Tagarchief: Zevenheuvelenloop

Oude liefde

Een vaatwasser, een laptop, een mobiele telefoon, een printer. Zomaar wat apparaten in ons huis die er in de afgelopen jaren eerder de brui aan gaven dan je zou mogen verwachten. Alle beloftes ten spijt; veel dingen zijn nu eenmaal niet gemaakt om er lang plezier van te hebben. Bij de fabrikant, de importeur en de winkelier moet de schoorsteen tenslotte ook roken. Nee, dan vroeger. De pannen die mijn ouders aanschaften in 1968 staan hier, nadat wij ze helaas veel te voeg erfden, nog bijna dagelijks op het vuur.

Uitzonderingen bevestigen echter ook hier de regel. Toen ik vandaag mijn rondje liep, wierp ik zoals gebruikelijk regelmatig een blik op mijn horloge; een TomTom Runner van de eerste generatie. Ik gaf hem mijzelf cadeau met Kerst 2013. Toen ik in februari 2012 mijn eerste hardlooppassen zette, ging dat nog met de telefoon in de hand op de timer-stand. Twee minuten hardlopen en 1 minuut wandelen. Keer 10. Daarna ontdekte ik de runner-apps, maar eind 2013 was ik klaar met die telefoon aan mijn arm en was het tijd voor een echt hardloophorloge. Uiteindelijk viel de keuze dus op de TomTom Runner. Destijds een nieuwkomer op de hardloopmarkt en met de karakteristieke scrollknop op het bandje nét even anders dan de rest. Maar iets in mij zei dat het wel goed zat, tussen de Runner en mij.

En dat is gebleken. Vele lunch- en zondagmiddagloopjes, Damlopen, de Zevenheuvelenloop, de Marathon van Rotterdam, een rondje Texel of Toolenburgerplas, in de brandende Portugese zon, in de sneeuw of in de stromende regen; de Runner zit altijd om mijn pols, doet wat’ie moet doen en geeft geen krimp.

Natuurlijk heb ik wel eens verlekkerd gekeken naar het zoveelste mooie nieuwe fancy horloge met nóg meer mogelijkheden en kleurenscherm, maar waarom zou ik eigenlijk? De Runner voorziet mij van alle gegevens waar ik behoefte aan heb.

En het voelt ook een beetje als verraad om mijn trouwe Runner in te ruilen voor een jonger exemplaar. Die ziet er dan misschien wel strakker uit, maar dat is allemaal maar uiterlijke schijn. Uiteindelijk gaat het toch om de binnenkant. En al die mooie jaren samen, die gooi je niet zomaar weg.

En dus ligt de Runner, terwijl ik dit blog schrijf, weer in zijn docking station aan de laptop; synchroniseren en opladen voor de volgende keer. Ik hoop dat onze relatie nog lang stand houdt. Ooit zal het er toch van komen en zal ik een nieuw horloge aan moeten schaffen. Verdienen die fabrikant, die importeur en die winkelier ook weer eens wat. En is er bij hen ook weer geld om iets nieuws aan te schaffen. Een nieuwe vaatwasser, laptop, mobiele telefoon of printer bijvoorbeeld.

Buikje

Koude wind en dito regen. Bijna onderuit op een modderig fietspad in de Boseilanden. En een opgebroken fietspad inclusief hoge hekken, waardoor de toegang tot een aantal favoriete hardlooprondjes tot medio 2018 helaas is afgesloten.

Tot zover mijn eerste loopje op (jawel!) 1 januari 2017. Vooralsnog gaat het dus goed met één van de goede voornemens voor het nieuwe jaar: weer wat meer structuur in het hardlopen. Want daar was in 2016 wel een beetje heel erg de klad in gekomen. Met hangen en wurgen liep ik in 2016 nog wel de Dam tot Damloop en de Zevenheuvelenloop, maar erg snel ging het allemaal niet. Genoten heb ik wel. De Damloop is altijd weer een feestje. De Zevenheuvelenloop liep ik voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst. Mooi evenement in een prachtige omgeving.

Zevenheuvelenloop 2016

En ergens tussen beide evenement heb ik mij ingeschreven voor de Marathon Rotterdam 2017. Ik heb er immers zo van genoten in 2015, dus waarom niet nog een keer? En het is bovendien een mooie stok achter de deur om weer eens vaker de hardloopschoenen onder te binden. In 2015 was ‘uitlopen’ het doel. De doelstelling voor mijn tweede marathon is om hem wat sneller te lopen dan in 2015.

Ondertussen ben ik weer volop in de voorbereiding. Niet in de laatste plaats door de enigszins verontrustende ‘Nog 100 dagen!’ mededeling van de organisatie op o.a. Facebook en Instagram. Ik heb overigens nog even met de gedachte gespeeld om met het 100-dagen schema van Stans van der Poel en Koen de Jong te gaan trainen. Middels dit schema bereid je je voor op een marathon, waarbij in de aanloop naar de marathon de langste trainingsafstand 14 kilometer is. Het geheim schuilt in het slim gebruik maken van lopen in verschillende hartslagzones. Maar ja, slechts 14 kilometer lopen, terwijl de marathon ruim 42 kilometer is, is wel even een dingetje. Niet dat ik niet in het schema geloof (er zijn genoeg mensen die hebben bewezen dat het werkt), maar zelf durf ik het nog niet aan. Misschien een volgende keer. Vooralsnog hou ik vast aan het schema dat ik ook de vorige keer gebruikte, waarbij ik in de weekenden langere afstanden loop. Dat geeft mij toch meer vertrouwen dat ik die marathon ook daadwerkelijk uit kan lopen. Want een takken-eind is het wel, weet ik inmiddels.

Een andere niet onbelangrijke reden om nog even vast te houden aan de lange duurlopen is dat het lopen van langere afstanden op een lager intensiteitsniveau het lichaam in staat stelt om voor de benodigde energie over te schakelen van verbranding van (snelle) koolhydraten (suikers) op vetverbranding. En dat is dan weer gunstig voor het kwijtraken van de nodige kilo’s vet die zich in de afgelopen periode ongemerkt onder mijn huid hebben opgehoopt. Want al oog ik met mijn 1,97 meter nog steeds niet dik, een blik op de weegschaal maakt pijnlijk duidelijk dat ik sinds de marathon van 2015 inmiddels weer 7 kilo ben aangekomen. De slanke atleet van toen is veranderd in ‘een-man-van-middelbare-leeftijd-met-een-buikje’. Mijn vrouw en dochter noemen dat overigens ‘een lekker zacht kussentje’, dus wat hen betreft: no problem! Maar mij stoort het. Hardlopers snappen dat.

Terug van 101 naar de 94 kilo van toen dus. Volgens sommige hardlopers kan het nog wel wat slanker, maar ik vind rond de 94 kilo prima. Te mager vind ik niet mooi (zeker niet met mijn lengte) en ik kan blijven eten wat ik lekker vind. Alleen wat opletten met snoepen en snaaien, cappuccino en andere producten die bij bestudering van de etiketten soms wel voor 60 à 70% uit suiker blijken te bestaan. Een beetje minder kan dus nooit kwaad. Niet in de laatste plaats om alle andere ongemakken ten gevolge van het consumeren van teveel suiker (laat er maar eens een Google-search op los), binnen de perken te houden.

Vooralsnog dus weer ‘back-on-track’. En ook weer back online. Want dat bloggen dat was er ook wel een beetje heel erg bij ingeschoten. I’ll keep you informed.