ik op pad.

Ik besluit om mijn vertrouwde 10 kilometer rondje richting recreatiegebied Toolenburgerplas te lopen in de wetenschap dat zich daar na ongeveer 5 kilometer toiletten en water bevinden en -voor als het écht niet meer gaat- een snelle busverbinding die mij binnen 2 minuten weer terugbrengt naar mijn dorp. Het blijkt niet nodig. Het gaat onverwacht lekker en ik stuur mijn vrouw een bericht dat het wat later wordt. Ik besluit naar recreatiegebied Boseilanden te lopen. Als ik via die route terug naar huis loop, kom ik op 13 à 14 kilometer. Dat lijkt me gegeven de omstandigheden mooi genoeg.

Eenmaal in de Boseilanden ben ik niet meer te stoppen. Ik kom in een flow. “What the heck! We knopen er nog een lusje aan vast.” Het vervelende snotterige, verdoofde gevoel lijkt te zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik voel me beter dan ik mij de laatste dagen heb gevoeld en besluit -bijna weer thuis- alsnog een aanval te doen op de 20 kilometer, met nóg een extra lusje door het dorp. Na 19,1 kilometer ben ik weer thuis. Als het niet inmiddels donker was geworden en mijn vrouw mij niet naar huis had gemaand omdat het eten op tafel stond, had ik de 20 vol gemaakt. Ik voel me herboren. Het kan raar lopen.

Epiloog: Maandagochtend. Het is droog als ik de deur uit ga naar mijn werk. Een paraplu neem ik niet mee. Er ligt er nog één op mijn werk en anders zit ik vanmiddag met twee paraplu’s én mijn werktas én mijn sporttas in de bus. Foute keuze. Als ik twee minuten van huis ben komt de regen en natte sneeuw met bakken naar beneden. De koude wind, die natuurlijk recht van voren komt, maakt het helemaal af. Als ik 10 minuten later in de bus zit ben ik zeiknat, doet mijn voorhoofd pijn van de koude wind en hoop ik dat er nog een pakje zakdoeken in mijn tas zit. Bij de lunchtraining stort ik halverwege helemaal in. Mijn tong hangt op mijn schoenen. De trainer kan een grijns niet onderdrukken als ik hem vertel over de afgelopen vier dagen en mijn euforische loopje van gisteren in het bijzonder. “Ga jij maar een rondje rustig uitlopen”, raadt hij mij aan. “Lijkt me een goed plan”, zeg ik. En ik vertrek op een sukkeldrafje voor een rondje hertenkamp. Gevalletje overmoed. Iets met ‘hooi’ en een ‘vork’. Weer wat geleerd.